Schokkend aantal bi+mensen ervaart seksueel en huiselijk geweld

Schokkend aantal bi+mensen ervaart seksueel en huiselijk geweld

Maar liefst 44% van de bi+ vrouwen en bijna een kwart van de bi+ en homo mannen en lesbische vrouwen heeft het afgelopen jaar seksueel geweld meegemaakt. Onder hetero’s komt dit ook veel voor (14% hetero vrouwen, 6% hetero mannen), al is dat duidelijk minder. Dit blijkt uit de CBS preventiemonitor huiselijk en seksueel geweld onder ruim 30.000 mensen van minimaal 16 jaar. Seksueel geweld omvat hier fysieke, niet-fysieke en online vormen van seksuele intimidatie en geweld, binnen en buiten de huiselijke kring. Het gaat dus niet alleen om partnergeweld.

Dat bi+ vrouwen topscoorders zijn in het meemaken van seksueel geweld is al langer bekend (zie Factsheet Bi+ Nederland en onderzoek Rutgers). In de CBS monitor geldt dit voor alle onderzochte vormen van seksueel geweld. Bi+ Nederland merkt op dat aandacht voor bi+ -ondanks deze dramatische cijfers- stelselmatig ontbreekt in seksueel geweld preventie, educatie, campagnes, programma’s en onderzoek. Die gaan bijna altijd over hetero’s. Er is tenminste zelden expliciete aandacht voor seksuele oriëntatie en bi+. Hoe kan dit?

Bi+ Nederland merkt op dat aandacht voor bi+ stelselmatig ontbreekt in seksueel geweld preventie, educatie, campagnes, programma’s en onderzoek.

Dat bi+ vrouwen (21%) én bi+ mannen (15%) ook het vaakst geweld achter de voordeur meemaakten in het afgelopen jaar is nieuw. Onder homo en lesbische mensen is dit 11%, onder hetero vrouwen 9% en onder hetero mannen 7%. In deze CBS monitor wordt geweld achter de voordeur beschreven als ‘huiselijk geweld’, waarbij het gaat om vormen van geweld zoals verbale agressie, fysiek geweld, dwingende controle, stalking en seksueel geweld die gepleegd worden door iemand uit de huiselijke kring (gezins- en familieleden en eventuele (ex-)partners). Deze CBS monitor laat zien dat binnen LHBTI+ emancipatie naast homofoob geweld in het openbaar ook aandacht nodig is voor seksueel geweld en geweld in huiselijke kring, want bi+, homo en lesbische mensen ondergaan dit vaker. Uit ander onderzoek is bekend dat trans personen vaak seksueel geweld meemaken.

De grote vragen achter deze schokkende cijfers is: ‘Waarom, en wat nu?’ Waarom lopen bi+ vrouwen en bi+ mannen meer risico? We weten het niet, want er is nooit onderzoek gedaan naar achterliggende factoren.

Bi+ Nederland heeft ook geen verklaring voor waarom bi+ mensen meer risico lopen op (seksueel) geweld in huiselijke kring, behalve dát dit dus de realiteit is. Er doen wel speculaties de ronde, maar die houden vooral verband met vooroordelen en zijn niet gebaseerd op onderzoek. Wij denken echter dat het doorgronden van meer seksueel geweld en geweld achter de voordeur bij bi+ mensen genuanceerder en complexer ligt. We kennen de verhalen van bi+ mensen en hun seksualiteits- en gezinservaringen niet, want die zijn nog nooit goed opgetekend en geanalyseerd. Ook weten we niet of bi+ mensen anders of minder vaak hulp zoeken en vinden. Er is weinig bekend of preventie-gerichte educatie en seksuele vorming aansluit bij de behoeften van bi+ mensen en jongeren. Desalniettemin staat buiten kijf dat zowel seksueel geweld als geweld achter de voordeur een immense en langdurige impact kan hebben in iemands leven.

Bi+ Nederland heeft er in het eerste jaar van haar bestaan voor gekozen om vooral te werken aan het opbouwen van een gemeenschap vanuit positiviteit. Dat is nodig, want er is veel schaamte en gebrek aan openheid uit angst voor onbegrip en afwijzing. Dit komt onder andere door de negatieve associaties over biseksualiteit die in de samenleving bestaan. In het verleden was er onder biseksuele mensen soms een gedeeld gevoel van slachtofferschap. Dat is enerzijds begrijpelijk in een samenleving met een monoseksuele norm, maar anderzijds brengt het ons niet verder. We proberen daarom altijd te werken vanuit positiviteit, maar we zien dat het echt nodig is om aandacht te vragen voor seksueel geweld onder bi+ mensen. Alleen met aandacht gaan we dit veranderen en doorbreken. Net als bij andere emancipatie-bewegingen weten we dat zwijgen nooit helpt. Daarom pleiten we om onderzoek naar de factoren en naar de verhalen, willen we bewustwording dat huidige aanpakken niet van zichzelf bi+ inclusief zijn (en zeer waarschijnlijk heteronormatief) en pleiten we voor meer bi+ inclusieve preventie en hulpverlening voor bi+ mensen.

Interview met Dr. Emiel Maliepaard (deel 1)

Interview met Dr. Emiel Maliepaard (deel 1)

Dr. Emiel Maliepaard is bekend als de eerste Nederlandse onderzoeker die promoveerde op het thema biseksualiteit. Ook was hij mede-organisator van European Bisexuality Conference 2016. Momenteel werkt hij als onderzoeker bij Atria, kennisinstituut voor emancipatie. Zijn nieuwste wapenfeit is het boek Bisexuality in Europe (online gratis beschikbaar) dat hij als redacteur uitbracht bij het gerenommeerde Routledge. Dit boek geeft een podium aan bi+ onderzoekers in Europa en laat de diversiteit aan bi+ onderzoek zien. Jantine van Lisdonk interviewde hem naar aanleiding van dit boek.

