Coming Out Day: portretverhaal Marijn

Coming Out Day: portretverhaal Marijn

Marijn (hij/hem) is 54 jaar, theaterdocent, acteur en ambassadeur voor Bi+ Nederland.

Weg van de veilige keuze
Van huis uit kreeg ik altijd mee ‘doe maar gewoon’ en ‘kies de veilige keuze’. Dat was de kern van mijn opvoeding en daar heb ik heel lang aan proberen te voldoen. Ik probeerde erg in de gebaande paden te leven en werd niet uitgenodigd om nieuwsgierigheid te verkennen. Eigenlijk was ik altijd al wel nieuwsgierig, maar ik durfde daar niks mee. 

De eerste keer dat ik me realiseerde dat het ook best leuk kan zijn met een man samen was toen ik per ongeluk een keer met een man stond te zoenen in de kroeg, als een soort baldadige actie. Alleen vond ik het net even te leuk om het helemaal als een grap af te doen. Maar ik had altijd hetero-ogende relaties en durfde mijn seksualiteit niet ter sprake te brengen. Nog sterker, ik heb het ook altijd naar mezelf ontkend. Toen ging na 13 jaar mijn relatie uitging kwam ik in een scheiding terecht. Daar zat ik dan, 49 jaar oud, en ik realiseerde me dat ik nu weer om me heen kon kijken. Waarom zou iets met een man niet ook mogen, vroeg ik mezelf af. Toen vielen er heel wat kwartjes. Bi was het eerste woord wat in me opkwam. Ik ben biseksueel. Dat voelde goed en kloppend. Het voelde als thuiskomen en daar was ik eigenlijk wel een beetje verbaasd over.

 

‘Het voelde als thuiskomen om te zeggen dat ik biseksueel ben’  

Dit is wie ik ben
Ik ben daarna vrij snel naar mijn ex uit de kast gekomen. Ook zij snapte een aantal dingen nu beter. Haar reactie heeft me aangemoedigd om ook naar vrienden vrij snel open te zijn. Toen ik ook van hen alleen maar goede reacties kreeg, heb ik het de wereld ingegooid en op Facebook gezet. Ook daar kreeg ik een stroom aan lieve reacties. Normaal deel ik niet zo snel dingen, maar dit voelde zo goed dat ik dit wel durfde. Het was echt een bevrijding.

Wat mij ook hielp was dat de rest eigenlijk hetzelfde bleef. Ik was nog steeds een man in scheiding, ik had mijn vrienden, ik had mijn bestaan. Ik dacht, dit ga ik verkennen, maar voorlopig is er niet zo veel veranderd. Al snel realiseerde ik me ook dat open zijn naar mensen meteen duidelijkheid geeft. Het is een fijne filter om te weten of iemand de moeite waard is om me in te verdiepen. Of ze het begrijpen. Dat is heel fijn en helder om maar gewoon meteen op tafel te leggen, in relaties, maar ook op andere plekken. Juist als bescherming van mezelf wil ik daarin open zijn, zodat ik mijn keuzes kan maken met wie ik omga. Ik wil dit nooit meer hoeven te verstoppen. Dit is wie ik ben. En het is niet dat ik zeg ‘hoi ik ben Marijn en ik ben bi’, maar wel het eerste moment dat het ter sprake komt vertel ik terloops, zonder lading: dit is wie ik ben.

 

‘Ik wil dit nooit meer hoeven te verstoppen, want dit is wie ik ben 

Verkennen en ontdekken
Pas na mijn coming out durfde ik veel meer andere dingen ook te ontdekken. Zo ben ik gaan nadenken over wat voor relatie fijn is voor mij. Ik denk niet dat ik nu een pure monogame relatie wil. Als ik een relatie krijg met een vrouw dan is die nieuwsgierigheid naar mijn aantrekking voor mannen niet opeens weg. En als ik een relatie met een man krijg, dan vind ik vrouwen ook nog steeds heel leuk. Ik wil verkennen en ontdekken. Het is nu veel meer open. Ik ben ook meer geïnteresseerd geraakt in mijn achtergrond, mijn vader is Indonesisch. Dan vraag ik me af: is het niet zo dat in de helft van mijn bloed, mijn DNA, een veel minder rigide denken zit over allerlei relatievormen? Het is eigenlijk een heel westers denken: mannetje, vrouwtje, huisje, boompje, beestje. Dat vind ik een interessante gedachte.

