bi+ en werk: portretverhaal Aiden

bi+ en werk: portretverhaal Aiden

foto: Debbie Helaha Create & Connect

Trans man (hij/hem), twintiger, zorgsector

‘Het ligt niet aan mij, maar aan hen’

Beide kan niet

Inmiddels werk ik een paar jaar in de ouderenzorg bij verzorg- en verpleeghuizen. Twee jaar geleden ben ik bij mijn vorige werkgever weggegaan vanwege hoe er door collega’s en cliënten werd omgegaan met mijn genderidentiteit en seksuele oriëntatie. Er hing helemaal geen fijne sfeer daar. Zodra een collega erachter kwam dat ik trans ben, werd dit aan het hele team en de cliënten doorverteld. Vervolgens werden er allemaal vervelende vragen gesteld en werd ik opeens met mijn geboortenaam aangesproken. Ook mijn panseksualiteit werd niet serieus genomen. Er werd gezegd dat het een keuze is, en onzin is.

‘Er werd gezegd dat mijn panseksualiteit een keuze is, en onzin is.’

Ook door cliënten werd ik vaak uitgemaakt voor homo en kreeg ik opmerkingen zoals ‘als ik je moeder was, zou ik dat niet accepteren’. Ik denk dat die lelijke opmerkingen vooral komen omdat ze het niet begrijpen. Ik probeer dan uit te leggen dat ik er niets aan kan doen op wie ik val en dat wanneer ik gelukkig ben met iemand het niet uitmaakt met wie dat is. Toch zeiden ze dan dat ik een kant moet kiezen, want beide kan niet. Dat is wel een beetje het standaardantwoord wat ik van mensen van oudere leeftijd krijg: ‘Het is het één of het ander’.

Ziekgemeld

Het melden van ongewenst gedrag kon ik niet bij die baan. Het systeem bestond en ik wist dat die mogelijkheid er was, maar hoe vaak ik er ook achteraan ben gegaan, mijn inloggegevens voor het systeem werden nooit geregeld. Wanneer er iets gebeurde, kon ik het dus niet melden. Twee keer heb ik me ziekgemeld, omdat ik met collega’s moest samenwerken met wie dat absoluut niet ging. Verder probeerde ik me erdoorheen te zetten en goede zorg te leveren, maar die periode is erg slecht geweest voor mijn mentale gezondheid. Ik had totaal geen energie over, omdat het zo veel energie kostte om alles te kunnen negeren en mijn werk te kunnen doen. Die periode was erg vervelend. Ik werd erg onzeker en ongelukkig en dacht dat het aan mij lag. Na er een jaar gewerkt te hebben, besloot ik om ontslag te nemen.

Zero tolerance policy

Bij mijn huidige werk is er gelukkig echt een zero tolerance policy. Wanneer een collega iets lelijks tegen mij zou zeggen, kan ik dat direct melden aan een teamleider en kan die persoon zijn ontslag tekenen. Gelukkig is dit een hele fijne werkplek waar iedereen collegiaal met elkaar is. Iedereen is open en eerlijk naar elkaar en werkt goed samen. Ik kan er eigenlijk alleen maar positief over zijn, ik voel me gesteund. In eerste instantie was ik niet open over mijn trans en pan zijn op het werk, maar inmiddels heb ik meerdere keren meegedaan aan interviews voor magazines vanuit mijn werk, wat mijn collega’s en cliënten ook allemaal hebben gezien.