Dit eerste deel gaat over de totstandkoming van dit boek, eye-openers voor hemzelf en zijn visie over hoe het gaat met bi+ onderzoek en waar het naartoe moet. In het tweede deel, geeft hij zijn blik over internationale koplopers in bi+ onderzoek, emancipatie en organisatievorming en hij positioneert Nederland.

Hoe kwam het dat je je als onderzoeker op biseksualiteit bent gaan richten?

Ik deed tijdens mijn studie sociale geografie onderzoek naar het nachtleven van gay mannen in Brighton, Engeland. In de universiteitsbibliotheek kwam ik toen het boek Bisexual spaces van Clare Hemmings tegen. Dat boek opende mijn ogen. Er was binnen de de sociale geografie nog heel weinig over biseksualiteit bekend en dat was een reden om daar in te duiken. Ik zag hierin een academische uitdaging en wilde biseksuele mensen meer in the picture zetten. Mijn proefschrift ging daarom over biseksualiteit. Ook daarna bleef ik me erop richten. Ik vind het belangrijk om biseksualiteit meer zichtbaar te maken. Ook wil ik vanuit een perspectief van biseksualiteit een bijdrage leveren aan bredere debatten in de sociologie, psychologie en andere disciplines. Verder zoek ik de verbinding met sociale theorieën, zoals practice theorie en assemblage theorie, die ook in het boek Bisexuality in Europe aan bod komen.

Hoe kwam je met het idee voor dit boek Bisexuality in Europe?

Na de European Bisexual Research Conference (EuroBiReCon) die in 2016 in Amsterdam plaatsvond, had ik het idee voor een Europees boek. Op de onderzoeksdag van de conferentie waren veel Europese onderzoekers aanwezig en ik wilde hier een vervolg aangeven. Een boek is er toen niet gekomen, maar we maakten wel een special issue in het Journal of Bisexuality. Biseksualiteit is sindsdien meer in de aandacht gekomen en de tijd is nu meer rijp voor een boek. Samen met Renate Baumgartner, die dezelfde drive had als ik, hebben we dit boek van de grond gekregen.

Was het makkelijk om auteurs te vinden?

Ja, auteurs konden we heel makkelijk vinden. Er zijn inmiddels best veel onderzoekers bezig met biseksualiteit en Renate en ikzelf hebben een behoorlijk netwerk opgebouwd. In Europa zijn dat vooral jonge onderzoekers die kwalitatief onderzoek doen, vaak als enige binnen hun discipline of vakgroep. Het boek bestaat uit hoofdstukken waarin elke auteur schrijft over het eigen onderzoek. Dit geeft een up to date beeld van wat er allemaal voor bi+ onderzoek is in Europa. De auteurs zijn een combinatie van senior en jonge wetenschappers en promovendi.

En uitgevers, stonden die open voor het thema biseksualiteit?

Ja, dit is het allereerste boek over biseksualiteit in Europa. Voor de uitgever Routledge was het juist aantrekkelijk dat het om een ‘nieuw’ onderwerp gaat. In Amerika, Engeland en Australië waren er al boeken verschenen, maar nog nooit in continentaal Europa. Dit jaar publiceerde Nikki Hayfield al het boek Bisexuality and Pansexuality dat zeker voor studenten interessant is. Ons boek is meer voor studenten, wetenschappers en lezers die al basiskennis over biseksualiteit hebben.

Wat zijn de kernthema’s in jullie boek?

De onderzoekers mochten over alle thema’s schrijven en we gaven ze vooraf geen lijst met thema’s mee. Uiteindelijk gaan veel hoofdstukken over de kernthema’s relaties en identiteit. Het derde kernthema is burgerschap en dat richt zich op de verhouding tussen burger en staat of samenleving.

Wat waren voor jou interessante eye-openers in het boek?

Ik vond het hoofdstuk van Zeynab Peyghambarzadeh over biseksuele asielverhalen bijzonder interessant. Ze doet onderzoek vanuit een minder Europese visie. Daardoor kan ze goed onder woorden brengen hoe in Europa wordt gekeken naar LHBT en hoe daarin hokjesdenken vanzelfsprekend is, terwijl dit in andere culturen veel minder aanwezig is. Dan kan het lastig zijn om een goed asielverhaal vorm te geven dat voor mensen van hier te begrijpen is. Het hoofdstuk van Nikki Hayfield over de bi-dar en de pan-dar (red: als variatie op de gay-dar, dat je als een ‘radar’ mensen kunt herkennen die gay zijn) vond ik leuk. Het blijkt uit experimenten dat mensen gay mannen makkelijker herkennen dan bi en pan mensen. Verder is Annukka Lahti heel vernieuwend door te kijken naar relaties als ‘assemblages’ (netwerken), waarbij ze zich theoretisch baseert op het werk van Deleuze en Guattari. Bi+ is niet iets wat je hebt of bent, maar een becoming dat zich blijft ontwikkelen in assemblages. Zo kan elke relatie, als assemblage, voor jou en ook voor anderen net iets anders zijn.

In het slothoofdstuk zeggen Renate Baumgartner en jij dat toekomstig onderzoek verder zou moeten gaan dan ‘reparative studies’. Jullie willen een ander type onderzoek. Kun je dat uitleggen?

