Nu maandag: Internationale Vrouwendag!

Nu maandag: Internationale Vrouwendag!

In Nederland wordt op veel verschillende manieren en door een grote verscheidenheid aan vrouwengroepen en -organisaties 8 maart gevierd. De dag staat dit jaar in het teken van ‘invoed met impact’. Vind je vrouwenrechten belangrijk (en wie vindt dat niet?) dan kun je de komende dagen ondermeer op de volgende plekken terecht om mee te praten, te luisteren en te demonstreren.

Woman Link organiseert op zondag 7 maart een online festival met workshops tussen 13:00 en 17:00. Geef je hier op.

Op 7 maart organiseert Women’s March Nederland haar vijfde demonstratie in het Nelson Mandelapark te Amsterdam. Dit jaar niet in de vorm van een stoet, maar statisch, met maximaal 500 deelnemers op het veld. Het aanmeldformulier is inmiddels gesloten. Heb je je niet aangemeld? Kom dan aub NIET naar het Nelson Mandelapark, maar laat je stem vanuit huis horen.

8 maart Amsterdam organiseert een landelijke manifestatie op maandag 8 maart op het Museumplein vanaf 3 uur, en op dit moment is het nog onzeker is of de manifestatie gevolgd wordt door een demonstratie. Hou de berichtgeving hierover op hun website in de gaten.

Op dinsdag 9 maart organiseren FemCity en NL Kiest het verkiezingsdebat gelijkwaardig Nederland in de aanloop naar de verkiezingen op 17 maart. 9 vrouwelijke politici gaan met elkaar in debat over het agenderen van gendergelijkheid en wat er nog valt te behalen in wet- en regelgeving. Wil je hier online bij aanwezig zijn moet je even reserveren op de site. Het debat begint al vroeg, om 18:30

Ook op 9 maart organiseert de Vrouwenraad vanaf 16:00 uur een panelgesprek met topvrouwen over quota voor gelijke representatie in de bestuurskamers.

Op 8 maart organiseert de Universiteit Utrecht de hele dag een online symposium over hokjesdenken, stereotypen en gendervooroordelen met als titel ‘Unboxing gender’

Ook op 8 maart organiseren de vakbonden FNV en CNV afhankelijk van elkaar een programma. De FNV start de dag om 13:00 uur met workshops en een politiek debat. Aanmelden hier En het CNV organiseert vanaf 19:00 uur een webinar over vrouwelijk leiderschap. Aanmelden hier

Wil je kijken wat er bij jou in de regio wordt georganiseerd dan vind je het volledige programma in Nederland op de site van internationale-vrouwendag.nl

Het Kennisinstituut Emancipatie en Vrouwengeschiedenis Atria heeft ook een agenda voor 8 maart op hun site, net als de versneller van de vrouwenemancipatie WOMEN INC

Ben je benieuwd naar de vrouwenemancipatie in Vlaanderen, dan kun je op zondag 7 maart online meekijken naar een congres van Women in Film, Television and Media Belgium Het programma begint om 15:00 uur met een toespraak van de Vlaamse premier Alexander de Croo

Woon je in België en wil je meedoen aan de oproep om te gaan staken op 8 maart, dan vind je alle informatie die je nodig hebt bij Collecti.e.f 8 maars

Carline van Breugel is bi+  en heeft jouw stem nodig!

Carline van Breugel is bi+ en heeft jouw stem nodig!

Politici gaan graag met jongeren op de foto of laten jongeren iets voor de camera zeggen. Maar vervolgens gebeurt er weinig. Dat moet echt veranderen, vind Carline van Breugel (26). En dat kan het beste in de Tweede Kamer. Ze staat op plek 32 van D66 en heeft ongeveer 18.000 voorkeurstemmen nodig om ook daadwerkelijk op het pluche terecht te komen. Bi+ Nederland sprak met haar

Besturen en woordvoering doet Carline al van jongs af aan. Ze was bestuurslid in het Landelijk Aktie Komitee Scholieren, was voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond en is woordvoerder Diversiteit van de Jonge Democraten (D66). Maar terwijl ze zich voortvarend en vanzelfsprekend inzet voor jongeren, liep ze wel tegen een muur van onbegrip aan wat betreft haar seksuele oriëntatie. ‘In mijn omgeving werd bi+ zijn niet begrepen en ook niet erkend als dat het iets was.’

