Schokkend aantal bi+mensen ervaart seksueel en huiselijk geweld

Schokkend aantal bi+mensen ervaart seksueel en huiselijk geweld

Maar liefst 44% van de bi+ vrouwen en bijna een kwart van de bi+ en homo mannen en lesbische vrouwen heeft het afgelopen jaar seksueel geweld meegemaakt. Onder hetero’s komt dit ook veel voor (14% hetero vrouwen, 6% hetero mannen), al is dat duidelijk minder. Dit blijkt uit de CBS preventiemonitor huiselijk en seksueel geweld onder ruim 30.000 mensen van minimaal 16 jaar. Seksueel geweld omvat hier fysieke, niet-fysieke en online vormen van seksuele intimidatie en geweld, binnen en buiten de huiselijke kring. Het gaat dus niet alleen om partnergeweld.

Dat bi+ vrouwen topscoorders zijn in het meemaken van seksueel geweld is al langer bekend (zie Factsheet Bi+ Nederland en onderzoek Rutgers). In de CBS monitor geldt dit voor alle onderzochte vormen van seksueel geweld. Bi+ Nederland merkt op dat aandacht voor bi+ -ondanks deze dramatische cijfers- stelselmatig ontbreekt in seksueel geweld preventie, educatie, campagnes, programma’s en onderzoek. Die gaan bijna altijd over hetero’s. Er is tenminste zelden expliciete aandacht voor seksuele oriëntatie en bi+. Hoe kan dit?

Bi+ Nederland merkt op dat aandacht voor bi+ stelselmatig ontbreekt in seksueel geweld preventie, educatie, campagnes, programma’s en onderzoek.

Dat bi+ vrouwen (21%) én bi+ mannen (15%) ook het vaakst geweld achter de voordeur meemaakten in het afgelopen jaar is nieuw. Onder homo en lesbische mensen is dit 11%, onder hetero vrouwen 9% en onder hetero mannen 7%. In deze CBS monitor wordt geweld achter de voordeur beschreven als ‘huiselijk geweld’, waarbij het gaat om vormen van geweld zoals verbale agressie, fysiek geweld, dwingende controle, stalking en seksueel geweld die gepleegd worden door iemand uit de huiselijke kring (gezins- en familieleden en eventuele (ex-)partners). Deze CBS monitor laat zien dat binnen LHBTI+ emancipatie naast homofoob geweld in het openbaar ook aandacht nodig is voor seksueel geweld en geweld in huiselijke kring, want bi+, homo en lesbische mensen ondergaan dit vaker. Uit ander onderzoek is bekend dat trans personen vaak seksueel geweld meemaken.

De grote vragen achter deze schokkende cijfers is: ‘Waarom, en wat nu?’ Waarom lopen bi+ vrouwen en bi+ mannen meer risico? We weten het niet, want er is nooit onderzoek gedaan naar achterliggende factoren.

Bi+ Nederland heeft ook geen verklaring voor waarom bi+ mensen meer risico lopen op (seksueel) geweld in huiselijke kring, behalve dát dit dus de realiteit is. Er doen wel speculaties de ronde, maar die houden vooral verband met vooroordelen en zijn niet gebaseerd op onderzoek. Wij denken echter dat het doorgronden van meer seksueel geweld en geweld achter de voordeur bij bi+ mensen genuanceerder en complexer ligt. We kennen de verhalen van bi+ mensen en hun seksualiteits- en gezinservaringen niet, want die zijn nog nooit goed opgetekend en geanalyseerd. Ook weten we niet of bi+ mensen anders of minder vaak hulp zoeken en vinden. Er is weinig bekend of preventie-gerichte educatie en seksuele vorming aansluit bij de behoeften van bi+ mensen en jongeren. Desalniettemin staat buiten kijf dat zowel seksueel geweld als geweld achter de voordeur een immense en langdurige impact kan hebben in iemands leven.