Onderzoek dat zich richt op ruimte, aandacht, zichtbaarheid en erkenning van biseksualiteit in bepaalde vakgebieden zijn “reparative studies”. Ze gaan vaak over (on)zichtbaarheid binnen wetenschap en samenleving en zijn gericht op veilige thema’s als identiteit, zelfbenoeming en discriminatie. Het brengt in beeld hoe biseksuele mensen zichzelf zien en noemen, hoe ze leven en hoe ze worden behandeld door anderen. Dat is een belangrijke eerste stap die nodig is geweest. Maar ik vind dat het tijd is dat we ook verder kijken en ons gaan richten op minder veilige thema’s. Onze onderzoeken moeten meer gaan integreren met LHBT en queer studies. Daarnaast moeten we een bredere academische bijdrage gaan leveren, bijvoorbeeld aan de wetenschap van seksualiteit, sociale theoriën en gezondheidswetenschappen. Kortom, ik zie graag dat onderzoekers meer gaan bijdragen aan mainstream wetenschap in plaats van studies over biseksualiteit als subdiscipline. Inzichten in binaire man/vrouw normen en hetero/homo normen vanuit een perspectief van biseksualiteit kunnen ook worden toegepast op andere thema’s dan LHBTI vraagstukken.

Hoe komt het dat we in Europa nog vooral kleinschalige studies hebben over biseksualiteit?

In Europa zijn de meeste studies over biseksualiteit inderdaad kleinschalig, verkennend, kwalitatief en meestal uitgevoerd door één onderzoeker. In Amerika en Engeland bestaan al enkele groepjes wetenschappers die met elkaar samenwerken in teams. In Amerika kan het makkelijker zijn om grote financiering te krijgen waardoor meer omvangrijke onderzoeken worden uitgevoerd. Ook zijn daar grote bevolkingsstudies die mooie kwantitatieve onderzoeken mogelijk maken. Verder kan het meespelen dat we in Europa veel verschillende talen spreken. Veel van de onderzoeken in Europese landen verschijnen niet in het Engels, waardoor ze niet bekend worden bij internationale onderzoekers en helaas daardoor minder bijdragen aan de internationale wetenschap in de Engelse voertaal.

We hebben nu het grote bi+ onderzoek lopen over de ervaringen en behoeften van bi+ mensen in Nederland. Gefinancierd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, laat Bi+ Nederland dit onderzoek uitvoeren door een consortium van onderzoekers van verschillende Nederlandse universiteiten en kenniscentra, waaronder jijzelf. Dat onderzoek is kwantitatief en kwalitatief. Hoe zie jij dit onderzoek?

Ik merk vooral dat andere onderzoekers in het buitenland het bijzonder vinden dat de Nederlandse overheid dit onderzoek financiert. Dat is echt uniek.

Je hebt vast veel mooie reacties gehad op je nieuwe boek. Wat is je bijgebleven?

We hebben inderdaad veel aandacht gehad. Het is ook een voordeel dat het online gratis gelezen kan worden en open access, zodat het toegankelijk is voor iedereen. Ik heb veel complimenten gehad uit Europa en uit de Verenigde Staten dat het echt een goed boek is. De mooiste reactie vond ik dat iemand zei: ‘Als ik jong was en was gaan beginnen met dit onderzoek dan had ik dit boek willen hebben.’ Het is echt mooi dat we Europese bi+ en biseksuele onderzoekers een podium hebben kunnen geven voor hun werk.

Het online boek Bisexuality in Europe is gratis en beschikbaar voor iedereen.

Het ingebonden boek is op dit moment beschikbaar voor £96 (Britse pond).
In 2021 komt er een goedkopere paperback uitgave.

Eind maart 2021 verschijnt het onderzoeksrapport over de survey bevindingen van het grote bi+ onderzoek, gevolgd door een onderzoeksrapport over het kwalitatieve onderzoek in najaar 2021.

Lees hier deel 2 van het interview met Emiel Maliepaard

Interview met Dr. Emiel Maliepaard (deel 2)

Interview met Dr. Emiel Maliepaard (deel 2)

Dr. Emiel Maliepaard is bekend als de eerste Nederlandse onderzoeker die promoveerde op het thema biseksualiteit. Ook was hij mede-organisator van European Bisexuality Conference 2016. Momenteel werkt hij als onderzoeker bij Atria, kennisinstituut voor emancipatie. Zijn nieuwste wapenfeit is het boek Bisexuality in Europe (online gratis beschikbaar) dat hij als redacteur uitbracht bij het gerenommeerde Routledge. Dit boek geeft een podium aan bi+ onderzoekers in Europa en laat de diversiteit aan bi+ onderzoek zien. Jantine van Lisdonk interviewde hem.

In dit tweede deel, geeft hij zijn blik over internationale koplopers in bi+ onderzoek, emancipatie en organisatievorming en positioneert hij Nederland. In het eerste deel ging het over de totstandkoming van boek Bisexuality in Europe, eye-openers voor hemzelf en zijn visie over hoe het gaat met bi+ onderzoek en waar het naartoe moet.

Wat is jouw beeld over bi+ onderzoek en bi+ organisaties in andere landen? Welke landen zijn echt koplopers, vind je?

In Europa is Groot-Brittannië echt een koploper. Er is veel onderzoek en er zijn allerlei promovendi die zich richten op biseksualiteit. Ook is Groot-Brittannië sterk in organisatievorming. Ze houden al lange tijd een grote jaarlijkse Bisexual Conference (BiCon) en hebben allerlei lokale clubjes en netwerken. Duitsland heeft ook relatief veel lokale netwerken en organisaties, maar daar is de landelijke organisatievorming beperkter. In Nederland hadden we veel lokale initiatieven in de jaren negentig, maar die bestaan nauwelijks meer. Australië heeft mooie en goede onderzoeken gedaan en daar is echt sprake van wisselwerking tussen onderzoek en bi+ netwerken. Amerika is vooral sterk in kwantitatief mentale gezondheidsonderzoeken, maar juist minder in kwalitatief onderzoek.

En bi+ inclusief beleid? Welke landen zijn goede voorbeelden?