Ook mijn expressie durfde ik meer te gaan ontdekken. Ik was altijd gefascineerd door artiesten als Prince en David Bowie. Met mijn hakken en nagellak wijk ik nu zichtbaarder af van de norm. Ik ben me er wel meer bewust van hoe mensen me zien, maar ik vind het leuk om die blikken die blikken te laten. Dan denk ik: ‘ja, jij vindt dit raar hè, maar dat is jammer voor jou’. Ik heb daar wel een knop voor moeten omzetten om meningen van anderen naast me neer te leggen. Die opvoeding om de veilige keuze te kiezen is niet zomaar weg, maar ik merk ook dat mensen eigenlijk vooral met zichzelf bezig zijn in het openbaar en het helemaal niet zien of ervan opkijken als ik met mijn 16cm hakken langsloop.

Bi+ community
Ik vind het zo mooi aan bi+ zijn dat het ene het andere niet uitsluit. Het leven is niet zwart-wit. Ik vind bi+ mensen over het algemeen genuanceerde mensen, die bereid zijn om over allerlei dingen minder in tegenstellingen te denken. Als je van jezelf weet dat het allebei of allemaal mogelijk is, dan kan je je ook voor andere dingen voorstellen dat het allemaal mogelijk is. De bi+ gemeenschap is ook enorm divers. Van de kunstliefhebber, tot een trucker, tot de sporter, tot de intellectueel. Alle walks of life staan dan samen op een boot tijdens de Canal Parade. Dat vind ik zo fijn.

 

‘De bi+ gemeenschap is enorm divers’ 

De ontdekking van mijn seksualiteit is een heel persoonlijk proces geweest, maar toen ik er met andere bi+ mensen over ging praten merkte ik dat ik mezelf ook steeds beter begreep. Ik kan eindeloos ergens over worstelen en steeds dezelfde rondjes draaien in gedachte. Het perspectief van een ander kan je laten zien dat je het soms groter voor jezelf maakt dan het is. Ik gun daarom iedereen een beste vriend die er open voor staat om dit mee te bespreken. Ik zou iedereen aanraden om iemand te vinden om het ermee over te kunnen hebben en dit dan op eigen tempo uit te breiden. Die community, de gesprekken met elkaar én het gewoon samenzijn zonder het erover te hoeven hebben, dat heeft wel gemaakt dat bi zijn nu gewoon een onderdeel is van wie ik ben.

Coming Out Day: portretverhaal Chel

Coming Out Day: portretverhaal Chel

Chel (die/diens) is genderfluid/non-binair, neptunic en aceflux. Die werkt als redacteur, leest graag 100+ boeken per jaar en schrijft daarnaast veel in diens vrije tijd.

Het aseksuele spectrum
Op mijn veertiende realiseerde ik me dat er mensen waren die werkelijk lust voelen naar andere mensen. Ik dacht altijd dat het iets was wat ze in films lieten zien om het spannender te maken. Op mijn zestiende kwam ik voor het eerst uit de kast, toen als biseksueel. Ik had namelijk nog in mijn hoofd zitten: ik voel nul lust naar mannen en nul lust naar vrouwen, dat is evenveel, dus ben ik biseksueel. Pas een paar jaar daarna is de realisatie en ontdekking bij mij pas echt gekomen en kwam ik uit de kast als biromantisch en aseksueel, wat later veranderde in neptunic en ace flux. Neptunic betekent dat ik op nonbinaire mensen en op vrouwen val. Ace flux betekent dat ik verandering binnen mijn seksualiteit ervaar op het aseksuele spectrum.

Voor veel mensen is het lastig voor te stellen hoe je je aangetrokken tot iemand kan voelen als je geen lust voelt naar die persoon. Voor mij is het gewoon dat wanneer ik nadenk over de mensen op wie ik verliefd word, dan is dat puur romantisch en speelt lust daar geen rol in. Lust speelt nooit een rol in de relaties die ik zoek. Voor mij gaat het om met wie ik oud zou willen worden en dan denk ik aan een vrouw of nonbinair persoon.

In eerste instantie toen ik een label koos op mijn zestiende dacht ik: ‘Dit is het. Dit is nu mijn label, dit is wie ik ben en welk hokje ik inzit.’ Inmiddels hecht ik minder waarde aan labels. Ik gebruik het meer omdat het makkelijker is voor andere mensen om te begrijpen wat ik bedoel.

 

‘Lust speelt nooit een rol in de relaties die ik zoek’

Aansluiting vinden in gemeenschappen
Op het werk, maar ook in sommige queer spaces, let ik soms op hoe open ik ben. Er zijn sommige queer spaces die super seksueel zijn. Daar staat lust centraal. Sommige clubs en shows zijn bijvoorbeeld heel gefocust op het laten zien van queer seksualiteit. Ik vind dat een mooi onderdeel van de queer gemeenschap, maar ik voel me daar soms wel minder welkom. Ik kom al snel het gevoel tegen dat wanneer je geen lust ervaart, je er niet echt thuishoort. Dat is soms verwarrend en vervreemdend. Ik voel me dan een vreemde eend in de bijt en een uitzondering op de regel, waardoor ik me geen onderdeel van een gemeenschap voel.