Bi+ Nederland heeft er in het eerste jaar van haar bestaan voor gekozen om vooral te werken aan het opbouwen van een gemeenschap vanuit positiviteit. Dat is nodig, want er is veel schaamte en gebrek aan openheid uit angst voor onbegrip en afwijzing. Dit komt onder andere door de negatieve associaties over biseksualiteit die in de samenleving bestaan. In het verleden was er onder biseksuele mensen soms een gedeeld gevoel van slachtofferschap. Dat is enerzijds begrijpelijk in een samenleving met een monoseksuele norm, maar anderzijds brengt het ons niet verder. We proberen daarom altijd te werken vanuit positiviteit, maar we zien dat het echt nodig is om aandacht te vragen voor seksueel geweld onder bi+ mensen. Alleen met aandacht gaan we dit veranderen en doorbreken. Net als bij andere emancipatie-bewegingen weten we dat zwijgen nooit helpt. Daarom pleiten we om onderzoek naar de factoren en naar de verhalen, willen we bewustwording dat huidige aanpakken niet van zichzelf bi+ inclusief zijn (en zeer waarschijnlijk heteronormatief) en pleiten we voor meer bi+ inclusieve preventie en hulpverlening voor bi+ mensen.

Interview met Dr. Emiel Maliepaard (deel 1)

Interview met Dr. Emiel Maliepaard (deel 1)

Dr. Emiel Maliepaard is bekend als de eerste Nederlandse onderzoeker die promoveerde op het thema biseksualiteit. Ook was hij mede-organisator van European Bisexuality Conference 2016. Momenteel werkt hij als onderzoeker bij Atria, kennisinstituut voor emancipatie. Zijn nieuwste wapenfeit is het boek Bisexuality in Europe (online gratis beschikbaar) dat hij als redacteur uitbracht bij het gerenommeerde Routledge. Dit boek geeft een podium aan bi+ onderzoekers in Europa en laat de diversiteit aan bi+ onderzoek zien. Jantine van Lisdonk interviewde hem naar aanleiding van dit boek.

Dit eerste deel gaat over de totstandkoming van dit boek, eye-openers voor hemzelf en zijn visie over hoe het gaat met bi+ onderzoek en waar het naartoe moet. In het tweede deel, geeft hij zijn blik over internationale koplopers in bi+ onderzoek, emancipatie en organisatievorming en hij positioneert Nederland.

Hoe kwam het dat je je als onderzoeker op biseksualiteit bent gaan richten?

Ik deed tijdens mijn studie sociale geografie onderzoek naar het nachtleven van gay mannen in Brighton, Engeland. In de universiteitsbibliotheek kwam ik toen het boek Bisexual spaces van Clare Hemmings tegen. Dat boek opende mijn ogen. Er was binnen de de sociale geografie nog heel weinig over biseksualiteit bekend en dat was een reden om daar in te duiken. Ik zag hierin een academische uitdaging en wilde biseksuele mensen meer in the picture zetten. Mijn proefschrift ging daarom over biseksualiteit. Ook daarna bleef ik me erop richten. Ik vind het belangrijk om biseksualiteit meer zichtbaar te maken. Ook wil ik vanuit een perspectief van biseksualiteit een bijdrage leveren aan bredere debatten in de sociologie, psychologie en andere disciplines. Verder zoek ik de verbinding met sociale theorieën, zoals practice theorie en assemblage theorie, die ook in het boek Bisexuality in Europe aan bod komen.

Hoe kwam je met het idee voor dit boek Bisexuality in Europe?

Na de European Bisexual Research Conference (EuroBiReCon) die in 2016 in Amsterdam plaatsvond, had ik het idee voor een Europees boek. Op de onderzoeksdag van de conferentie waren veel Europese onderzoekers aanwezig en ik wilde hier een vervolg aangeven. Een boek is er toen niet gekomen, maar we maakten wel een special issue in het Journal of Bisexuality. Biseksualiteit is sindsdien meer in de aandacht gekomen en de tijd is nu meer rijp voor een boek. Samen met Renate Baumgartner, die dezelfde drive had als ik, hebben we dit boek van de grond gekregen.

Was het makkelijk om auteurs te vinden?