Dat is eigenlijk overal nog beperkt. Ik merkte dat de internationale onderzoekers bij de EuroBi(Re)Con 2016 in Amsterdam het heel bijzonder vonden dat een wethouder, iemand uit de politiek, de moeite deed om deze conferentie te openen. In het buitenland vinden ze het ook erg interessant dat onze landelijke overheid het huidige bi+ onderzoek over de ervaringen en behoeften van bi+ mensen financiert. Maar bi+ beleid is nog vrij afwezig in Nederland en internationaal. Dit komt enerzijds omdat er geen interesse en dus weinig vraag naar is. Er wordt zelden door beleidsmakers gevraagd aan wetenschappers en experts wat belangrijke kernthema’s voor bi+ zijn. Het beeld is soms nog dat aandacht voor homoseksualiteit vanzelf ook positief doorwerkt voor bi+ en transgender mensen, maar dat is niet zo. Aan de andere kant weten we ook nog onvoldoende wat dan goed bi+ inclusief beleid is. Antwoorden komen soms niet verder dan meer zichtbaarheid van bi+.

Bi+ inclusief beleid is precies wat Bi+ Nederland in 2021 wil gaan oppakken. We zijn bezig met hoe bi+ inclusief beleid eruit zou moeten zien en wat volgens ons de eerste stappen zijn om beleid bi+ inclusiever te maken. Het huidige bi+ onderzoek kan daar ook handvatten aan geven.

Het zou ook mooi zijn als er op hoog politiek of beleidsniveau aandacht voor bi+ is. In Amerika heeft Obama een keer een rondetafel met bi activisten georganiseerd in het Witte Huis. In Groot-Brittannië is er met Stonewall UK op hoog niveau aandacht geweest voor biseksualiteit. Dus het is niet alleen maar kommer en kwel. Dit soort momenten waarbij de doelgroep wordt benaderd en uitgenodigd zijn echt belangrijk. Die rondetafel in het Witte Huis is echt een mijlpaal geweest voor veel bi activisten, die zich daardoor gesteund en erkend voelden. Dat hebben we in Nederland nog niet gehad.

Het is inderdaad opvallend dat er door hooggeplaatste mensen wel aandacht is voor LHBTI in het algemeen, homoseksualiteit en ook steeds vaker voor transgender, maar nooit voor bi+. Wat zouden we in Nederland verder moeten doen en oppakken?

Onderzoek gaat niet alleen over kennis verzamelen, maar kan ook een push geven aan onderwerpen. Het Bisexuality Report uit 2012 onder leiding van de Britse Meg-John Barker heeft in heel Europa een iconische status gekregen. Dat rapport heeft veel betekend en het biedt inzicht. Het wordt daardoor echt gebruikt voor argumentatie. Het is belangrijk om kennis bij elkaar te krijgen in een mooi document en door goede mensen te laten uitvoeren die bekend zijn in de wetenschap en in de bi+ gemeenschap.

De nationale kennissynthese van Bi+ Nederland, de internationale kennissynthese van Atria, door jou geschreven, en ook de factsheet 2020 zijn eerste stappen in het verzamelen en aanbieden van beschikbare onderzoekskennis over bi+ in Nederland. Welke onderzoeken zijn volgens jou, naast het huidige bi+ onderzoek, nodig in Nederland?

Het lijkt me leuk en belangrijk als er meer aandacht komt voor relaties. Het is een kernelement in onze samenleving. Veel mensen zeggen dat een relatie ze stabiliteit en rust geeft en dat het goed is voor hun mentale welbevinden. Of dat ook geldt voor bi+ mensen dat is nog maar de vraag en ik hoor wisselende geluiden. Het kan rust bieden, maar soms ook weer niet. In de survey van het huidige bi+ onderzoek is er aandacht voor, maar het zou interessant zijn om een keer een hele survey over relaties te doen, gevolgd door interviews.

De aandacht voor relaties is inderdaad opvallend klein in beleid en onderzoek.

Ja, het is in Nederland vooral beperkt tot de psychologie en de seksuologie en bijna altijd gericht op hetero mensen. Een meer maatschappelijke blik ontbreekt.

Zijn er nog andere onderzoeken die je graag uitgevoerd ziet worden?

In onze samenleving gaat veel aandacht naar jonge mensen. Dat is natuurlijk belangrijk. Maar het zou juist ook boeiend zijn om eens onder oudere bi+ mensen onderzoek te doen. Hoe leiden zij hun leven? Het beeld is dat een bi+ oriëntatie minder relevant is naarmate mensen ouder worden en dat komt ook door het vooroordeel dat oude mensen seksloos zijn. Maar dat klopt natuurlijk niet. We weten nog weinig over de levensloop van oudere bi+ mensen. Hoe hebben ze hun leven geleefd, vanaf hun jeugd tot nu? Welke veranderingen in de samenleving hebben ze meegemaakt, hoe heeft dat hen gevormd en welke veranderingen in zichzelf hebben ze meegemaakt?

Dit is vanuit intersectionality zeker interessant.

Ja, inderdaad. Er is ook meer aandacht nodig voor mensen van kleur en mensen met een beperking. Relatief veel bi+ mensen hebben een of meerdere beperkingen.

Je zei eerder dat er in Nederland weinig lokale bi+ initiatieven meer bestaan. Hoe komt dat en wat is er nog wel?

In het onderzoek dat ik deed naar de bi-beweging sinds jaren negentig in Nederland bleek dat er vroeger veel meer lokale bi initiatieven waren. Nu bestaat alleen nog het bi-café in Nijmegen, een bi avond bij het COC in Arnhem, de bi kring in Amsterdam, en Bijou voor 30+ biseksuele vrouwen. Misschien was er vroeger meer nood om elkaar te ontmoeten, maar het is wel opvallend. Het kan belangrijk zijn dat er meer lokale bi+ clubjes en initiatieven komen. Bi+ Nederland is nog een vrij jonge organisatie en het is logisch dat ze zich niet meteen op lokale intiatieven richt. Maar het is wel belangrijk dat het weer komt. Het zou mooi zijn als dit organisch groeit.