 

‘Ik voel me soms de vreemde eend in de bijt’

Ook binnen de bi+ gemeenschap vinden mensen het soms moeilijk te begrijpen. Sommige mensen geloven dat de bi+ gemeenschap alleen om biseksualiteit gaat. Als je het lust gedeelte niet ervaart, dan ben je dus niet echt bi en hoor je er niet thuis. Dat maakt het soms lastig om als biromantisch aseksueel persoon aansluiting te vinden.

Dit terwijl ik openheid juist ook een mooi aspect vind van de bi+ gemeenschap. Het mooie aan bi+ voor mezelf vind ik dat het als een verademing voelt om niet constant bezig te zijn met ‘oh ik vind deze persoon leuk en die is dit gender dus wat betekent dat dan voor mij’. Dat zou belemmerend voelen voor mij als bi+ persoon. Ik heb ook het idee dat binnen de bi+ gemeenschap er veel variatie is in genders en gender presentatie. Er is geen gouden standaard waardoor iedereen wat vrijer kan zijn en zich kan presenteren zoals ze willen zonder dat er een bepaalde rem op zit.

‘De openheid vind ik zo mooi aan bi+’

Representatie
Tijdens mijn coming out, wat vaak een verwarrende periode is, hielp het niet dat er geen rolmodellen waren. Waar je met heteroseksualiteit, homoseksualiteit en biseksualiteit mensen in de publieke sfeer hebt die daar openlijk voor uitkomen, is dat bij aseksualiteit eigenlijk nooit. Ik had het idee dat ik de enige rare persoon was die dit probleem ervaarde. Ik zag het toen ook nog als een probleem, in plaats van een seksualiteit. Ik had een gevecht in mijn hoofd en stelde mezelf vragen als ‘wat als het zo is dat ik gewoon een hormoon onbalans heb die ik kan oplossen met een pilletje?’ of ‘wat als het door trauma komt?’. Toen ik daar verder over ging nadenken realiseerde ik me dat het zo niet zit, het is bij mij altijd al zo geweest. Het had mij enorm geholpen als er representatie was geweest zodat ik had geweten dat er meer mensen zijn zoals ik. Juist daarom ben ik er in mijn dagelijks leven heel open over. Ik hoop dat het kan helpen voor mensen met een gelijksoortige ervaring om mij te ontmoeten en dit van mij te horen.

Queer genoeg
Wat voor mij heel erg heeft geholpen in het ontdekken van mijn queer identiteit en wat queer zijn precies voor mij betekent, was het omgaan met andere queer mensen. Zelfs als hun ervaringen niet exact hetzelfde zijn, helpt het heel erg bij het begrijpen dat we allemaal anders zijn maar wel allemaal onderdeel van dezelfde gemeenschap. Dat voelt heel krachtig. Door me te omringen met queer vrienden heb ik mijn eigen verwelkomende queer space gecreëerd.

Er is niet één manier om queer te zijn en er is geen juiste manier om queer te zijn. Mensen binnen de queer gemeenschap die dat wel denken, daar moet je nooit naar luisteren. Ik heb het als aseksueel persoon ervaren dat je buiten de lhbt gemeenschap staat en ik heb het als nonbinair persoon ervaren dat je door sommige transmensen niet wordt geaccepteerd. Je hebt altijd mensen in een groep die vinden dat andere mensen niet queer genoeg zijn. Je bent gewoon queer en er is niet zoiets als queer genoeg moeten zijn.

‘Er is niet één manier om queer te zijn en er is geen juiste manier om queer te zijn’

Meer weten over aseksualiteit? Kijk dan op de website van de Nederlandse Organisatie Aseksualiteit www.aseksualiteit.nl!

Press release Bi+ Nederland: first ever parliamentary letter on bi+ equality

Lees dit persbericht hier in het Nederlands.


On June 28th 2023, the House of Representatives received a letter from Minister Dijkgraaf about the equality of bi+ people. It is the first time that this group of about 1 million people who are attracted to more than one gender has received this kind of political attention in the Netherlands.  

First of a kind

The parliamentary letter on bi+ equality is a first. For the first time at the highest political level there is such emphatic and extensive specific attention to the equality of bi+ people. Robbert Dijkgraaf, minister of Education, Culture and Science, describes in a 6-page letter what the results are of some conducted studies are, what measures he can already take as coordinating minister of equality and where additional insights are still needed. The letter was sent following a commitment to MP Songül Mutluer (Labour Party).