Zelf worstelde ze er ook een tijd mee. Toen ze na een relatie met een jongen verliefd werd op een meisje dacht ze dat ze gay was. De reactie uit haar omgeving was, dat ze er maar beter niet over kon praten. Toen ze weer op een jongen verliefd werd, twijfelde ze opnieuw of het dan een fase was geweest. Pas later ontdekte ze dat je ook bi kunt zijn en dat er een woord voor is. Toch bleef het lastig voor haar om het er over te hebben. Een tijdje had ze een relatie met een man en als ze openlijk zei dat ze bi was, kreeg ze regelmatig de vraag of ze dan ook een relatie of seks had gehad met een vrouw. ‘Heel heftig dat we dit soort vragen zo makkelijk stellen aan onbekende mensen!.’ Uiteindelijk heeft ze de liefde gevonden en woont ze samen met haar vriend Sven, die een transgender man is.

In de politiek ziet ze dat politici niet vaak praten over hun eigen seksualiteit en dat het onderwerp gemeden wordt. Het blijft allemaal zo zakelijk. ‘Ik vind dat ik, als jonge vrouw met politieke ambitie, iets meer van mijn persoonlijkheid moet durven laten zien en taboes moet durven te bespreken.’ Op haar insta snijdt Carline onderwerpen aan als feminisme, hoe het is om bi te zijn, de orgasmekloof en racisme. Haar coming out story deelde ze via l’homo (kijk hem hier terug). Als Carline in de Tweede Kamer komt, dan wil ze zich graag bezighouden met kansengelijkheid in het onderwijs. Haar ouder hebben niet gestudeerd en het was daardoor iets meer knokken om vanaf de HAVO naar de universiteit te gaan. “We moeten niet onnodig selecteren en iedereen onderwijskansen geven.” Verder wil ze meer aandacht voor veiligheid. “Mijn vriend wordt op straat ‘vuile flikker’ genoemd als hij met een regenboogtas loopt. We vergeten in de politiek soms dat er nog weinig acceptatie is en we er nog lang niet zijn.”

In de Tweede Kamer gaat het nooit over bi of bi+ als thema. “We zouden er meer mee kunnen. Ik ben zelf twee keer terug in de kast gegaan, omdat ik dacht dat mijn seksualiteit niet genoeg was als ik geen relatie met een vrouw had gehad. Nog steeds heb ik blijkbaar die angst dat mensen mij niet serieus nemen in mijn seksualiteit. En dan ben ík nog zelfverzekerd en niet op mijn mondje gevallen, kun je nagaan. Die eeuwige vraag ‘ ben ik bi genoeg?’. Ik gun mensen die jonger zijn om hun seksualiteit te ontdekken en zich niet te makkelijk te conformeren aan hetero normen, omdat het makkelijker zou zijn.

Volgens de schatting van Bi+ Nederland zijn er ongeveer 1 miljoen mensen in Nederland die gevoelens en ervaringen hebben voor mensen van meer dan één geslacht of gender. Het kan dan bijna niet anders dan dat er ook Kamerleden zijn voor wie dat ook geldt. Carline vermoedt dat veel bi mensen hun eigen seksualiteit niet serieus nemen of deze voor zichzelf houden. Het helpt ook niet dat mensen soms vervelend reageren als ze hardop zegt dat ze bi is. “Ik zie steeds beter dat bi mensen een aparte groep zijn met eigen issues, die ik herken. Ik werk er graag aan mee dat we die beweging gaande krijgen, dat bi+ zichtbaarder wordt. Meer aandacht in de media is belangrijk en als mogelijk, wil ik hier graag een bijdrage aan leveren. Ik krijg ook regelmatig de vraag van bi mensen of ik tips voor ze heb. Ik heb als een malle gezocht, maar kom niet meer tegen dan Bi+ Nederland en een groepje bij het COC. Dat is het.”