Bi+ Nederland richt zich in deze beginfase eerst op het landelijke niveau om onszelf stevig op te bouwen. Maar het zit wel in ons achterhoofd voor een latere fase en om daarin meer te kunnen bieden. We willen alleen niet voortijdig imploderen door meteen teveel tegelijkertijd op te pakken. We stimuleren dat mensen in de bi+ facebookgroep zelf lokaal iets organiseren en elkaar ontmoeten en dat gebeurt ook.

Het is inderdaad een valkuil van veel vrijwilligers en bi activisten dat ze iets willen betekenen en dan teveel op zich nemen, omdat anderen het niet doen. In dat onderzoek naar de bi-beweging sprak ik ook met bi activisten en daaruit bleek dat sommigen er echt aan ten onder gingen omdat ze naast hun normale baan heel veel vrijwilligerswerk deden. Dat houd je niet lang vol. Je hebt genoeg schouders nodig die het dragen.

Het online boek Bisexuality in Europe is gratis en beschikbaar voor iedereen.

Het ingebonden boek is op dit moment beschikbaar voor £96 (Britse pond).
In 2021 komt er een goedkopere paperback uitgave.

Eind maart 2021 verschijnt het onderzoeksrapport over de survey bevindingen van het grote bi+ onderzoek, gevolgd door een onderzoeksrapport over het kwalitatieve onderzoek in najaar 2021.

Lees hier deel 1 van het interview met Dr. Emiel Maliepaard

Barbara Oud: “Met een baby aan de borst werd ik voorzitter van Bi+ Nederland”

Barbara Oud: “Met een baby aan de borst werd ik voorzitter van Bi+ Nederland”

Door Jantine van Lisdonk

Tijdens mijn laatste bezoek bij Barbara Oud thuis, was de woonkamer gevuld met zelfgemaakte pizza’s, drukke gesprekken en veel gelach van haar 4 gezinsleden en de kerngroepleden van Bi+ Nederland. Er kwamen toen veel verhalen naar boven over de jonge historie van Bi+ Nederland, evenals allerlei bi+ gerelateerde ontboezemingen.

Vandaag heeft de woonkamer een serene uitstraling. Jonah, haar dochter van 17 maanden, eet stukjes banaan, een huiselijk tafereeltje. De serene sfeer blijkt meer een stilte ná de storm te zijn. Nico, haar vriend, is net vertrokken naar een scoutingweek en de ochtend was chaotisch geweest met overal eet- en kampeerspullen in huis. Deze middag zal Barbara me vertellen over haar leven, hoe ze voorzitter van Bi+ Nederland werd en wat ze met deze organisatie wil bereiken. En ik ontfutsel haar guilty pleasure.

Vertel eens iets over jezelf. Wie ben je en waar kom je vandaan?
Ik woon in Purmerend in een rijtjeshuis met mijn vriend Nico en met 3 kinderen. Daarvan heb ik er 2 gratis gekregen en 1 zelf gemaakt met Nico. Het is leuk om te zien hoe de 2 tieners Sanne en Manouk omgaan met hun zusje Jonah van 17 maanden en hoe ze elkaar opzoeken. Ik ben gespecialiseerd in seksuele en gender diversiteit.

Hoe ben je tot dat specialisme gekomen?
Ik wilde als kind eigenlijk tropenarts worden. Maar ik was slecht in exacte vakken, dus geneeskunde was geen goed idee. Verder wilde ik heel graag in Amsterdam studeren. Ik wist niet goed wat en koos daarom voor een brede bachelor Algemene Sociale Wetenschappen, waarin je veel keuzevrijheid had. Ik richtte me eerst op de thema’s jeugd en internationale ontwikkelingsstudies, maar kreeg steeds meer interesse in Genderstudies. Het was heerlijk om te ontdekken dat er woorden waren voor wat ik denk en voel. Mijn ouders vonden het wel even wennen dat ik langer over mijn studie deed omdat ik Genderstudies wilde doen. Ik ben de enige uit mijn familie die een universitaire studie heeft gedaan. Mijn vader is manager in een automaterialenbedrijf en mijn moeder werd later schoonheidsspecialiste. Genderstudies stond heel ver van ze af. Uiteindelijk heb ik toch een onderzoeksmaster Genderstudies in Utrecht gedaan. Die studie was een cultuurschok. Ineens zat ik in een omgeving met vooral internationale studenten die veel filosofische discussies voerden, terwijl ik meer van het concrete ben. Ze trokken in die studie alle straatstenen onder je vandaan, waar je vervolgens zelf maar iets mee moest doen. Alles wat ik kende werd ontkracht, niets was meer goed en ik moest overal over nadenken. Ik kon niet meer ontspannen een film kijken, want ik had altijd die genderlens. Ik vond dat heel moeilijk en ik voelde niet dat de studie daarin begeleiding bood. Het was zwaar, maar toch had ik geen andere studie willen doen want het heeft me gevormd.

Kun je uitleggen hoe dat je heeft gevormd?
Hoe ik in het leven sta komt echt door Genderstudies en alles wat ik daar heb geleerd. Daarvóór was ik al wel met die dingen bezig, maar had ik er geen taal voor. Zonder die taal vond ik het vooral frustrerend om erover na te denken. Op het gebied van bi+ was dat ook zo. Ik wist wel dat ik ook op vrouwen viel, maar ik vond het ingewikkeld. Tijdens mijn studie ging ik naar Savannah Bay, een boekwinkel in Utrecht, en daar zag ik het boek van Robyn Ochs. Zij is een hele bekende Amerikaanse bi+ activiste. Zij heeft echt invloed op mij gehad dat ik me met bi+ ben gaan bezighouden en daar woorden voor vond. Daarom vind ik het ook heel tof dat zij dit jaar een workshop bij ons komt geven.