Bi+ equality set higher on agenda

We see this parliamentary letter as a confirmation that bi+ equality is now really on the map within national government. Highlights of the letter include:

  • The enormous political recognition of the problems bi+ people face and the lack of visibility and attention to them.
  • Bi+ has now become the common term, replacing the less inclusive and narrower term bisexuality. The letter describes bi+ as ‘an umbrella term under which several terms can fall, such as bisexual, pan or non-monosexual’. There is an understanding of bi+ versus monosexual orientations. Monosexual people are attracted to one gender and so this refers to straight, lesbian and gay people.
  • The great commitment of Bi+ Nederland in community building, development of tools and campaigns aimed at bi+ equality, boosting research and gathering knowledge contributed to this, so that the minister can now implement more focused policies and take action.
  • The minister supports community building and further equality of the large group of people who are attracted to more than one gender. In doing so, he refers to Bi+ Nederland, the various alliances actively committed to LGBTIQ+ equality and international organizations.
  • The number of concrete measures and studies announced in the letter is disappointing.

Combination of ignorance, diversity and invisibility

The minister argues that the societal expectation that people are attracted to only one gender may result in the fact that a bi+ orientation is often not seen as full-fledged and as something temporary. As many as 83% of bi+ people would like their sexual orientation to be taken more seriously. The minister acknowledges that the combination of unfamiliarity, invisibility and diversity (among bi+ people) can lead to prejudice about bi+ people and lead to exclusion of this group in both the straight and LGBTIQ+ communities. He refers to research showing that bi+ people feel at home in the bi+ community and also increasingly in the wider LGBTIQ+ community. That is positive news. The minister actively supports community building by subsidizing Bi+ Nederland.

Lack of bi+ recognition and acknowledgement affects wellbeing

The minister identifies a number of areas where the wellbeing of bi+ people lags behind. Research shows that as many as 33% of bi+ people are psychologically unhealthy, compared to 13% of lesbian/gay people and 11% of straight people. According to the minister, this can be explained “by the lack of recognition and acknowledgement experienced by bi+ people, which can result in internalized stigma and lack of self-acceptance”. In short, lack of acceptance, inclusion and recognition in society can weigh heavily on the well-being of bi+ people. In healthcare, there is still little attention to the reduced well-being of bi+ people. Bi+ Nederland also signals that healthcare is not very bi+ inclusive (e.g. in language, knowledge, unbiased action).

Problems at work

Bi+ people also report more problems at work than people with a monosexual orientation. For instance, they report more experiences of unwanted behavior from colleagues, unequal opportunities at work and unpleasant working conditions. They are also much less likely to be open about their sexual orientation. Currently, Bi+ Nederland and Leiden University are conducting an exploration of the experiences of bi+ people on the labour market, in order to gain more insight into what exactly the experiences are of bi+ people and how the unfavorable differences can be explained and understood. The results will be used to disseminate insights and tools on how to improve the position of bi+ people on the labour market.

Little attention to bi+ in education

Schools pay much less attention to bi+ than to homosexuality. This while students more often report bi+ attraction than homosexual attraction (SCP 2021; not referenced to in the letter). The minister states that schools in primary and secondary (special) education are legally obliged to pay attention to dealing respectfully with sexual diversity within the core objectives. They must also ensure a socially safe environment. The fact that bi+ pupils (29%) are more than twice as likely to have ever been bullied than heterosexual, gay and lesbian pupils (12%) confirms that positive attention for bi+ at school is badly needed. The minister named some initiatives he supports, such as the subsidy to the alliance Kleurrijk en Vrij (Colourful and Free) (consisting of COC, TNN, NNID and Bi+ Nederland), which works, among other things, on improving LGBTIQ+ equality in education through gender and sexuality alliances (gsa’s) and education in schools.

International

The Netherlands is the first country to fund an advocacy organization specifically for bi+ people. As a result, Bi+ Nederland views it as its responsibility to take a leading role in international community and coalition building. Global online meetings organized by Bi+ Nederland contribute to this. Furthermore, in Europe bi+ equality, advocacy and organizing is still really in its infancy compared to other groups within the LGBTIQ+ community. Bi+ Nederland is also committed to improving this.

More decisiveness desired

Bi+ Nederland would like to add a critical note. The minister identifies problems and lack of attention in three areas, yet does not announce any concrete measures:

  • The minister states that as many as 52% of bi+ women have experienced physical sexual violence compared to 27% of lesbian women and 21% of heterosexual women. Although this problem has been known to the government for years, even in this parliamentary letter, no initiatives or measures are announced to better explore and improve prevention and assistance to bi+ people.
  • The previous minister van Engelshoven already promised in 2021 that there will be research on societal attitudes towards bi+ people, following similar research on gay, lesbian, transgender and intersex people. We would like to see Minister Dijkgraaf, as decisive commissioner of the LGBTIQ+ monitor, ensure that this research finally takes place.
  • For more attention to bi+ in schools and education, the minister heavily relays responsibility towards LGBTIQ+ organizations. Schools and teaching materials remain out of the picture. Bi+ Nederland would like to see research into social safety not only about homosexuality and transgender people, but also about bi+ (and intersex and asexuality). More attention to bi+ knowledge and inclusion is needed in teaching materials, educational training and in-service training for teachers.