Ze zou niet weten naar wie ze moet doorverwijzen in de hulpverlening. “Ik ben zelf tegen mijn seksualiteit aangelopen en het zal ook voor andere mensen gelden. Dat het niet wordt begrepen. Voorlichting op scholen kan daarin een rol spelen en de community meer een gezicht geven. Ik doe dat nu via mijn socials en als genoeg mensen op me stemmen op 17 maart hebben niet alleen jongeren een stem in de Tweede Kamer, maar ook mensen met bi+ gevoelens en ervaringen!

Volg Carline op insta: https://www.instagram.com/carlinevb/
Volg Carline op tiktok: https://www.tiktok.com/@carline.in.de.kamer
Bekijk Carline op de D66 website: https://d66.nl/mensen/carline-van-breugel/

Kijktip vanavond: COC’s Regenboog verkiezingsdebat

Kijktip vanavond: COC’s Regenboog verkiezingsdebat

Op 17 maart kunnen we weer naar de stembus voor de Tweede Kamerverkiezingen, maar wat willen de partijen op gebied van LHBTI-emancipatie voor elkaar krijgen? Het COC haalt vanavond de politieke kopstukken naar Pakhuis De Zwijger in Amsterdam om te horen wat de beloftes zijn. Jij kunt semi-live meekijken vanaf 20:30 op de Facebookpagina en op de website van COC Nederland. Het debat wordt geleid door Clairy Polak.

We zitten middenin een emancipatiegolf. Vrouwen, mensen van kleur, trans mensen, mensen met intersekse en mensen met bi+ gevoelens en ervaringen kloppen op de deuren van maatschappelijke normen. De overheid, aangevoerd door volksvertegenwoordigers, heeft traditioneel een grote rol in hoe de emancipatie wordt gespeeld door het maken, aanpassen of afschaffen van wetten, én in het aanmoedigen of afremmen van emancipatieprocessen in de samenleving. Jij kunt op 17 maart je stem laten horen door mensen de kamer in te kiezen die deze emancipatieprocessen versterken.

Wat gaan de Haagse politici doen tegen de niet aflatende stroom van geweldsincidenten tegen LHBTI’s? Vinden de aanstaande Kamerleden dat scholen LHBTI’s mogen afwijzen, of moet dat nou eens afgelopen zijn? Moet zogenaamde ‘LHBTI-genezing’ verboden worden?

Over dit soort vragen gaan de politieke kopstukken op vrijdag 5 februari in debat. Ook voelt Clairy Polak ze aan de tand over zaken als meerouderschap, transitieverlof voor transgender personen en een verbod op onvrijwillige en onnodige operaties op intersekse kinderen. En wat gaan deze politici doen voor mensen die te maken krijgen met een stapeling van discriminatiegronden, omdat ze bijvoorbeeld Zwart en transgender zijn?

Naast dit debat organiseert COC Nederland ook een kieswijzer website waar de partijen ook op bi+ onderwerpen kunnen aangeven wat ze belangrijk vinden. Deze website wordt vrijdag gelanceerd.

Bi+ Nederland is een reeks interviews aan het voeren met verkiesbare politici die iets te zeggen hebben over bi+ emancipatie. Deze interviews lees je in de laatste weken voor de verkiezingen op dit blog!