Ja, auteurs konden we heel makkelijk vinden. Er zijn inmiddels best veel onderzoekers bezig met biseksualiteit en Renate en ikzelf hebben een behoorlijk netwerk opgebouwd. In Europa zijn dat vooral jonge onderzoekers die kwalitatief onderzoek doen, vaak als enige binnen hun discipline of vakgroep. Het boek bestaat uit hoofdstukken waarin elke auteur schrijft over het eigen onderzoek. Dit geeft een up to date beeld van wat er allemaal voor bi+ onderzoek is in Europa. De auteurs zijn een combinatie van senior en jonge wetenschappers en promovendi.

En uitgevers, stonden die open voor het thema biseksualiteit?

Ja, dit is het allereerste boek over biseksualiteit in Europa. Voor de uitgever Routledge was het juist aantrekkelijk dat het om een ‘nieuw’ onderwerp gaat. In Amerika, Engeland en Australië waren er al boeken verschenen, maar nog nooit in continentaal Europa. Dit jaar publiceerde Nikki Hayfield al het boek Bisexuality and Pansexuality dat zeker voor studenten interessant is. Ons boek is meer voor studenten, wetenschappers en lezers die al basiskennis over biseksualiteit hebben.

Wat zijn de kernthema’s in jullie boek?

De onderzoekers mochten over alle thema’s schrijven en we gaven ze vooraf geen lijst met thema’s mee. Uiteindelijk gaan veel hoofdstukken over de kernthema’s relaties en identiteit. Het derde kernthema is burgerschap en dat richt zich op de verhouding tussen burger en staat of samenleving.

Wat waren voor jou interessante eye-openers in het boek?

Ik vond het hoofdstuk van Zeynab Peyghambarzadeh over biseksuele asielverhalen bijzonder interessant. Ze doet onderzoek vanuit een minder Europese visie. Daardoor kan ze goed onder woorden brengen hoe in Europa wordt gekeken naar LHBT en hoe daarin hokjesdenken vanzelfsprekend is, terwijl dit in andere culturen veel minder aanwezig is. Dan kan het lastig zijn om een goed asielverhaal vorm te geven dat voor mensen van hier te begrijpen is. Het hoofdstuk van Nikki Hayfield over de bi-dar en de pan-dar (red: als variatie op de gay-dar, dat je als een ‘radar’ mensen kunt herkennen die gay zijn) vond ik leuk. Het blijkt uit experimenten dat mensen gay mannen makkelijker herkennen dan bi en pan mensen. Verder is Annukka Lahti heel vernieuwend door te kijken naar relaties als ‘assemblages’ (netwerken), waarbij ze zich theoretisch baseert op het werk van Deleuze en Guattari. Bi+ is niet iets wat je hebt of bent, maar een becoming dat zich blijft ontwikkelen in assemblages. Zo kan elke relatie, als assemblage, voor jou en ook voor anderen net iets anders zijn.

In het slothoofdstuk zeggen Renate Baumgartner en jij dat toekomstig onderzoek verder zou moeten gaan dan ‘reparative studies’. Jullie willen een ander type onderzoek. Kun je dat uitleggen?

Onderzoek dat zich richt op ruimte, aandacht, zichtbaarheid en erkenning van biseksualiteit in bepaalde vakgebieden zijn “reparative studies”. Ze gaan vaak over (on)zichtbaarheid binnen wetenschap en samenleving en zijn gericht op veilige thema’s als identiteit, zelfbenoeming en discriminatie. Het brengt in beeld hoe biseksuele mensen zichzelf zien en noemen, hoe ze leven en hoe ze worden behandeld door anderen. Dat is een belangrijke eerste stap die nodig is geweest. Maar ik vind dat het tijd is dat we ook verder kijken en ons gaan richten op minder veilige thema’s. Onze onderzoeken moeten meer gaan integreren met LHBT en queer studies. Daarnaast moeten we een bredere academische bijdrage gaan leveren, bijvoorbeeld aan de wetenschap van seksualiteit, sociale theoriën en gezondheidswetenschappen. Kortom, ik zie graag dat onderzoekers meer gaan bijdragen aan mainstream wetenschap in plaats van studies over biseksualiteit als subdiscipline. Inzichten in binaire man/vrouw normen en hetero/homo normen vanuit een perspectief van biseksualiteit kunnen ook worden toegepast op andere thema’s dan LHBTI vraagstukken.