Social norm and exemplary behavior

It is positive that the minister wants to start a dialogue with civil society to draw attention to bi+ equality and problems of bi+ people. We would like to see the minister formulate concrete requests in this regard, as we note that this type of action has so far led to few visible results. Finally, we commend the minister for setting a social norm with this parliamentary letter in which bi+ equality and non-discrimination are explicitly mentioned. This provides the recognition, visibility and exemplary behavior that is sorely needed.

About Bi+ Nederland

Bi+ Nederland is the Dutch equality organization for bi+ people and bi+ inclusion. Our goal is to promote a bi+ inclusive society in which every individual in the Netherlands can experience love, lust, desires and relationships, regardless of established norms and expectations around gender, sex, sexual orientation and relationship forms, while taking into account mutual consent, respect for each other and equality.” Our vision is that by 2030, bi+ will be seen as a natural, positive and fully-fledged sexual orientation in the Netherlands. To achieve this, we work on community building, knowledge development and dissemination, use of communication and media, advocacy and policy. More information or want to contact us? Please send an email to info@biplus.nl.

Persbericht Bi+ Nederland: Allereerste kamerbrief over bi+ emancipatie geeft erkenning en agendeert 

Read this press release in English here.

Op 28 juni 2023 ontving de Tweede Kamer een brief van minister Dijkgraaf over de emancipatie van bi+ personen. Het is voor het eerst dat de groep van ongeveer 1 miljoen mensen die op meer dan één gender vallen deze politieke aandacht krijgt. 

Politieke primeur

De kamerbrief over bi+ emancipatie is een primeur. Voor het eerst wordt op het hoogste politieke niveau zo nadrukkelijk en uitvoerig specifiek aandacht besteed aan de emancipatie van bi+ mensen. Robbert Dijkgraaf, minister van OCW, beschrijft in een 6-pagina’s tellende brief wat de resultaten zijn van enkele uitgevoerde onderzoeken, welke maatregelen hij als coördinerend minister van emancipatie al kan nemen en waar nog extra inzichten voor nodig zijn. De brief komt voor uit een toezegging aan Tweede Kamerlid Songül Mutluer (PvdA).

Bi+ emancipatie meer op de kaart

Deze kamerbrief zien we als een bevestiging dat bi+ emancipatie ook binnen de landelijke overheid nu echt op de kaart staat. Centraal in de brief staat:

  • De enorme politieke erkenning van de problemen waar bi+ mensen mee te maken hebben en het gebrek aan zichtbaarheid en aandacht daarvoor.
  • Bi+ is nu de gangbare term geworden en vervangt de minder inclusieve en smallere term biseksualiteit. In de brief wordt bi+ omschreven als ‘een parapluterm waar verschillende termen onder kunnen vallen, zoals biseksueel, pan of non-monoseksueel’. Er is begrip van bi+ versus monoseksuele oriëntaties. Monoseksuele mensen vallen op één gender en dit betreft dus hetero, lesbische en homo mensen.
  • De grote inzet van Bi+ Nederland in community building, ontwikkeling van instrumenten en campagnes gericht op bi+ emancipatie, het aanjagen van onderzoek en verzamelen van kennis droegen hieraan bij, zodat de minister nu gerichter beleid kan voeren en actie kan ondernemen.
  • De minister steunt community vorming en verdere emancipatie van de grote groep mensen die op meer dan één gender valt. Daarbij verwijst hij naar Bi+ Nederland, de verschillende allianties die zich actief inzetten voor lhbtqi+ emancipatie en internationale organisaties.
  • Het aantal concrete maatregelen en onderzoeken die in de brief worden aangekondigd, valt tegen.

Combinatie van onbekendheid, diversiteit en onzichtbaarheid

De minister stelt dat de maatschappelijke verwachting dat mensen op één gender vallen, tot gevolg kan hebben dat een bi+ oriëntatie vaak niet als volwaardig en als iets tijdelijks gezien. Maar liefst 83% van de bi+ personen zou willen dat hun seksuele oriëntatie serieuzer genomen wordt. De minister erkent dat de combinatie van onbekendheid, onzichtbaarheid en diversiteit (onder bi+ mensen) kan leiden tot vooroordelen over bi+ personen en tot uitsluiting van deze groep in zowel de hetero als de lhbtiq+ gemeenschap. Hij verwijst naar onderzoek waaruit blijkt uit dat bi+ mensen zich thuis voelen in de bi+ gemeenschap en ook steeds meer in de bredere lhbtiq+ gemeenschap. Dat is positief. De minister ondersteunt community-vorming actief door subsidie aan Bi+ Nederland.