Interview met Dr. Emiel Maliepaard (deel 1)

Interview met Dr. Emiel Maliepaard (deel 1)

Dr. Emiel Maliepaard is bekend als de eerste Nederlandse onderzoeker die promoveerde op het thema biseksualiteit. Ook was hij mede-organisator van European Bisexuality Conference 2016. Momenteel werkt hij als onderzoeker bij Atria, kennisinstituut voor emancipatie. Zijn nieuwste wapenfeit is het boek Bisexuality in Europe (online gratis beschikbaar) dat hij als redacteur uitbracht bij het gerenommeerde Routledge. Dit boek geeft een podium aan bi+ onderzoekers in Europa en laat de diversiteit aan bi+ onderzoek zien. Jantine van Lisdonk interviewde hem naar aanleiding van dit boek.

Dit eerste deel gaat over de totstandkoming van dit boek, eye-openers voor hemzelf en zijn visie over hoe het gaat met bi+ onderzoek en waar het naartoe moet. In het tweede deel, geeft hij zijn blik over internationale koplopers in bi+ onderzoek, emancipatie en organisatievorming en hij positioneert Nederland.

Hoe kwam het dat je je als onderzoeker op biseksualiteit bent gaan richten?

Ik deed tijdens mijn studie sociale geografie onderzoek naar het nachtleven van gay mannen in Brighton, Engeland. In de universiteitsbibliotheek kwam ik toen het boek Bisexual spaces van Clare Hemmings tegen. Dat boek opende mijn ogen. Er was binnen de de sociale geografie nog heel weinig over biseksualiteit bekend en dat was een reden om daar in te duiken. Ik zag hierin een academische uitdaging en wilde biseksuele mensen meer in the picture zetten. Mijn proefschrift ging daarom over biseksualiteit. Ook daarna bleef ik me erop richten. Ik vind het belangrijk om biseksualiteit meer zichtbaar te maken. Ook wil ik vanuit een perspectief van biseksualiteit een bijdrage leveren aan bredere debatten in de sociologie, psychologie en andere disciplines. Verder zoek ik de verbinding met sociale theorieën, zoals practice theorie en assemblage theorie, die ook in het boek Bisexuality in Europe aan bod komen.

Hoe kwam je met het idee voor dit boek Bisexuality in Europe?

Na de European Bisexual Research Conference (EuroBiReCon) die in 2016 in Amsterdam plaatsvond, had ik het idee voor een Europees boek. Op de onderzoeksdag van de conferentie waren veel Europese onderzoekers aanwezig en ik wilde hier een vervolg aangeven. Een boek is er toen niet gekomen, maar we maakten wel een special issue in het Journal of Bisexuality. Biseksualiteit is sindsdien meer in de aandacht gekomen en de tijd is nu meer rijp voor een boek. Samen met Renate Baumgartner, die dezelfde drive had als ik, hebben we dit boek van de grond gekregen.

Was het makkelijk om auteurs te vinden?

Ja, auteurs konden we heel makkelijk vinden. Er zijn inmiddels best veel onderzoekers bezig met biseksualiteit en Renate en ikzelf hebben een behoorlijk netwerk opgebouwd. In Europa zijn dat vooral jonge onderzoekers die kwalitatief onderzoek doen, vaak als enige binnen hun discipline of vakgroep. Het boek bestaat uit hoofdstukken waarin elke auteur schrijft over het eigen onderzoek. Dit geeft een up to date beeld van wat er allemaal voor bi+ onderzoek is in Europa. De auteurs zijn een combinatie van senior en jonge wetenschappers en promovendi.

En uitgevers, stonden die open voor het thema biseksualiteit?

Ja, dit is het allereerste boek over biseksualiteit in Europa. Voor de uitgever Routledge was het juist aantrekkelijk dat het om een ‘nieuw’ onderwerp gaat. In Amerika, Engeland en Australië waren er al boeken verschenen, maar nog nooit in continentaal Europa. Dit jaar publiceerde Nikki Hayfield al het boek Bisexuality and Pansexuality dat zeker voor studenten interessant is. Ons boek is meer voor studenten, wetenschappers en lezers die al basiskennis over biseksualiteit hebben.

