Coming out of geen coming out?

Coming out of geen coming out?

Op 11 oktober is het Coming Out dag. Dit jaar was er in Nederland weer veel aandacht voor. ‘Uit de kast komen’ is voor veel LHBTI (lesbisch, homo, bi, transgender, intersekse) mensen belangrijk in een samenleving die er vanuit gaat dat je hetero bent en duidelijk man of vrouw. Editie NL bracht juist in het nieuws dat steeds meer LHBTI mensen niet meer voor een echte coming out kiezen, omdat het geen grote kwestie voor ze is. Dat geldt ook voor Sanne in de video. Ze is bi, heeft een relatie met een vriend en is poly. Dat weet iedereen in haar omgeving gewoon en het was nooit een geheim. Zo kan het dus ook! Tegelijkertijd merkt onderzoeker Laurens Buijs op, dat het erg van je omgeving afhangt of een coming out naar je omgeving nodig is of, net zoals bij Sanne, overbodig kan zijn.

Biseksuele mensen zijn minder vaak open dan homoseksuele en lesbische mensen. Vroeger werd aangenomen door onderzoekers dat het kwam omdat het voor hen niet belangrijk was, zeker als ze een ‘gewoon hetero’ leven konden leiden voor de buitenwereld. Dat kan inderdaad voor sommige bi+ mensen zo voelen. Maar we weten ook dat bi+ mensen soms gesloten zijn uit angst voor negatieve reacties in hun hetero omgeving. Of juist van hun homoseksuele of lesbische vrienden, die het niet serieus nemen of afkeuren. Ook kan een relatiepartner hier moeilijk over doen (wat zullen anderen dan van ons denken?). Soms zijn bi+ mensen tegenover hun relatiepartner niet open over hun bi-verleden of huidige fantasieën & wensen om relatiespanning te voorkomen. Kortom, coming out of geen coming out is zo simpel nog niet, ook niet voor bi+ mensen.

Onderzoek: Nederlandse bi-activisten over hun vroegere ervaringen en hoe de bi-beweging is verschraald

Onderzoek: Nederlandse bi-activisten over hun vroegere ervaringen en hoe de bi-beweging is verschraald

Begin september concludeerde dr. Emiel Maliepaard (Atria) in zijn onderzoek dat de Nederlandse bi-beweging tegenwoordig nog maar klein is, terwijl dat in de jaren negentig heel anders was. Wat is er gebeurd, wat zijn de boodschappen van vooraanstaande bi-activisten en welke lessen trekt Bi+ Nederland? Opdat we niet vergeten en een collectief bi-geheugen behouden.

Het onderzoek is gebaseerd op interviews met vooraanstaande bi-activisten sinds de jaren negentig. Centraal staat de ontwikkeling – en verschraling – van de bi-beweging en de persoonlijke verhalen van bi-activisten.

De Nederlandse bi-beweging kenmerkt zich door een scala aan lokale en landelijke organisaties, initiatieven en netwerken. De afgelopen 25 jaar was het Landelijk Netwerk Biseksualiteit (LNBi) ‘het vlaggenschip’. Dit jaar gaat het LNBi op in People Pride Platform.

Bi-organisaties en activiteiten kunnen allerlei functies hebben. Ze vormen een vrijplaats van hetero of homo/lesbisch gerichte culturen. Mensen kunnen gelijkgestemden ontmoeten. Of samen politiek actief zijn en zich inzetten voor meer acceptatie of zichtbaarheid. Uit het onderzoek blijkt dat de bi-beweging vroeger vooral gericht was op het elkaar ondersteunen en onderlinge uitwisseling. Later gingen sommige bi-organisaties – soms naast hun sociale functie – ook een politieke agenda voeren en zich (ook) presenteren als belangenorganisatie. Enkele bi-activisten signaleerden dat door de groeiende aandacht voor het politieke en maatschappelijke zichtbaarheid, de ontwikkeling van een bi-gemeenschap af en toe ondergesneeuwd raakte. Een belangrijke les voor Bi+ Nederland, die zich nadrukkelijk op zowel het politieke als het sociale richt.