Gebrek aan bi+ erkenning en herkenning gevolgen voor welzijn

De minister benoemt een aantal terreinen waar het welzijn van bi+ mensen achterblijft. Uit onderzoek blijkt dat maar liefst 33% van de bi+ personen psychisch ongezond is, ten opzichte van 13% van de lesbische/homo mensen en 11% van de hetero mensen. Volgens de minister is dit te verklaren ‘door het gebrek aan erkenning en herkenning die bi+ personen ervaren, wat kan resulteren in een geïnternaliseerd stigma en gebrek aan zelfacceptatie’. Kortom, gebrek aan acceptatie, inclusie en erkenning in de samenleving kunnen zwaar drukken op het welzijn van bi+ mensen. In de gezondheidszorg is nog weinig aandacht voor het verminderde welzijn van bi+ mensen. Bi+ Nederland signaleert bovendien dat gezondheidszorg weinig bi+ inclusief (bv. in taal, kennis, onbevooroordeeld handelen) is.

Problemen op het werk

Ook op het werk rapporteren bi+ mensen meer problemen dan mensen met een monoseksuele oriëntatie. Zo rapporteren ze meer ervaringen met ongewenst gedrag van collega’s, ongelijke kansen op het werk en onprettige arbeidsomstandigheden. Ook zijn ze veel minder gemakkelijk open over hun seksuele oriëntatie. Op dit moment voeren Bi+ Nederland en de Universiteit Leiden een verkenning uit naar de ervaringen van bi+ personen op de arbeidsmarkt, zodat er meer inzicht komt wat precies de ervaringen zijn van bi+ personen en hoe de ongunstige verschillen verklaard en begrepen kunnen worden. De resultaten zullen worden gebruikt om inzichten en handvatten te verspreiden over het verbeteren van de positie van bi+ personen op de arbeidsmarkt.

Weinig aandacht voor bi+ op scholen

Scholen besteden veel minder aandacht aan bi+ dan aan homoseksualiteit. Dat terwijl scholieren vaker een bi+ aantrekking dan een homoseksuele aantrekking rapporteren (SCP 2021; niet in de brief benoemd). De minister stelt dat scholen in het primair en voortgezet (speciaal) onderwijs wettelijk verplicht zijn binnen de kerndoelen aandacht te besteden aan het respectvol omgaan met seksuele diversiteit. Ook moeten ze zorgen voor een sociaal veilig klimaat. Dat bi+ scholieren (29%) ruim twee keer vaker ooit zijn gepest dan hetero, homo en lesbische scholieren (12%), bevestigt dat positieve aandacht voor bi+ op school hard nodig is. De minister benoemt enkele initiatieven die hij steunt, zoals de subsidie aan de alliantie Kleurrijk en Vrij (COC, TNN, NNID en Bi+ Nederland) die onder andere werkt aan het bevorderen van lhbtiq+ gelijkheid in het onderwijs middels de gender and sexuality alliances (gsa’s) en voorlichting op scholen.

Internationaal

Nederland is het eerste land dat een belangenvereniging financiert die zich specifiek inzet voor bi+ mensen. Bi+ Nederland ziet het daardoor als haar verantwoordelijkheid om een trekkersrol te nemen in internationale community en coalitievorming. Wereldwijde online bijeenkomsten die Bi+ Nederland organiseert, dragen hiertoe bij. Verder staat in Europa bi+ emancipatie, pleitbezorging en organisatievorming nog echt in de kinderschoenen in vergelijking met andere groepen binnen de lhbtiq+ community. Bi+ Nederland zet zich ook hiervoor in om dit te verbeteren.

Meer daadkracht gewenst

Toch ook nog een kritische kanttekening. Op drie terreinen signaleert de minister problemen en gebrek aan aandacht, terwijl maatregelen of onderzoek uitblijven:

  • De minister stelt dat maar liefst 52% van de bi+ vrouwen te maken heeft gehad met fysiek seksueel geweld ten opzichte van 27% van de lesbische vrouwen en 21% van de heteroseksuele vrouwen. Hoewel dit probleem bij de overheid al jarenlang bekend is, worden er ook in deze kamerbrief geen initiatieven of maatregelen aangekondigd om preventie en hulpverlening aan bi+ mensen beter te verkennen en verbeteren.
  • De vorige minister van Engelshoven heeft al in 2021 toegezegd dat er onderzoek komt naar maatschappelijke opvatting tegenover bi+ mensen, in navolging van vergelijkbaar onderzoek homo, lesbische, transgender en intersekse mensen. We zien graag dat minister Dijkgraaf als daadkrachtig opdrachtgever van de lhbtiq+ monitor erop toeziet dat dit onderzoek eindelijk plaatsvindt.
  • Voor meer aandacht voor bi+ op scholen legt de minister de bal sterk bij lhbtiq+ organisaties. Scholen en lesmaterialen blijven buiten beeld. Bi+ Nederland ziet graag dat onderzoek naar sociale veiligheid niet alleen over homoseksualiteit en transgender gaat, maar ook over bi+ (en intersekse en aseksualiteit). Ook is er aandacht nodig voor bi+ kennis en inclusie in lesmaterialen, onderwijsopleidingen en bijscholingen voor docenten.

Sociale norm en voorbeeldgedrag

Het is positief dat de minister met het maatschappelijke middenveld in gesprek wil gaan om bi+ emancipatie en problemen van bi+ mensen onder aandacht te brengen. We zien graag dat de minister hierin concrete verzoeken formuleert, want we constateren dat dit type acties tot nu toe tot weinig zichtbaar resultaat heeft geleid. Tot slot, prijzen we dat de minister met deze kamerbrief een sociale norm stelt waarin bi+ emancipatie en non-discriminatie expliciet wordt benoemd. Dit biedt de erkenning, zichtbaarheid en het voorbeeldgedrag dat hard nodig is.

Over Bi+ Nederland

Bi+ Nederland is de landelijke emancipatie organisatie voor bi+ mensen en bi+ inclusie. Ons doel is het bevorderen van een bi+ inclusieve samenleving waarin elk individu in Nederland liefde, lust, verlangens en relaties kan ervaren, los van vaststaande normen en verwachtingen rondom sekse, gender, seksuele oriëntatie en relatievormen, en met inachtneming van wederzijdse toestemming, respect voor elkaar en gelijkwaardigheid.” Onze visie luidt dat in 2030 bi+ als een vanzelfsprekende, positieve en volwaardige seksuele oriëntatie gezien in Nederland. Om dit te bereiken werken we aan gemeenschapsvorming, kennis ontwikkeling en verspreiding, inzet van communicatie en media, pleitbezorging en beleid. Meer informatie of contact? Mail naar info@biplus.nl.

Labels voor jezelf kunnen kracht geven

Labels voor jezelf kunnen kracht geven

Aisha (zij/haar) is vrijwilliger bij Bi+ Nederland. Ze is onderdeel van Team Kennis en Team Diversiteit & Inclusie. Daarnaast helpt ze ook mee met het organiseren van de jaarlijkse Bi+ Dag.

“Wie ben ik?” Een vraag die we onszelf allemaal wel eens hebben gesteld. Zoals over seksuele oriëntatie: tot wie voel ik mij aangetrokken en hoe noem ik dat dan? Maar er zijn meer onderdelen van identiteit waar deze vraag over kan gaan. En als je eenmaal de deur open hebt gegooid voor het ene, welke andere deuren zijn er dan nog meer? Identiteitsontwikkeling: een belangrijk thema voor bi+ mensen en Bi+ Nederland. Voor mij was het een persoonlijke zoektocht, waarmee ik meer moed en rust heb gevonden.

Door Aisha Sie

Labels voor jezelf kunnen kracht geven

Als puber was ik er he-le-maal klaar mee: opzouten met al die labels. Als geboren en getogen Nederlandse van Chinees-Indonesische afkomst had ik genoeg ervaring met aannames die over mij heen werden gestort van buitenaf. Ik was direct herkenbaar als “anders” dus ik had maar te dealen met dat label. En vooral met de interpretatie die andere personen daarbij hadden. Dus in mijn rebelse tienerjaren besloot ik “gewoon mezelf” te zijn, een poging om anderen hun labels teniet te doen.

Pas veel later realiseerde ik mij: iets benoemen maakt het herkenbaar en tastbaar. Voor jezelf, maar ook voor anderen. Dat geldt voor heel veel dingen, maar zeker ook voor identiteit. Door iets wat jij persoonlijk ervaart een concreet woord te geven, ben jij niet alleen met die ervaring. Dat woord helpt om dat deel van jezelf uit te leggen aan een ander zonder het wiel opnieuw te hoeven uitvinden hoe je dat omschrijft.

Oftewel: taal is kracht. “Al die letters” in de queer gemeenschap zijn een weergave van onze taal, onze gedeelde woordenschat. Die woordenschat is ons geschenk van empowerment aan elkaar om onszelf en anderen te herkennen én erkennen. Zo zien jonge vrouwen zichzelf steeds vaker niet meer als hetero en gebruiken allerlei labels, blijkt uit recent onderzoek in het Verenigd Koninkrijk. En het vermoeden is: mogelijk lukt dit juist door die snelle ontwikkeling van taal rondom seks en seksualiteit.