Hoe komt het dat we in Europa nog vooral kleinschalige studies hebben over biseksualiteit?

In Europa zijn de meeste studies over biseksualiteit inderdaad kleinschalig, verkennend, kwalitatief en meestal uitgevoerd door één onderzoeker. In Amerika en Engeland bestaan al enkele groepjes wetenschappers die met elkaar samenwerken in teams. In Amerika kan het makkelijker zijn om grote financiering te krijgen waardoor meer omvangrijke onderzoeken worden uitgevoerd. Ook zijn daar grote bevolkingsstudies die mooie kwantitatieve onderzoeken mogelijk maken. Verder kan het meespelen dat we in Europa veel verschillende talen spreken. Veel van de onderzoeken in Europese landen verschijnen niet in het Engels, waardoor ze niet bekend worden bij internationale onderzoekers en helaas daardoor minder bijdragen aan de internationale wetenschap in de Engelse voertaal.

We hebben nu het grote bi+ onderzoek lopen over de ervaringen en behoeften van bi+ mensen in Nederland. Gefinancierd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, laat Bi+ Nederland dit onderzoek uitvoeren door een consortium van onderzoekers van verschillende Nederlandse universiteiten en kenniscentra, waaronder jijzelf. Dat onderzoek is kwantitatief en kwalitatief. Hoe zie jij dit onderzoek?

Ik merk vooral dat andere onderzoekers in het buitenland het bijzonder vinden dat de Nederlandse overheid dit onderzoek financiert. Dat is echt uniek.

Je hebt vast veel mooie reacties gehad op je nieuwe boek. Wat is je bijgebleven?

We hebben inderdaad veel aandacht gehad. Het is ook een voordeel dat het online gratis gelezen kan worden en open access, zodat het toegankelijk is voor iedereen. Ik heb veel complimenten gehad uit Europa en uit de Verenigde Staten dat het echt een goed boek is. De mooiste reactie vond ik dat iemand zei: ‘Als ik jong was en was gaan beginnen met dit onderzoek dan had ik dit boek willen hebben.’ Het is echt mooi dat we Europese bi+ en biseksuele onderzoekers een podium hebben kunnen geven voor hun werk.

Het online boek Bisexuality in Europe is gratis en beschikbaar voor iedereen.

Het ingebonden boek is op dit moment beschikbaar voor £96 (Britse pond).
In 2021 komt er een goedkopere paperback uitgave.

Eind maart 2021 verschijnt het onderzoeksrapport over de survey bevindingen van het grote bi+ onderzoek, gevolgd door een onderzoeksrapport over het kwalitatieve onderzoek in najaar 2021.

Lees hier deel 2 van het interview met Emiel Maliepaard

Interview met Dr. Emiel Maliepaard (deel 2)

Interview met Dr. Emiel Maliepaard (deel 2)

Dr. Emiel Maliepaard is bekend als de eerste Nederlandse onderzoeker die promoveerde op het thema biseksualiteit. Ook was hij mede-organisator van European Bisexuality Conference 2016. Momenteel werkt hij als onderzoeker bij Atria, kennisinstituut voor emancipatie. Zijn nieuwste wapenfeit is het boek Bisexuality in Europe (online gratis beschikbaar) dat hij als redacteur uitbracht bij het gerenommeerde Routledge. Dit boek geeft een podium aan bi+ onderzoekers in Europa en laat de diversiteit aan bi+ onderzoek zien. Jantine van Lisdonk interviewde hem.

In dit tweede deel, geeft hij zijn blik over internationale koplopers in bi+ onderzoek, emancipatie en organisatievorming en positioneert hij Nederland. In het eerste deel ging het over de totstandkoming van boek Bisexuality in Europe, eye-openers voor hemzelf en zijn visie over hoe het gaat met bi+ onderzoek en waar het naartoe moet.

Wat is jouw beeld over bi+ onderzoek en bi+ organisaties in andere landen? Welke landen zijn echt koplopers, vind je?

