Bi+ in Europa: nog een flinke uitdaging

Bi+ in Europa: nog een flinke uitdaging

In de aanloop naar de internationale dag tegen homo-, bi, trans-, en interseksefobie (IDAHOBIT) komende zondag 17 mei, kwamen deze week 2 Europese instituten uit met cijfers over LHBTI-Europeanen. LHBTI staat voor Lesbisch, Homo, Bi+, Transgender en Intersekse.

ILGA-Europe kwam met hun jaarlijkse Rainbow Index. In deze Index worden wet- en regelgeving van 49 Europese landen bekeken in hoeverre ze bescherming biedt aan LHBTI-mensen. ILGA-Europe is de Europese vereniging van LHBTI-organisaties. Je leest alles over de Rainbow Index hier.

FRA kwam uit met de resultaten van een grootschalig onderzoek dat ze afgelopen jaar hebben uitgevoerd bij zo’n 140.000 LHBTI-Europeanen. Ze onderzocht de mate van discriminatie en geweld tegen LHBTI-mensen. Het FRA is het Europese onderzoek en kenniscentrum op basis van het handvest van de grondrechten van de EU. Je kunt het hele onderzoek hier nalezen.

In dat grootschalige FRA-onderzoek blijkt weer dat zelfbenoemde biseksuele mensen meer en vaker seksueel geweld dan lesbische vrouwen ervaren en dat veel zelfbenoemde biseksuele mensen hun seksuele oriëntatie achterhouden op het werk, bij de dokter, op school en bij familie.

Barbara Oud, voorzitter van Bi+ Nederland: “We kennen deze cijfers ook uit ander onderzoek, het wordt nu echt tijd dat we ook weten wáárom. We hebben meer onderzoek nodig naar de redenen waarom bi+ mensen meer psychische gezondheidsklachten hebben en vaker het slachtoffer worden van (seksueel) geweld. Als we weten waarom, dan kunnen we daar specifieker aandacht voor vragen en mogelijk beleid veranderen.”

“Iets wat ik me al een tijd afvraag is of bi+ mensen wel de weg naar de politie weten te vinden als ze geconfronteerd worden met discriminatie of (seksueel) geweld. Benoemen ze op dat moment dat ze bi+ zijn, ook als een incident niet direct gerelateerd is aan seksuele oriëntatie? Het is belangrijk dat dit gebeurt, omdat die incidenten wel iets vertellen over de ervaringen van bi+ mensen. Maar datzelfde geldt natuurlijk ook voor andere punten in de Rainbow Index. Hoe zit het bijvoorbeeld met asielaanvragen van bi+ mensen?”

Bi+
Het is Bi+ Nederland opgevallen dat deze twee documenten het over biseksuele mensen hebben, maar dat het onduidelijk is of ze het ruimere begrip bi+ bedoelen. Het onderzoek van de FRA heeft het over mensen die zichzelf benoemen als biseksueel. We weten dat heel veel bi+ mensen zichzelf niet biseksueel noemen.

“Een gemiste kans,” volgens Barbara Oud, “omdat een belangrijk deel van de bi+ mensen hierdoor niet gerepresenteerd wordt. Ook in het rapport van de Rainbow Index is nauwelijks specifieke aandacht voor biseksuele en bi+ mensen. De term bi+ wordt niet genoemd, en de term biseksueel een enkele keer. Het is de vraag of bi+ wel op de agenda staat van ILGA-Europe. Dat willen we komend jaar gaan uitzoeken.”

“Gelukkig is er wel veel specifieke aandacht voor mensen met een transgender of intersekse achtergrond. We weten dat een deel van hen ook bi+ is. Als Bi+ Nederland steunen we TNN, NNID en COC dan ook in hun strijd voor betere Nederlandse en Europese wet- en regelgeving rondom gender en sekse. Het is toch van de gekke dat intersekse kinderen in Nederland zonder medische noodzaak worden geopereerd en dat mensen eerst gekeurd moeten worden voordat ze hun geslacht officieel mogen veranderen?”

Barbara Oud: “Wat wet- en regelgeving betreft is het belangrijk dat er specifiek wordt gekeken naar seksuele oriëntatie en dat dit zo breed mogelijk wordt geformuleerd, zodat werkelijk iedereen, ook bi+ mensen, dezelfde rechten en plichten hebben volgens de wet. Extra bescherming voor seksuele, gender en sekse minderheden kunnen gewaarborgd worden door deze expliciet te noemen in wet- en regelgeving. Ook dan is het praktisch om deze zo open mogelijk te formuleren, dus dat je het hebt over ‘seksuele gerichtheid’ in plaats van ‘hetero- of homoseksuele gerichtheid.”

Bekijk hier de Rainbow Index van ILGA-Europe

Bekijk hier het onderzoek van FRA