Uit de interviews met bi-activisten blijkt dat er voor bi-organisaties en netwerken overlap kan zijn met andere LHBT+-organisaties en bewegingen, en ook met de BDSM, swingers, kink, en polyamorie scenes. Bi-organisaties staan soms voor de keuze hoe ze zich hierin willen positioneren en hoe inclusief ze willen zijn. Samenwerking met LHBT+-organisaties heeft altijd plaatsgevonden, al kon er ook wel spanning zijn met (nationale) organisaties met een sterk mononormatieve cultuur. Homo-organisaties en bewegingen voelen niet altijd als een thuishaven voor biseksuele mensen en volgens enkele bi-activisten zijn biseksuele mensen die hierin actief zijn niet vanzelfsprekend open over hun biseksualiteit.

Maliepaard concludeert dat de bi-beweging in Nederland kleiner is geworden, terwijl dat in andere landen zoals Duitsland en het Verenigd Koninkrijk niet het geval is. Hij eindigt met drie aanbevelingen: 1) bi-organisaties dienen een balans te vinden tussen politieke activiteiten en sociale activiteiten gericht op de eigen achterban; 2) capacititeitsvergroting en professionalisering is belangrijk; 3) bi-organisaties dienen ‘een heldere en positieve visie en doelstellingen te formuleren die leidend zijn.’ Er is behoefte aan een “blije bi”, in het licht van negatieve beeldvorming van de zielige of slachtoffer bi. De BiBoot bij de Canal Parade van Pride Amsterdam wordt als een positief voorbeeld genoemd van een kortdurende activiteit.

Bi+ Nederland neemt de aanbevelingen ter harte en bouwt met trots voort op alles wat de bi-beweging al heeft bereikt.

Opvallend: wel ‘gay, lesbian and transgender’ in VN-speech van koning, maar geen ‘bisexual’ of ‘bi+’

Opvallend: wel ‘gay, lesbian and transgender’ in VN-speech van koning, maar geen ‘bisexual’ of ‘bi+’

Op 25 september 2019 sprak koning Willem-Alexander de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York toe.

In zijn toespraak sprak hij de hoop uit dat de trend om de rechten van homo’s, lesbiennes, transgender personen en andere minderheidsgemeenschappen op te nemen in wetgeving van meer landen zich doorzet.

Inderdaad een goeie zaak: hoe meer landen de rechten van sekse, gender en seksuele minderheden beschermt, hoe beter! En inderdaad, zoals de koning zegt: ‘De strijd tegen zowel openlijke als verborgen discriminatie moet op alle continenten doorgaan.’

Maar dat bi+ mensen niet genoemd werden in deze speech, was aanleiding tot veel discussie bij de oprichters van Bi+ Nederland.

Las de koning per ongeluk over het woord ‘bisexuals’ heen, of was de schrijver van de speech vergeten dat ongeveer 1 miljoen bi+ mensen alleen al in Nederland uitmaken van de ‘minority communities’? Of sprak hij niet over rechten van bi+ mensen omdat al hun rechten al geregeld zijn?

In Nederland wordt dit najaar wetgeving aangepast omdat een anti-discriminatiewet sprak van ‘hetero- of homoseksuele gerichtheid’. Dit wordt nu veranderd naar ‘seksuele gerichtheid’. Het COC berichtte hierover op 19 juli.

Veel beter natuurlijk, maar de vraag blijft: bestaat er eigenlijk wetgeving expliciet op gebied van bi+, of is dat (om wat voor reden dan ook) helemaal niet nodig?

Wat of wie is eigenlijk ‘bi+’ ?

Wat of wie is eigenlijk ‘bi+’ ?

Heel in het kort: ben je niet monoseksueel, dan ben je bi+

Iemand is bi+ als hij/zij/hen valt op meer dan één geslacht/gender.

Dat kan heel uitgesproken als in mensen die zich heel nadrukkelijk bi, pan of queer noemen, maar het kan ook subtieler als mensen die ‘een beetje bi’ zijn, bischierig, of er gewoon geen naam aangeven.

Als we het hebben over mensen met bi+ gevoelens en ervaringen, dan gaat het over een hele brede en diverse groep mensen die (ooit) romantisch en/of seksueel aangetrokken is (geweest) tot meer dan alleen één geslacht of gender. 