In Europa is Groot-Brittannië echt een koploper. Er is veel onderzoek en er zijn allerlei promovendi die zich richten op biseksualiteit. Ook is Groot-Brittannië sterk in organisatievorming. Ze houden al lange tijd een grote jaarlijkse Bisexual Conference (BiCon) en hebben allerlei lokale clubjes en netwerken. Duitsland heeft ook relatief veel lokale netwerken en organisaties, maar daar is de landelijke organisatievorming beperkter. In Nederland hadden we veel lokale initiatieven in de jaren negentig, maar die bestaan nauwelijks meer. Australië heeft mooie en goede onderzoeken gedaan en daar is echt sprake van wisselwerking tussen onderzoek en bi+ netwerken. Amerika is vooral sterk in kwantitatief mentale gezondheidsonderzoeken, maar juist minder in kwalitatief onderzoek.

En bi+ inclusief beleid? Welke landen zijn goede voorbeelden?

Dat is eigenlijk overal nog beperkt. Ik merkte dat de internationale onderzoekers bij de EuroBi(Re)Con 2016 in Amsterdam het heel bijzonder vonden dat een wethouder, iemand uit de politiek, de moeite deed om deze conferentie te openen. In het buitenland vinden ze het ook erg interessant dat onze landelijke overheid het huidige bi+ onderzoek over de ervaringen en behoeften van bi+ mensen financiert. Maar bi+ beleid is nog vrij afwezig in Nederland en internationaal. Dit komt enerzijds omdat er geen interesse en dus weinig vraag naar is. Er wordt zelden door beleidsmakers gevraagd aan wetenschappers en experts wat belangrijke kernthema’s voor bi+ zijn. Het beeld is soms nog dat aandacht voor homoseksualiteit vanzelf ook positief doorwerkt voor bi+ en transgender mensen, maar dat is niet zo. Aan de andere kant weten we ook nog onvoldoende wat dan goed bi+ inclusief beleid is. Antwoorden komen soms niet verder dan meer zichtbaarheid van bi+.

Bi+ inclusief beleid is precies wat Bi+ Nederland in 2021 wil gaan oppakken. We zijn bezig met hoe bi+ inclusief beleid eruit zou moeten zien en wat volgens ons de eerste stappen zijn om beleid bi+ inclusiever te maken. Het huidige bi+ onderzoek kan daar ook handvatten aan geven.

Het zou ook mooi zijn als er op hoog politiek of beleidsniveau aandacht voor bi+ is. In Amerika heeft Obama een keer een rondetafel met bi activisten georganiseerd in het Witte Huis. In Groot-Brittannië is er met Stonewall UK op hoog niveau aandacht geweest voor biseksualiteit. Dus het is niet alleen maar kommer en kwel. Dit soort momenten waarbij de doelgroep wordt benaderd en uitgenodigd zijn echt belangrijk. Die rondetafel in het Witte Huis is echt een mijlpaal geweest voor veel bi activisten, die zich daardoor gesteund en erkend voelden. Dat hebben we in Nederland nog niet gehad.

Het is inderdaad opvallend dat er door hooggeplaatste mensen wel aandacht is voor LHBTI in het algemeen, homoseksualiteit en ook steeds vaker voor transgender, maar nooit voor bi+. Wat zouden we in Nederland verder moeten doen en oppakken?

Onderzoek gaat niet alleen over kennis verzamelen, maar kan ook een push geven aan onderwerpen. Het Bisexuality Report uit 2012 onder leiding van de Britse Meg-John Barker heeft in heel Europa een iconische status gekregen. Dat rapport heeft veel betekend en het biedt inzicht. Het wordt daardoor echt gebruikt voor argumentatie. Het is belangrijk om kennis bij elkaar te krijgen in een mooi document en door goede mensen te laten uitvoeren die bekend zijn in de wetenschap en in de bi+ gemeenschap.

De nationale kennissynthese van Bi+ Nederland, de internationale kennissynthese van Atria, door jou geschreven, en ook de factsheet 2020 zijn eerste stappen in het verzamelen en aanbieden van beschikbare onderzoekskennis over bi+ in Nederland. Welke onderzoeken zijn volgens jou, naast het huidige bi+ onderzoek, nodig in Nederland?