Wat zijn de kernthema’s in jullie boek?

De onderzoekers mochten over alle thema’s schrijven en we gaven ze vooraf geen lijst met thema’s mee. Uiteindelijk gaan veel hoofdstukken over de kernthema’s relaties en identiteit. Het derde kernthema is burgerschap en dat richt zich op de verhouding tussen burger en staat of samenleving.

Wat waren voor jou interessante eye-openers in het boek?

Ik vond het hoofdstuk van Zeynab Peyghambarzadeh over biseksuele asielverhalen bijzonder interessant. Ze doet onderzoek vanuit een minder Europese visie. Daardoor kan ze goed onder woorden brengen hoe in Europa wordt gekeken naar LHBT en hoe daarin hokjesdenken vanzelfsprekend is, terwijl dit in andere culturen veel minder aanwezig is. Dan kan het lastig zijn om een goed asielverhaal vorm te geven dat voor mensen van hier te begrijpen is. Het hoofdstuk van Nikki Hayfield over de bi-dar en de pan-dar (red: als variatie op de gay-dar, dat je als een ‘radar’ mensen kunt herkennen die gay zijn) vond ik leuk. Het blijkt uit experimenten dat mensen gay mannen makkelijker herkennen dan bi en pan mensen. Verder is Annukka Lahti heel vernieuwend door te kijken naar relaties als ‘assemblages’ (netwerken), waarbij ze zich theoretisch baseert op het werk van Deleuze en Guattari. Bi+ is niet iets wat je hebt of bent, maar een becoming dat zich blijft ontwikkelen in assemblages. Zo kan elke relatie, als assemblage, voor jou en ook voor anderen net iets anders zijn.

In het slothoofdstuk zeggen Renate Baumgartner en jij dat toekomstig onderzoek verder zou moeten gaan dan ‘reparative studies’. Jullie willen een ander type onderzoek. Kun je dat uitleggen?

Onderzoek dat zich richt op ruimte, aandacht, zichtbaarheid en erkenning van biseksualiteit in bepaalde vakgebieden zijn “reparative studies”. Ze gaan vaak over (on)zichtbaarheid binnen wetenschap en samenleving en zijn gericht op veilige thema’s als identiteit, zelfbenoeming en discriminatie. Het brengt in beeld hoe biseksuele mensen zichzelf zien en noemen, hoe ze leven en hoe ze worden behandeld door anderen. Dat is een belangrijke eerste stap die nodig is geweest. Maar ik vind dat het tijd is dat we ook verder kijken en ons gaan richten op minder veilige thema’s. Onze onderzoeken moeten meer gaan integreren met LHBT en queer studies. Daarnaast moeten we een bredere academische bijdrage gaan leveren, bijvoorbeeld aan de wetenschap van seksualiteit, sociale theoriën en gezondheidswetenschappen. Kortom, ik zie graag dat onderzoekers meer gaan bijdragen aan mainstream wetenschap in plaats van studies over biseksualiteit als subdiscipline. Inzichten in binaire man/vrouw normen en hetero/homo normen vanuit een perspectief van biseksualiteit kunnen ook worden toegepast op andere thema’s dan LHBTI vraagstukken.

Hoe komt het dat we in Europa nog vooral kleinschalige studies hebben over biseksualiteit?

In Europa zijn de meeste studies over biseksualiteit inderdaad kleinschalig, verkennend, kwalitatief en meestal uitgevoerd door één onderzoeker. In Amerika en Engeland bestaan al enkele groepjes wetenschappers die met elkaar samenwerken in teams. In Amerika kan het makkelijker zijn om grote financiering te krijgen waardoor meer omvangrijke onderzoeken worden uitgevoerd. Ook zijn daar grote bevolkingsstudies die mooie kwantitatieve onderzoeken mogelijk maken. Verder kan het meespelen dat we in Europa veel verschillende talen spreken. Veel van de onderzoeken in Europese landen verschijnen niet in het Engels, waardoor ze niet bekend worden bij internationale onderzoekers en helaas daardoor minder bijdragen aan de internationale wetenschap in de Engelse voertaal.