Je hebt je scriptie gedaan over verlangen en genot bij vrouwen en je bent je eigen onderneming Open & Bloot begonnen, gericht op seksualiteit en vrouwen. Hoe is je eigen seksuele ontwikkeling gegaan?
Ik was altijd heel hetero en was in mijn jeugd alleen geïnteresseerd in jongens. Niet omdat het zo hoorde, maar zo voelde ik dat echt. Vanaf mijn veertiende heb ik altijd vriendjes gehad, na elkaar of overlappend. Ik ben eigenlijk nooit niet vreemd gegaan. Als ik een vriendje had, dan zoende ik ook altijd met een andere jongen. Dat gebeurde gewoon, zo voelde het en dat was ook mijn overtuiging. Later las ik een boek over dat ‘het gewoon gebeurde’. Het was alsof ik over mijn eigen leven las. ‘Het gebeurde gewoon’ is een uitdrukking die meisjes gebruiken, omdat meisjes in onze samenleving de boodschap krijgen dat het niet oké is voor meisjes om seksueel dingen te doen en te willen. Het was de enige manier om mijn verhaal woorden te geven dat ik het heel leuk vond om met jongens te zoenen. Ik was altijd verliefd op meerdere mensen. Toen ik jong was, alleen op jongens. Ik ben vanaf mijn 15e acht jaar samen geweest met dezelfde jongen, later werd dat een open relatie. Toen ik 19 was vroeg hij opeens of ik zeker wist dat ik niet lesbisch was. Ik vertelde blijkbaar heel enthousiast over bepaalde meisjes, waardoor hij dacht dat ik daar verliefd op was. Dat was voor mij verwarrend. Hoe zit dat dan, dat ik met hem ben en op meisjes verliefd kan worden? Ik deed toen al Genderstudies en ook vakken over seksualiteit. Maar het ging daar nooit over biseksualiteit, waardoor het kwartje bij mij nog niet was gevallen. Ik twijfelde lang. Het schrijven van een paper (een werkstuk) over biseksualiteit was voor mij een stap daarin.

Op dat moment had je alleen seks met jongens?
Ja, ik was lang met mijn ex-vriend samen. Over seks met jongens leren we dat het gaat om seks met penetratie. Dat deed bij mij een aantal jaar lang pijn. Ik dacht altijd dat het fysiek was. Ik deed mee aan een onderzoek van een universiteit naar vaginisme, een vorm van pijn bij seks die vrouwen kunnen hebben. Daar deden ze lichamelijk onderzoek, en vertelde de onderzoeker dat het bij mij geen lichamelijk probleem is. Ik was terecht gekomen in een vicieuze cirkel: omdat ik verwachtte dat het pijn ging doen, deed het ook pijn. Toen ik daar achter kwam probeerde ik die cirkel te doorbreken, bijvoorbeeld door bewust extra te ontspannen. Beetje bij beetje ging het toen beter. Gelukkig maar, want ik weet dat dat niet vanzelfsprekend is voor mensen die pijn hebben bij seks. Inmiddels weet ik ook dat seks met jongens heel verschillend kan zijn. Seks met meisjes kwam pas later.

Heb je ook ervaring met vrouwen?
Ja, maar ik heb nooit een lange relatie gehad met een vrouw. Ik vond het fantastisch om tijdens het uitgaan met vrouwen te zoenen. Dat voelde zo anders dan met mannen. Dat geldt ook voor seks. Alle lichamen zijn natuurlijk verschillend, maar de zachtheid van het lichaam van de vrouwen waarmee ik gevreeën heb is echt anders dan van mannen. Ik vind het een niet per se fijner dan het ander. Ik heb nooit seks gehad met mensen die zichzelf niet als man óf vrouw zien. Nico en ik zijn ruim 6 jaar samen. We kenden elkaar daarvoor al, want we waren collega’s in een bakkerij in Purmerend. Ik was nog student en woonde in Amsterdam. Hij was een net gescheiden man met een buikje, 16 jaar ouder dan ik en vader van twee kinderen. We waren mega verschillend en werden toch ontzettend verliefd op elkaar. Vooral in het begin hadden mensen in onze omgeving moeite met onze relatie, maar dat is gelukkig niet meer zo. Mijn ouders vonden het bijvoorbeeld best wel lastig. Inmiddels is Nico dikke vrienden met mijn allebei mijn ouders. Wat ik bijzonder vind, is hoe je smaak door de tijd heen kan veranderen. Voordat ik met Nico samen was, vond ik mannen met een buikje niet aantrekkelijk. Toen ik verliefd op hem werd, was het net of er een extra deur in mijn brein openging. Ik zag overal mannen met buikjes waar ik me ineens toch aangetrokken toe voelde. Echt grappig om dat te ervaren!

Hoe ervaar je je seksuele oriëntatie nu en is dat veranderd in de tijd?
Vroeger zag ik mezelf als hetero. Ik heb me afgevraagd of ik lesbisch ben, maar zo heb ik me nooit gevoeld of genoemd. Ik ben toen overgestapt naar bi. Maar dat had wel een aanloop. Lang zei ik dat ik ook op meisjes val. Jezelf bi noemen, vond ik ingewikkeld. Want hoe weet je dat zeker? En wilde ik mezelf ook zo noemen? Het klinkt zo definitief. Het woord biseksueel heeft ook wel negatieve associaties, zoals vreemdgaan en niet te vertrouwen zijn. Het is toch ook vooral iets wat je doet. Het duurde daardoor ook lang voordat ik daar ook echt open over was. Doordat ik in mijn werk hiermee bezig ben, kan ik het er makkelijk over hebben met anderen. Uiteindelijk heb ik het wel over bi en biseksueel, omdat het voor zichtbaarheid belangrijk is. In de omschrijvingen van seksuele oriëntaties zou ik me beter pan kunnen noemen, want ik val niet op een bepaalde lichaamstypes. Ik kies er voor om bi te zeggen omdat ik het belangrijk vind dat die groep zichtbaar is en mensen daar iets aan hebben.