Bi+ kan een identiteit zijn, maar veel mensen met bi+ gevoelens en ervaringen zien dat niet zo. Voor sommige mensen is het een leuke verrassing dat ze zich ook goed voelen bij iemand waar ze volgens de eigen seksuele oriëntatie niet op zouden vallen, voor anderen is het niet meer dan natuurlijk dat ze op een persoon vallen en niet in eerste plaats op een geslacht of gender, voor weer anderen overheerst verwarring en schaamte.

Bi+ gevoelens en ervaringen kunnen allerlei vormen aannemen: De zelfbenoemde hetero vrouw die het leuk vindt om een andere zelfbenoemde hetero vriendin uit te nodigen om samen een man te verwennen. De zelfbenoemde homo man die in een darkroom ineens een vrouw tegenkomt. De biseksuele man die een relatie met een vrouw heeft en daarnaast soms in het geheim seks met mannen. Uitgesproken pan, bi-curious, queer en hetero-flex jongeren die niet in hokjes denken. De hetero jongen die alleen nog maar porno kijkt van trans vrouwen met piemels. Het lesbische meisje dat opeens een relatie krijgt met een trans man. De hetero man die ineens merkt dat hij stapelverliefd is op zijn voetbaltrainer. Mensen die de liefde overkomt en er gewoon voor openstaan.

Van mensen in een relatie die schaamtevol zoeken hoe ze vorm kunnen geven aan hun behoeften en fantasieën, tot mensen in een open relatie die elkaar ruimte geven om seksueel en romantisch te blijven ontdekken.

Van mensen die alleen op mannelijkheid of vrouwelijkheid vallen, tot mensen die volledig genderblind zijn en zich aangetrokken voelen tot bepaalde persoonlijkheden ongeacht de gender. Van mensen die heel bewust juist met alle soorten genders intiem willen zijn, tot de avonturiers die fantaseren over orgies waar gender helemaal niet meer aan de orde is. Enzovoort.

Hoewel bi+ dus op allerlei manieren voorkomt, delen mensen met bi+ gevoelens en ervaringen dat deze seksuele oriëntatie in de samenleving weinig zichtbaar is en positieve beeldvorming vaak tekort schiet.

Voor vrijwel iedereen geldt de vraag: ‘Hoe zullen anderen reageren als ik hier open over ben?’ ‘Begrijpen anderen mijn gevoelens, fantasieën en ervaringen of moet ik mezelf steeds weer uitleggen en verantwoorden?’ ‘Krijg ik te maken met vooroordelen?’ ‘Word ik nog serieus genomen door mijn vrienden, familie, collega’s en partner?’

Vanuit Bi+ Nederland bepleiten we ‘meer ruimte voor iedereen’. Wij houden niet van belemmeringen die mensen beperken in hun liefde, lust en fantasieën.

1 miljoen raadsels: identiteit, aantrekking en gedrag

1 miljoen raadsels: identiteit, aantrekking en gedrag

Ongeveer 1 miljoen volwassen Nederlanders zijn bi+, maar een klein deel benoemt zich ook daadwerkelijk bi

Voor onderzoekers is het altijd een uitdaging: hoe kom je erachter of iemand bi+ is. Vraag je er direct naar? Of vraag je met een omweg?

Een heel helder voorbeeld hiervan is het onderzoek Seksuele Gezondheid in Nederland van Rutgers uit 2017

Daarin werd gevraagd naar hoe mensen zichzelf identificeren, maar er werd ook gevraagd waar ze op vielen (dus tot wie ze zich tot aangetrokken voelden) en of ze ooit seks hadden met een seksegenoot.

Hier de resultaten:

Zoals je ziet heb je drie verschillende uitkomsten hier. Waar 2% van de vrouwen, en 3% van de mannen zich biseksueel noemt, geeft zo’n 9% van de vrouwen aan zich niet uitsluitend tot één geslacht aangetrokken te voelen, net als iets minder dan 5% van de mannen. 8% van de mannen heeft ooit seks gehad met een andere man, en 10% van de vrouwen ooit met een andere vrouw.

Omdat het hier over een redelijk sample gaat van volwassen respondenten, kunnen we hier best wat losse conclusies aan verbinden.

17 miljoen Nederlanders, waarvan 15 miljoen boven de 18. Maakt dat net iets minder dan 375.000 mannen zich in meer of mindere mate aangetrokken voelt tot mannen én vrouwen. En maakt dat ongeveer 675.000 vrouwen zich in meer of mindere mate aangetrokken voelen tot mannen én vrouwen.