Het lijkt me leuk en belangrijk als er meer aandacht komt voor relaties. Het is een kernelement in onze samenleving. Veel mensen zeggen dat een relatie ze stabiliteit en rust geeft en dat het goed is voor hun mentale welbevinden. Of dat ook geldt voor bi+ mensen dat is nog maar de vraag en ik hoor wisselende geluiden. Het kan rust bieden, maar soms ook weer niet. In de survey van het huidige bi+ onderzoek is er aandacht voor, maar het zou interessant zijn om een keer een hele survey over relaties te doen, gevolgd door interviews.

De aandacht voor relaties is inderdaad opvallend klein in beleid en onderzoek.

Ja, het is in Nederland vooral beperkt tot de psychologie en de seksuologie en bijna altijd gericht op hetero mensen. Een meer maatschappelijke blik ontbreekt.

Zijn er nog andere onderzoeken die je graag uitgevoerd ziet worden?

In onze samenleving gaat veel aandacht naar jonge mensen. Dat is natuurlijk belangrijk. Maar het zou juist ook boeiend zijn om eens onder oudere bi+ mensen onderzoek te doen. Hoe leiden zij hun leven? Het beeld is dat een bi+ oriëntatie minder relevant is naarmate mensen ouder worden en dat komt ook door het vooroordeel dat oude mensen seksloos zijn. Maar dat klopt natuurlijk niet. We weten nog weinig over de levensloop van oudere bi+ mensen. Hoe hebben ze hun leven geleefd, vanaf hun jeugd tot nu? Welke veranderingen in de samenleving hebben ze meegemaakt, hoe heeft dat hen gevormd en welke veranderingen in zichzelf hebben ze meegemaakt?

Dit is vanuit intersectionality zeker interessant.

Ja, inderdaad. Er is ook meer aandacht nodig voor mensen van kleur en mensen met een beperking. Relatief veel bi+ mensen hebben een of meerdere beperkingen.

Je zei eerder dat er in Nederland weinig lokale bi+ initiatieven meer bestaan. Hoe komt dat en wat is er nog wel?

In het onderzoek dat ik deed naar de bi-beweging sinds jaren negentig in Nederland bleek dat er vroeger veel meer lokale bi initiatieven waren. Nu bestaat alleen nog het bi-café in Nijmegen, een bi avond bij het COC in Arnhem, de bi kring in Amsterdam, en Bijou voor 30+ biseksuele vrouwen. Misschien was er vroeger meer nood om elkaar te ontmoeten, maar het is wel opvallend. Het kan belangrijk zijn dat er meer lokale bi+ clubjes en initiatieven komen. Bi+ Nederland is nog een vrij jonge organisatie en het is logisch dat ze zich niet meteen op lokale intiatieven richt. Maar het is wel belangrijk dat het weer komt. Het zou mooi zijn als dit organisch groeit.

Bi+ Nederland richt zich in deze beginfase eerst op het landelijke niveau om onszelf stevig op te bouwen. Maar het zit wel in ons achterhoofd voor een latere fase en om daarin meer te kunnen bieden. We willen alleen niet voortijdig imploderen door meteen teveel tegelijkertijd op te pakken. We stimuleren dat mensen in de bi+ facebookgroep zelf lokaal iets organiseren en elkaar ontmoeten en dat gebeurt ook.

Het is inderdaad een valkuil van veel vrijwilligers en bi activisten dat ze iets willen betekenen en dan teveel op zich nemen, omdat anderen het niet doen. In dat onderzoek naar de bi-beweging sprak ik ook met bi activisten en daaruit bleek dat sommigen er echt aan ten onder gingen omdat ze naast hun normale baan heel veel vrijwilligerswerk deden. Dat houd je niet lang vol. Je hebt genoeg schouders nodig die het dragen.

Het online boek Bisexuality in Europe is gratis en beschikbaar voor iedereen.

Het ingebonden boek is op dit moment beschikbaar voor £96 (Britse pond).
In 2021 komt er een goedkopere paperback uitgave.

Eind maart 2021 verschijnt het onderzoeksrapport over de survey bevindingen van het grote bi+ onderzoek, gevolgd door een onderzoeksrapport over het kwalitatieve onderzoek in najaar 2021.

Lees hier deel 1 van het interview met Dr. Emiel Maliepaard