We hebben nu het grote bi+ onderzoek lopen over de ervaringen en behoeften van bi+ mensen in Nederland. Gefinancierd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, laat Bi+ Nederland dit onderzoek uitvoeren door een consortium van onderzoekers van verschillende Nederlandse universiteiten en kenniscentra, waaronder jijzelf. Dat onderzoek is kwantitatief en kwalitatief. Hoe zie jij dit onderzoek?

Ik merk vooral dat andere onderzoekers in het buitenland het bijzonder vinden dat de Nederlandse overheid dit onderzoek financiert. Dat is echt uniek.

Je hebt vast veel mooie reacties gehad op je nieuwe boek. Wat is je bijgebleven?

We hebben inderdaad veel aandacht gehad. Het is ook een voordeel dat het online gratis gelezen kan worden en open access, zodat het toegankelijk is voor iedereen. Ik heb veel complimenten gehad uit Europa en uit de Verenigde Staten dat het echt een goed boek is. De mooiste reactie vond ik dat iemand zei: ‘Als ik jong was en was gaan beginnen met dit onderzoek dan had ik dit boek willen hebben.’ Het is echt mooi dat we Europese bi+ en biseksuele onderzoekers een podium hebben kunnen geven voor hun werk.

Het online boek Bisexuality in Europe is gratis en beschikbaar voor iedereen.

Het ingebonden boek is op dit moment beschikbaar voor £96 (Britse pond).
In 2021 komt er een goedkopere paperback uitgave.

Eind maart 2021 verschijnt het onderzoeksrapport over de survey bevindingen van het grote bi+ onderzoek, gevolgd door een onderzoeksrapport over het kwalitatieve onderzoek in najaar 2021.

Lees hier deel 2 van het interview met Emiel Maliepaard

Interview met Dr. Emiel Maliepaard (deel 2)

Interview met Dr. Emiel Maliepaard (deel 2)

Dr. Emiel Maliepaard is bekend als de eerste Nederlandse onderzoeker die promoveerde op het thema biseksualiteit. Ook was hij mede-organisator van European Bisexuality Conference 2016. Momenteel werkt hij als onderzoeker bij Atria, kennisinstituut voor emancipatie. Zijn nieuwste wapenfeit is het boek Bisexuality in Europe (online gratis beschikbaar) dat hij als redacteur uitbracht bij het gerenommeerde Routledge. Dit boek geeft een podium aan bi+ onderzoekers in Europa en laat de diversiteit aan bi+ onderzoek zien. Jantine van Lisdonk interviewde hem.

In dit tweede deel, geeft hij zijn blik over internationale koplopers in bi+ onderzoek, emancipatie en organisatievorming en positioneert hij Nederland. In het eerste deel ging het over de totstandkoming van boek Bisexuality in Europe, eye-openers voor hemzelf en zijn visie over hoe het gaat met bi+ onderzoek en waar het naartoe moet.

Wat is jouw beeld over bi+ onderzoek en bi+ organisaties in andere landen? Welke landen zijn echt koplopers, vind je?

In Europa is Groot-Brittannië echt een koploper. Er is veel onderzoek en er zijn allerlei promovendi die zich richten op biseksualiteit. Ook is Groot-Brittannië sterk in organisatievorming. Ze houden al lange tijd een grote jaarlijkse Bisexual Conference (BiCon) en hebben allerlei lokale clubjes en netwerken. Duitsland heeft ook relatief veel lokale netwerken en organisaties, maar daar is de landelijke organisatievorming beperkter. In Nederland hadden we veel lokale initiatieven in de jaren negentig, maar die bestaan nauwelijks meer. Australië heeft mooie en goede onderzoeken gedaan en daar is echt sprake van wisselwerking tussen onderzoek en bi+ netwerken. Amerika is vooral sterk in kwantitatief mentale gezondheidsonderzoeken, maar juist minder in kwalitatief onderzoek.