Het is dan meer vanuit je emancipatie gerichtheid en activisme dan voor jezelf?
Ja, inderdaad.

En hoe zie je bi+?
In de afgelopen jaren zijn we overgestapt van de term biseksualiteit naar bi+. Onder bi+ verstaan we alle mensen die vallen op mensen van meer dan één gender. Het gaat niet alleen over mensen die zichzelf bi noemen, maar ook om mensen die bi+ gevoelens en/of ervaringen hebben. Voor veel bi+ mensen gaat het echt om die gevoelens, en niet om het labeltje. Als je bi+ gevoelens of ervaringen hebt, dan gaat het niet per se over je identiteit. Dat is wat we willen meegeven. Ook laat de term bi+ meer ruimte over voor genderdiversiteit. Er zijn meer diversiteiten in gender dan alleen mannen en vrouwen. Er zijn mensen die non-binair zijn, die zich geen man óf vrouw voelen, of zich zowel man als vrouw voelen. We kiezen dus voor de term bi+ omdat die meer ruimte geeft en de ervaringen van een grotere groep mensen omschrijft.

Hoe geef je uiting aan je bi+ zijn?
Dat vind ik altijd een interessante vraag. Ik heb nu ruim 6 jaar een relatie met Nico. Begin dit jaar heb ik hem ten huwelijk gevraagd, en volgend jaar gaan we trouwen. Het is echt super leuk om bezig te zijn met de voorbereidingen van de bruiloft. Mensen vragen wel eens of ik geen behoefte heb aan seks met een vrouw. Natuurlijk heb ik dat wel eens, maar ik heb ook wel eens behoefte aan seks met een andere man. Ik denk dat de meeste mensen die homo of hetero zijn zich ook wel eens aangetrokken voelen tot iemand anders dan hun partner.

Jullie hele gezin is wel op de hoogte van dat je op meer dan 1 gender valt. Hoe heb je dat gedaan?
Toen ik in 2016 een van de organisatoren was van een Europese conferentie over biseksualiteit, de EuroBiCon in, werd ik geïnterviewd voor een tijdschrift. Dat artikel kwam online te staan, en daardoor wist eigenlijk iedereen in één keer dat ik bi+ ben. De meeste mensen in mijn omgeving reageerden heel positief. Dat artikel liet ik aan Sanne en Manouk lezen, zodat zij op de hoogte waren. Ze vonden het wel best. Ze hebben ook geholpen met goodiebags vullen bij de EuroBiCon. Nico is er zelf altijd oké mee geweest. Dat ik openlijk bi+ ben, heeft ook vaak met mijn werk te maken.

Ben je veranderd in de loop der jaren in hoe je het brengt?
Ja dat is wel veranderd. Voorheen zei ik vaak bi, maar nu zeg ik liever bi+. In ieder geval kies ik niet voor de term pan, omdat veel mensen die term niet kennen. Als je het zo duidelijk mogelijk wilt zeggen, dan kun je het beste zeggen ‘ik val op mannen en op vrouwen’. Maar dat is niet zo inclusief, omdat niet alle mensen man óf vrouw zijn. Dus dat is altijd een beetje een keuze. Als ik praat met iemand die weinig weet over seksuele en gender diversiteit, bijvoorbeeld met een willekeurige buurvrouw, dan zeg ik ‘ik ben biseksueel’. Dan vervolgens leg ik uit wat bi+ is. Dus het is maar net met wie ik praat, wat voor keuze ik maak.

Je noemt jezelf ook niet queer? Je hebt Genderstudies gedaan, daar wordt dat wel gebruikt.
Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik mezelf niet queer mocht noemen, omdat ik een relatie heb met een man. Dat je niet slaagt voor de eisen die horen bij queer. Ik zie er ook niet queer uit. Queer heeft ook wel een beetje te maken met uiterlijk en dat soort zaken. Al weet ik dat het nergens op slaat. Ik maak ook nooit die keuze, omdat ook voor queer geldt dat veel mensen niet weten wat het woord betekent. Ik wil vooral graag praten in taal die mensen begrijpen.

Hoe ben je eigenlijk ‘terecht gekomen’ in het werken op gebied van seksuele diversiteit en bi+?
In mijn eerste onderneming Open & Bloot heb ik een paar jaar workshops over seksualiteit en verlangen gegeven. Via via kwam ik in aanraking met de organisatoren van de EuroBiCon die in 2016 gehouden werd. Dat is een Europese conferentie over biseksualiteit. Ik werd daar programma manager. Na die grote, geslaagde conferentie, wilden we met een paar mensen iets voortzetten. Met Gerrit Jan Wielinga en Emiel Maliepaard kwamen we op het idee van de Onafhankelijk Bi Denktank waar activisten, onderzoekers, beleidsmakers en kunstenaars zaten. Vanuit de Bi Denktank werd Bi+ Nederland opgericht zodat we meer konden doen en bereiken. Daarnaast ging ik me ook op seksuele diversiteit richten. Ik houd me dus graag bezig met thema’s waar een taboe op zit en waar een behoefte aan is.

Barbara: “Als je vrije tijd beperkt is, omdat je er zoals ik voor kiest om een behoorlijk aantal uren te werken, dan wil je die andere dagen eigenlijk alleen maar kijken naar je kind.