Meer terughoudend geworden

Ik ben er trots op om zichtbaarder te zijn, maar ben wel meer terughoudend geworden vanwege de risico’s. Ook op mijn huidige werkplek krijg ik namelijk wel eens te maken met cliënten die er niet mee om kunnen gaan, maar gelukkig minder vaak dan hiervoor. Aan één cliënt lever ik geen zorg meer. Hij kwam erachter dat ik transgender ben en is het daar niet mee eens. Als ik kwam voor medicatie of hem zag op de gang negeerde hij mij en achter mijn rug om is hij heel negatief geweest. Zo heeft hij me eens uitgescholden bij een collega. Gelukkig zijn de reacties van mijn andere cliënten een stuk beter dan bij mijn vorige werk. Het is positiever en als er vragen zijn, dan worden die op een respectvolle manier gesteld. Er zijn wel cliënten die zeggen dat ik homo ben, maar dat bedoelen ze niet lelijk. Ik weet ook dat ik bij hen niet alles serieus hoef te nemen.

‘Ik ben er trots op om zichtbaarder te zijn, maar ben wel meer terughoudend geworden vanwege de risico’s.’

Voor mezelf opkomen

Het werken met cliënten is heel persoonlijk, want je hebt echt met mensen te maken natuurlijk. Zo wordt geregeld gevraagd of ik getrouwd ben en kinderen heb. Bij mijn heteroseksuele collega’s is het heel makkelijk om daar antwoord op te geven, maar bij mij ligt het toch ingewikkelder. Het wordt sneller persoonlijk, omdat het bij mij dan meteen om mijn hele levensverhaal gaat en niet alleen om een gezinssamenstelling. In het begin voelde ik ook de druk om over mijn genderidentiteit en seksuele oriëntatie te vertellen. Inmiddels heb ik dat niet meer. Wanneer het niet vertrouwd voelt bij iemand, dan antwoord ik gewoon ‘nee’ op de vraag of ik getrouwd ben en laat ik het daarbij. Ik kom in die zin nu meer voor mezelf op en kan duidelijker mijn grenzen aangeven. Ook als een cliënt over mijn grens heengaat ben ik nu niet bang om het aan te geven bij mijn teamleider. Ik ben qua zelfverzekerdheid een heel stuk gegroeid op mijn werk in de afgelopen jaren.

Het ligt niet aan mij, maar aan hen

Ik voel nu dat er veel meer ruimte is om open te zijn. Mensen veroordelen elkaar niet en gaan respectvol met elkaar om. Wanneer iemand iets zegt, blijft het ook onder ons. Ik kan mijn ervaringen op mijn vorige werk ook steeds meer aan de kant zetten. Ik kan steeds meer denken ‘het ligt niet aan mij, maar aan hen’, maar dat heeft lang geduurd.

bi+ en werk: portretverhaal Carol

bi+ en werk: portretverhaal Carol

Vrouw (zij/haar), veertiger, zorgsector

‘Ik kan laten zien: het kan ook anders’

Ongemak vanuit het onbekende

Sinds een jaar ongeveer ben ik er op het werk open over dat ik biseksueel ben. In eerste instantie reageerde iedereen wel goed, maar hoe meer je in gesprek komt daarover, hoe meer ik een onderlaag voelde. Ik heb heel open zitten vertellen over hoe mijn man en ik dit vorm geven: we hebben een polyamoreuze relatie, omdat ik ook echt verlang naar een connectie met een vrouw zoals ik die met mijn man heb. Dan krijg ik soms hele directe opmerkingen als ‘Ik vind het allemaal wel ingewikkeld’ of ‘Ja, misschien moet je toch kiezen’. Ik heb het idee dat er naar mij gekeken wordt alsof ik maar wat zit aan te klooien en een leuke tijd heb met Jan en alleman. Er wordt best snel geoordeeld en er is een bepaald ongemak. Dat wordt niet altijd uitgesproken, maar het is wel voelbaar. Ik denk dat het ongemak komt vanuit het onbekende en dat het vaak als iets seksueels gezien wordt. Als een collega vraagt ‘Ja, maar mag je partner dan ook buiten de deur?’ dan gaat het gelijk alleen maar om seks. Zo’n vraag is dan veelzeggend.

‘Er wordt best snel geoordeeld en er is een bepaald ongemak. Dat wordt niet altijd uitgesproken, maar het is wel voelbaar.’