En bi+ inclusief beleid? Welke landen zijn goede voorbeelden?

Dat is eigenlijk overal nog beperkt. Ik merkte dat de internationale onderzoekers bij de EuroBi(Re)Con 2016 in Amsterdam het heel bijzonder vonden dat een wethouder, iemand uit de politiek, de moeite deed om deze conferentie te openen. In het buitenland vinden ze het ook erg interessant dat onze landelijke overheid het huidige bi+ onderzoek over de ervaringen en behoeften van bi+ mensen financiert. Maar bi+ beleid is nog vrij afwezig in Nederland en internationaal. Dit komt enerzijds omdat er geen interesse en dus weinig vraag naar is. Er wordt zelden door beleidsmakers gevraagd aan wetenschappers en experts wat belangrijke kernthema’s voor bi+ zijn. Het beeld is soms nog dat aandacht voor homoseksualiteit vanzelf ook positief doorwerkt voor bi+ en transgender mensen, maar dat is niet zo. Aan de andere kant weten we ook nog onvoldoende wat dan goed bi+ inclusief beleid is. Antwoorden komen soms niet verder dan meer zichtbaarheid van bi+.

Bi+ inclusief beleid is precies wat Bi+ Nederland in 2021 wil gaan oppakken. We zijn bezig met hoe bi+ inclusief beleid eruit zou moeten zien en wat volgens ons de eerste stappen zijn om beleid bi+ inclusiever te maken. Het huidige bi+ onderzoek kan daar ook handvatten aan geven.

Het zou ook mooi zijn als er op hoog politiek of beleidsniveau aandacht voor bi+ is. In Amerika heeft Obama een keer een rondetafel met bi activisten georganiseerd in het Witte Huis. In Groot-Brittannië is er met Stonewall UK op hoog niveau aandacht geweest voor biseksualiteit. Dus het is niet alleen maar kommer en kwel. Dit soort momenten waarbij de doelgroep wordt benaderd en uitgenodigd zijn echt belangrijk. Die rondetafel in het Witte Huis is echt een mijlpaal geweest voor veel bi activisten, die zich daardoor gesteund en erkend voelden. Dat hebben we in Nederland nog niet gehad.

Het is inderdaad opvallend dat er door hooggeplaatste mensen wel aandacht is voor LHBTI in het algemeen, homoseksualiteit en ook steeds vaker voor transgender, maar nooit voor bi+. Wat zouden we in Nederland verder moeten doen en oppakken?

Onderzoek gaat niet alleen over kennis verzamelen, maar kan ook een push geven aan onderwerpen. Het Bisexuality Report uit 2012 onder leiding van de Britse Meg-John Barker heeft in heel Europa een iconische status gekregen. Dat rapport heeft veel betekend en het biedt inzicht. Het wordt daardoor echt gebruikt voor argumentatie. Het is belangrijk om kennis bij elkaar te krijgen in een mooi document en door goede mensen te laten uitvoeren die bekend zijn in de wetenschap en in de bi+ gemeenschap.

De nationale kennissynthese van Bi+ Nederland, de internationale kennissynthese van Atria, door jou geschreven, en ook de factsheet 2020 zijn eerste stappen in het verzamelen en aanbieden van beschikbare onderzoekskennis over bi+ in Nederland. Welke onderzoeken zijn volgens jou, naast het huidige bi+ onderzoek, nodig in Nederland?

Het lijkt me leuk en belangrijk als er meer aandacht komt voor relaties. Het is een kernelement in onze samenleving. Veel mensen zeggen dat een relatie ze stabiliteit en rust geeft en dat het goed is voor hun mentale welbevinden. Of dat ook geldt voor bi+ mensen dat is nog maar de vraag en ik hoor wisselende geluiden. Het kan rust bieden, maar soms ook weer niet. In de survey van het huidige bi+ onderzoek is er aandacht voor, maar het zou interessant zijn om een keer een hele survey over relaties te doen, gevolgd door interviews.