Wat doe je naast Bi+ Nederland?
In mijn onderneming, Oud Training & Advies, focus ik op seksuele diversiteit en vandaar uit presenteer ik me als de Inclusiespecialist. Ik adviseer organisaties over inclusievraagstukken. De protesten rondom Black Lives Matter en andere maatschappelijke ontwikkelingen laten steeds opnieuw zien hoe belangrijk inclusie is. We kunnen niet meer ervoor kiezen om het even niet te zien. Dat betekent dat alle organisaties de stap zullen gaan zetten om inclusiever te gaan werken en dat kan heel veel dingen betekenen. In projecten over diversiteit ligt de nadruk vaak op één punt of op een combinatie van vaak dezelfde punten: gender, seksuele oriëntatie en etniciteit. Maar het gaat zelden over doven en slechtziende mensen of fysieke toegankelijkheid. We hebben echt nog heel veel stappen te zetten. Als ik hoor hoe er hier in Purmerend op straat wordt gesproken over racisme of homo’s dan is er nog veel werk te doen.

Bi+ Nederland bestaat nu bijna een jaar. Hoe ben je voorzitter geworden?
Precies in de overgang van de Bi Denktank naar de oprichting van Bi+ Nederland weet ik nog dat wij met elkaar belden over hoe we dit zouden gaan opzetten. Op dat moment zat ik met gebroken vliezen op een krukje in de keuken. Toen Jonah 2.5 week oud was, zat het huis vol met Bi Denktankgroep leden. We hielden dat overleg bij mij omdat ik nog niet kon reizen. Jonah lag de hele avond aan de borst te drinken. Bij het verdelen van de bestuursrollen keek iedereen naar mij of ik voorzitter wilde worden. Ik zat nog midden in mijn baby-bubbel. Ik heb het laten bezinken en besloot er vol voor te gaan, want ik wil ook echt dingen veranderen en aanpakken.

Wat wil je als voorzitter uitstralen?
Ik wil dat we een stevige en officiële partner worden binnen het LHBTI veld in Nederland en dat we er daadwerkelijk voor gaan zorgen dat mensen meer ruimte voelen om zichzelf te zijn. Dus ik wil uitstralen dat we een professionele organisatie zijn die weet waar ze het over heeft en die dingen bereikt. Tot nu toe slagen we daar goed in.

Wat wil je bereiken met Bi+ Nederland?
Dat mensen weten dat bi+ zijn een optie is en dat ze zich oké voelen als ze erachter komen dat ze dat zijn. Dat ze met andere mensen ervaringen kunnen delen en dat ze in hun leven daadwerkelijk meer ruimte voelen om zichzelf te zijn. Dat kunnen we alleen bereiken als we het gaan hebben over mononormativiteit en de hetero norm. Als we dat doen dan heeft dat gevolgen voor iedereen, ook als je zelf niet bi+ bent.

Hoe zie je dat Bi+ Nederland iets toevoegt aan de organisaties die er al zijn?
Niemand heeft het over dit thema. De uitzondering zijn de bi kringen en dat is een kleine groep. Het COC doet een goede poging om het mee te nemen, maar er kan nog een hoop gewonnen worden.

Kun je hier een voorbeeld van geven?
We zien dat bi+ mensen zich niet altijd thuis voelen binnen het LHBTI veld, bijvoorbeeld bij evenementen of feesten. Ze vallen buiten de LHBTI community, worden daar deels geweerd of ze hebben in ieder geval het idee dat het zo is. Ook vallen ze buiten de hetero groep mensen. En dat betekent dat er niet echt een plek is voor deze groep mensen, dat LHBTI plekken niet voldoende brengen wat deze mensen nodig hebben en wij willen dat wél graag brengen.

Zie je ook een rol voor Bi+ in het bredere emancipatie veld?
Als het gaat over een inclusieve samenleving dan pakken wij dat op vanuit bi+ en we willen daarin meer ruimte voor iedereen. Zodra je het hebt over meer ruimte dan is het ook direct gelinkt aan iedere andere emancipatiebeweging. Dan heb je het ook over vrouwen, mensen van kleur en mensen met een lichamelijke beperking. Als je kijkt naar bi+ mensen dan heb je het ook altijd over intersecties en gaat het bijvoorbeeld ook over kleur en gender.

Je bent nu 29. Hoe zie je je toekomst?
Nu ben ik volop bezig met Bi+ Nederland en met de Inclusiespecialist en daar wil ik nog veel mee bereiken. Maar ooit hoop ik burgemeester van Purmerend te worden. Tot nu toe zijn er zover ik weet geen vrouwen burgemeester van Purmerend geweest. Ik hoop daar verandering in te brengen.

Tot slot, heb je guilty pleasures?
Rondjes lopen op het strand en naar het bos gaan op zondag en boeken lezen. Nico stelde deze week voor dat ik eens een boek lees wat niet over seksualiteit gaat, maar wat gewoon voor de gezelligheid is (schaterlach). Ik weet niet of het een guilty pleasure is, maar ik merk wel dat ik werk belangrijk vind, maar dat ik het uiteindelijk nog belangrijker vind om te kijken hoe Jonah opgroeit. Als je vrije tijd beperkt is, omdat je er zoals ik voor kiest om een behoorlijk aantal uren te werken, dan wil je die andere dagen eigenlijk alleen maar kijken naar je kind. Dus dat is voor de buitenwereld ook heel erg saai. Nu zit ze bijvoorbeeld de boel lekker te slopen en er een puinhoop van te maken met komkommer, tomaatjes en theeblaadjes die overal verspreid liggen. Dat vind ik echt prachtig. Dat koppie is gewoon fantastisch. Beter dan dat wordt het toch niet.

We ronden af en we kijken hoe Jonah met de poes speelt. Dan komt er nog een uitsmijter.
Nou, mijn dirty guilty pleasure is patat met frikandel. Ik probeer vaak een kaassoufflé te kiezen zodat het geen vlees is, maar meestal ga ik toch voor de frikandel, met mayonaise.