Vragen

Zo krijg ik ook vaker de vraag of ik nog wel seks heb met mijn man. Mensen denken nu dat ik alleen op vrouwen val en niet meer op mannen. Ik kan me voorstellen dat mensen zich dat afvragen, maar als je biseksueel bent is dat natuurlijk een beetje een gekke vraag. Aan de andere kant, als we het er nooit over hebben en als ze nooit verder vragen, dan hebben ze geen idee hoe ik het invul. Dan vullen ze het zelf in. Dan krijg ik te horen ‘Ja je kunt niet alles hebben’. Terwijl als ze gewoon even doorvragen, dan kunnen ze hun eigen beeld bijstellen. En er misschien nog iets van opsteken ook.

‘Ik vind het ook prettig als mensen ernaar vragen, mits ze er respectvol mee omgaan.’

Ik vind het ook prettig als mensen ernaar vragen, mits ze er respectvol mee omgaan. Ik gooi graag het gesprek open, mits anderen daarvoor openstaan uiteraard. Dat ik naar hen luister en zij naar mij, en dat ze het proberen te begrijpen zonder oordeel. Dat is een hele andere vorm van in gesprek gaan met iemand. Ik heb ook echt de behoefte om open te zijn, het is mijn identiteit en ik kan niet doen alsof. Dan heb ik het gevoel alsof ik een groot toneelstuk aan het opvoeren ben. Ik merk dat ik steeds meer mensen om me heen verzamel waar ik dit dus mee kan bespreken. En dat zijn vaak de mensen waarmee ik me connected voel. Ook op andere vlakken.

‘Doe maar gewoon normaal’

Een tijd terug ben ik ook uitgevallen op het werk. Ik liep helemaal vast. Ik kon niet functioneren of me concentreren. Toen heb ik eerlijk gezegd tegen mijn leidinggevende wat er speelde, maar dat vond ik wel heel moeilijk. Ik merk dat sommige collega’s en leidinggevenden in eerste instantie heel begripvol zijn, maar dat er uiteindelijk toch een oordeel zit. Er was een collega die zich afvroeg waarom ik er überhaupt voor moest uitkomen dat ik biseksueel ben, want zij zei toch ook niet expliciet dat ze hetero is. Zo eenvoudig is het niet. Ik begrijp dat diegene het goed bedoelt. Maar blijkbaar is het wel nodig, want als ik er niet voor uitkom dan wordt het gesprek nooit gevoerd en kun je dus ook niet jezelf zijn.

Biseksualiteit is blijkbaar iets ongrijpbaars voor veel mensen. Ik snap het wel, ik krijg er soms ook een error van. Dus hoe moeten anderen die dit niet voelen, het begrijpen. Ik leef ook mee met de mensen om me heen…

Van een leidinggevende kreeg ik toentertijd te horen dat ik het maar beter niet kon delen met mijn collega’s en het voor mezelf moest houden. Die opmerking kwam wel binnen. Eigenlijk zei die leidinggevende: ‘Doe maar gewoon normaal’. Misschien bedoelde hij het goed, uit bescherming. Maar het betekent eigenlijk dat het niet helemaal oké is om zo te zijn. Dus dan zeggen ze: ‘Doe je maar anders voor dan je bent’. Dat is eigenlijk gewoon heel ernstig. Maar dit soort opmerkingen sterken mij juist ook. Eerst doet het pijn en daarna komt er een soort van innerlijke power. Ik laat me niet in een positie zetten waar ik niet wil zitten. Gelukkig zijn er ook collega’s geweest waar ik een hele goede band mee heb opgebouwd. Al voordat ik hier openheid over gaf. Wat een enorme steun zijn zij geweest. Dan mocht ik even mijn hart luchten zodat ik de dag door kon komen. En dat konden ze ook bij mij.