De aandacht voor relaties is inderdaad opvallend klein in beleid en onderzoek.

Ja, het is in Nederland vooral beperkt tot de psychologie en de seksuologie en bijna altijd gericht op hetero mensen. Een meer maatschappelijke blik ontbreekt.

Zijn er nog andere onderzoeken die je graag uitgevoerd ziet worden?

In onze samenleving gaat veel aandacht naar jonge mensen. Dat is natuurlijk belangrijk. Maar het zou juist ook boeiend zijn om eens onder oudere bi+ mensen onderzoek te doen. Hoe leiden zij hun leven? Het beeld is dat een bi+ oriëntatie minder relevant is naarmate mensen ouder worden en dat komt ook door het vooroordeel dat oude mensen seksloos zijn. Maar dat klopt natuurlijk niet. We weten nog weinig over de levensloop van oudere bi+ mensen. Hoe hebben ze hun leven geleefd, vanaf hun jeugd tot nu? Welke veranderingen in de samenleving hebben ze meegemaakt, hoe heeft dat hen gevormd en welke veranderingen in zichzelf hebben ze meegemaakt?

Dit is vanuit intersectionality zeker interessant.

Ja, inderdaad. Er is ook meer aandacht nodig voor mensen van kleur en mensen met een beperking. Relatief veel bi+ mensen hebben een of meerdere beperkingen.

Je zei eerder dat er in Nederland weinig lokale bi+ initiatieven meer bestaan. Hoe komt dat en wat is er nog wel?

In het onderzoek dat ik deed naar de bi-beweging sinds jaren negentig in Nederland bleek dat er vroeger veel meer lokale bi initiatieven waren. Nu bestaat alleen nog het bi-café in Nijmegen, een bi avond bij het COC in Arnhem, de bi kring in Amsterdam, en Bijou voor 30+ biseksuele vrouwen. Misschien was er vroeger meer nood om elkaar te ontmoeten, maar het is wel opvallend. Het kan belangrijk zijn dat er meer lokale bi+ clubjes en initiatieven komen. Bi+ Nederland is nog een vrij jonge organisatie en het is logisch dat ze zich niet meteen op lokale intiatieven richt. Maar het is wel belangrijk dat het weer komt. Het zou mooi zijn als dit organisch groeit.

Bi+ Nederland richt zich in deze beginfase eerst op het landelijke niveau om onszelf stevig op te bouwen. Maar het zit wel in ons achterhoofd voor een latere fase en om daarin meer te kunnen bieden. We willen alleen niet voortijdig imploderen door meteen teveel tegelijkertijd op te pakken. We stimuleren dat mensen in de bi+ facebookgroep zelf lokaal iets organiseren en elkaar ontmoeten en dat gebeurt ook.

Het is inderdaad een valkuil van veel vrijwilligers en bi activisten dat ze iets willen betekenen en dan teveel op zich nemen, omdat anderen het niet doen. In dat onderzoek naar de bi-beweging sprak ik ook met bi activisten en daaruit bleek dat sommigen er echt aan ten onder gingen omdat ze naast hun normale baan heel veel vrijwilligerswerk deden. Dat houd je niet lang vol. Je hebt genoeg schouders nodig die het dragen.

Het online boek Bisexuality in Europe is gratis en beschikbaar voor iedereen.

Het ingebonden boek is op dit moment beschikbaar voor £96 (Britse pond).
In 2021 komt er een goedkopere paperback uitgave.

Eind maart 2021 verschijnt het onderzoeksrapport over de survey bevindingen van het grote bi+ onderzoek, gevolgd door een onderzoeksrapport over het kwalitatieve onderzoek in najaar 2021.

Lees hier deel 1 van het interview met Dr. Emiel Maliepaard