bi+ en werk: portretverhaal Joshua

foto: Debbie Helaha Create & Connect

Man (hij/hem), dertiger, zorgsector

‘Bevrijdende manier van leven’

Nadenken en reflecteren

Een groot deel van werken met patiënten in een tbs-kliniek is dat je zelf je instrument bent. Dat betekent dat het belangrijk is om met je collega’s te delen als het bijvoorbeeld niet zo goed met je gaat. De meeste patiënten met wie we werken gaan hypersensitief door het leven en kunnen het heel goed aanvoelen als het niet goed met mij gaat en als er ergens een kwetsbaarheid zit. Die kwetsbaarheid kan dan ook uitgebuit worden of er kan misbruik van worden gemaakt, dus je moet heel bereid zijn om over jezelf na te denken en te reflecteren. Waar nodig ben je open naar je collega’s en vertel je wat er in je privéleven speelt.

Wat wil ik in het leven?

Toen de relatie met mijn ex-partner, een vrouw, op een gegeven moment niet goed liep en we uit elkaar gingen, had dat weerslag op mijn werk. Ik kon net aan mijn diensten draaien maar het overstijgende werk was niet meer van de kwaliteit die mensen van mij gewend waren. Dat maakte dat een collega naar me toe kwam en vroeg wat er aan de hand was. Toen moest ik dus echt bij mezelf nagaan en nadenken over wat er speelde en wat ik wil in het leven. Ik merkte dat ik graag toch eens wilde uitzoeken hoe het zou zijn om een relatie met een man te hebben.

Mijn hart luchten

‘Het was voor mij belangrijk dat mijn toenmalige teamleider toen aan mij vroeg: ‘Wat heb je daarvoor nodig?’

Op een gegeven moment zat ik met mijn toenmalige teamleider te praten en vroeg ze hoe het met me ging. Toen kon ik heel open vertellen dat ik meer masculiene energie zocht in een relatie, wat ik niet in mijn toenmalige relatie kon vinden. Er was veel ruimte voor om daarover te praten met elkaar. Het was voor mij belangrijk dat zij toen aan mij vroeg: ‘Wat heb je daarvoor nodig?’. Dat was uiteindelijk niet zoveel, behalve af en toe mijn hart bij haar luchten en vertellen dat ik het ingewikkeld vond. Het was fijn dat er veel ruimte was om na te denken over wat mijn privésituatie met mijn werk deed en uiteindelijk ben ik er ook goed doorheen gekomen. Verder had ik al met een collega afgesproken dat zij bij mij checkt of ik tegen grappen kan, ook over mezelf, over lhbti+ zijn. Het is fijn dat ik mijn behoefte met haar afstem. We hebben lollig afgesproken of ik die dag een knuffel nodig heb als ik prikkelbaar ben of dat ik tegen harde grappen kan, waar ik ook van hou.

Openheid doseren

Sinds ik zelf teamleider ben, maak ik wel meer afwegingen over wat ik wel en niet deel. Sowieso kijk ik altijd om wie het gaat en of diegene te vertrouwen is, maar als teamleider ben ik me ook bewust van de blik die mensen in de organisatie op mij hebben. Door heel open te zijn over bijvoorbeeld date ervaringen, kan dat ook tegen je werken. Ik ben stabiel genoeg om mensen te laten denken over mij wat ze willen, maar tegelijk ook realistisch genoeg om te beseffen dat in een kleinere organisatie waarin mensen snel een mening vormen, het niet altijd handig is om super open te zijn. Dus ik doseer wat ik vertel over mijn privéleven. Ik vertel lang niet alles, maar waarom zou ik liegen over wat ik meemaak?

Error

Nu ik meer met mannen date zien mensen me vaak als homo. Wanneer ik dan een keer vertel dat ik met een vrouw heb gezoend zijn collega’s heel verbaasd. ‘Hè, maar je bent toch gewoon gay?’ Mensen krijgen een soort error. Vroeger had ik me dan behoorlijk verdedigd en vond ik het erg vervelend als iemand me homo noemde. Ik dacht toen dat ik dat moest bestrijden door steeds te zeggen: ‘Nee ik ben echt bi, ik ben geen homo’. Nu voel ik me zelf helemaal oké bij wie ik ben en realiseer ik me ook dat het niet aan iedereen uit te leggen is dat de wereld genuanceerder is dan homo en hetero. Toen ik hier dertien jaar geleden begon met werken en mezelf nog als hetero zag, had ik me er heel onzeker over gevoeld als mensen me als homo zagen. Nu denk ik: ‘Het is niet mijn probleem, ik ga me er niet druk over maken.’ Het is gewoon mijn leven en het zijn de keuzes die ik maak. Als mensen mij dan willen terugbrengen tot iets waar zij zich comfortabel bij voelen, dan succes daarmee. Kijk naar mijn leven en doe er iets mee, of niet. Ik voel me niet meer een soort levend uithangbord om constant mensen voor te lichten over wie ik ben. Daar heb ik geen zin meer in.

Bevrijdende manier van leven

Ik ervaar dat mijn bi zijn een manier is om heel vrij in het leven te staan. Het is een bevrijdende manier van leven. Dat is iets wat ik ook meeneem in verdiepingsdagen op mijn werk. Ik probeer mensen dan te laten nadenken over wat het betekent om een label aan iemand te geven. Of dat nou een label van een diagnose is of bijvoorbeeld het label hetero of homo. Bij dat soort dagen probeer ik dan altijd ook het onderwerp van lhbti+ erin te brengen. Ik denk ook dat alle normen waar bi+ mensen last van hebben, dat heel veel mensen zich daarin herkennen en dat zij zich misschien ook wel van die normen willen bevrijden. Dan is mijn missie geslaagd als mensen oncomfortabel uit dat overleg komen en denken: ‘Wat ik moet ik hiermee?’ Het zet ze hopelijk aan het denken.

Normatieve kaders bevragen op het werk

Als organisatie gaat het niet alleen om ruimte maken voor bi+ mensen, maar ook om te durven omarmen dat er heel veel variëteit is in mensen, bijvoorbeeld in hoe mensen relaties vormgeven en dat uiten. Op het moment dat je er gewoon hardop over gaat praten, kan je het normaliseren. Niet alleen zeggen dat je een inclusieve werkgever bent, maar het ook doen.

‘Als organisatie gaat het niet alleen om ruimte maken voor bi+ mensen, maar ook om te durven omarmen dat er heel veel variëteit is in mensen.’

Vraag mensen bijvoorbeeld om hun voornaamwoorden en creëer een werksfeer waarin mensen over een partnerkeuze kunnen praten. Dat zou denk ik heel veel ruimte bieden aan de diversiteit die er is bij bi+, maar ook bij andere mensen. Dat we met elkaar het normatieve kader durven te bevragen en te durven zeggen: ‘Nee, dat willen wij niet. Wij willen dat anders’.