Over dit ontzettend interessant onderzoek volgt binnenkort een apart artikel!

Queer genoeg
Mijn zoektocht naar identiteit met bijbehorende taal vond vooral plaats in de zomer van 2019. Al tientallen jaren beschouwde ik mezelf als “een beetje bischierig” maar ook “niet echt queer”, alleen maar een “ally”. Ik had namelijk nul praktijkervaring met vrouwen, alleen mijn huidige partner – een cis hetero man. Maar vlak voor mijn 35e verjaardag, ging ik toch op zoek naar andere vrouwen met datzelfde gevoel. Google bracht mij naar een blog waarin ik las (vertaald uit het Engels):

“Dit is het belangrijkste wat ik heb geleerd: ik bepaal zelf wat ik voel en hoe ik dat voel. Ook al ben ik samen met een man, dat betekent niet dat ik vrouwen niet leuk kan vinden. En hoe kan ik weten dat ik vrouwen leuk vind zonder dat ik intiem ben geweest met een vrouw – tja, ik vond jongens leuk voordat ik er eentje had gezoend. Waarom kan ik meiden niet leuk vinden zonder er eentje te zoenen? Ik heb geen zij-aan-zij vergelijking nodig om te weten tot wie ik mij aangetrokken voel.”

Bam. Dat was ik ook. Zo kwam ik de term “bi+” tegen via Bi+ Nederland, met meer mensen die deze ervaring deelden. Daardoor vond ik de moed om te zeggen: ja, ik ben bi+.

En voor mij was dat op dat moment genoeg: andere mensen zoeken wellicht meer specifieke termen zoals panseksueel. Maar juist de openheid van bi+ als parapluterm voor iedereen die valt op meer dan één geslacht, met alle ruimte voor diversiteit daarbinnen, voelde voor mij juist goed.

 …en toch…
Zomer 2022. Drie jaar lang bleef stiekem meer aan mij knagen. Bi+ was toch niet helemaal genoeg, want dat zegt alleen iets over: tot wie voel ik mij aangetrokken? Ik kwam een nog bredere woordenschat tegen die mij weer deed nadenken. Op de (Engelstalige) AVENwiki vond ik namelijk woorden die het aseksualiteit spectrum omschreven, waarmee ik mijzelf een nieuwe vraag stelde: hoe(veel) voel ik mij aangetrokken en op basis waarvan? En op de (ook Engelstalige) Gender Wiki vond ik woorden die het gender spectrum omschreven, waarmee ik mijzelf ook de vervolgvraag stelde: welk gender ben ik zelf nou eigenlijk?

Die woorden hielpen mij enorm, omdat ik vóór deze zoektocht altijd al het gevoel had van “anders” zijn, meer dan hetgeen waar anderen mij mee bestempelden. Allemaal dingen die ik onder het “gewoon mezelf” had gestopt. Maar omdat ik het zo vaag had gehouden wegens de aannames van anderen, had ik het ook vaag gehouden voor mijzelf. Het benoemen van deze onderdelen van wie ik ben gaf mijzelf kracht: er is geen grotere kennis dan zelf-kennis.

Dus: wie ben ik?
Eerst even dit: wie weet hoe onze gedeelde woordenschat zich verder ontwikkelt in de toekomst. Misschien kom ik dan nóg betere woorden tegen. Maar voor nu ben ik een Nederlandse bi+ gray-ace demigirl (zij/haar) van Chinees-Indonesische afkomst. Zowel “gray-ace” als “demigirl” (Engelstalige links) bevinden zich ergens tussenin op respectievelijk het spectrum van aseksualiteit en het gender spectrum: breaking the binary op meerdere vlakken. Dat was voor mij mogelijk omdat bi+ zijn al de binaire monoseksualiteit (“je bent hetero óf je bent homo”) doorbreekt: dit gaf mij de ruimte om ook andere binaire aannames ter discussie te stellen.

Voor mij zijn deze labels geen hokjes: het een sluit het ander niet uit. Het zijn omschrijvingen van verschillende onderdelen van mijzelf. Daarom geeft het mij een mate van innerlijke rust om ze te hebben, om mezelf op dit diepgaande niveau te kennen. Ik hoop dat meer mensen deze rust kunnen vinden door op zoek te gaan naar woorden die bij hen passen.

Labels met aannames van anderen ontnemen onze kracht, maar labels voor jezelf kunnen juist kracht geven. Dat is wat de kracht van taal zou moeten zijn.

Meer weten over aseksualiteit: NOA – Nederlandse Organisatie Aseksualiteit 
Meer weten over genderdiversiteit en non-binair zijn: Transgender Info