Terug mijn schulp in

Ik krijg het aan veel mensen niet uitgelegd en ben ook gestopt om het continue uit te leggen. In het begin had ik vaak het gevoel dat ik iemand anders moest overtuigen. Dat kostte zo veel energie. En het is ook niet nodig. De overtuiging die zit in mijzelf. Ik ben dan wel helemaal mezelf als ik open ben, maar of dat nou positief heeft uitgepakt weet ik niet. Als mensen niet begrijpen dat je in de knoop zit en dat dit ook invloed heeft op je werk, dan wordt het je op een gegeven moment een beetje kwalijk genomen. Ik merkte dat ik daardoor voorzichter werd met dingen delen. Ik trek me dan terug en ga terug mijn schulp in. Ik denk niet dat zij beseffen wat voor effect dat op mij heeft en hoe bijzonder het eigenlijk is dat ik me zo kwetsbaar durf op te stellen.

Behoefte aan open-minded sfeer

Ik heb deels daarom ook besloten om te stoppen met mijn werk. Het was noodzaak om het roer om te gooien. Het heft in eigen handen te nemen en mezelf niet passend willen maken in iets wat niet meer past. Ik heb mezelf enorm ontwikkeld de afgelopen jaren en mijn werk ontwikkelt niet mee. Ik heb behoefte aan een andere cultuur en omgeving. Bijna iedereen heeft het huisje, boompje, beestje en dat heb ik eigenlijk ook, maar ondertussen ziet mijn leven er eigenlijk anders uit dan dat het er van buiten uitziet. Ik heb behoefte aan een meer open-minded sfeer.

Niet verstoppen

‘Wat ik niet wil is dat ik me moet gaan verstoppen omdat anderen het ongemakkelijk of moeilijk vinden. Waarom zou ik dat moeten doen? Daar ben ik eigenlijk te trots voor.’

Uiteindelijk heb ik ook niet in de hand hoe anderen op mij reageren of wat ze daarvan vinden. Wat ik niet wil is dat ik me moet gaan verstoppen omdat anderen het ongemakkelijk of moeilijk vinden. Waarom zou ik dat moeten doen? Daar ben ik eigenlijk te trots voor. En misschien vind ik het stiekem ergens ook wel leuk om een beetje te provoceren en andere mensen misschien op andere gedachten te brengen. Want doordat ik open ben zijn sommige mensen ook open over dingen die ze anders niet zouden vertellen. Dus het heeft ook een hele positieve kant. Doordat ik me kwetsbaar opstel krijg ik ook vaker verhalen te horen van anderen. Ik kan laten zien dat we niet altijd in die hokjes te hoeven zitten, het kan ook anders.

De toekomst

Die maak ik zelf. Samen met mijn prachtige gezin en mooie mensen om ons heen. Door de struggle die er is te omarmen. En terugkijkend naar een aantal jaren terug en waar ik nu sta. Het klopt weer.

bi+ en werk: portretverhaal Alexa

bi+ en werk: portretverhaal Alexa

foto: Debbie Helaha Create & Connect

Vrouw (zij/haar), twintiger, non-profit sector

‘Diversiteit en inclusie vergt een lange adem’

Duidelijke waarden

In de non-profit sector heb je duidelijke waarden, een overtuiging. We komen allemaal samen en spreken af waar we voor staan. Daar is ook veel gesprek over. Dan is er ook meer ruimte denk ik om het te hebben over persoonlijke dingen. Ik voel soms nog wel een drempel om bepaalde persoonlijke dingen te delen. Als ik zie dat collega’s en vooral leidinggevenden zo open zijn over hun privéleven, dan zie ik dat dit echt een plek is die privéomstandigheden serieus neemt en waar je eigen bagage die je als mens meeneemt naar je werk, ook serieus wordt genomen. Eén van onze managementteam leden is lesbisch en is daar heel open over. Dat geeft representatie en het gevoel dat je er zelf ook eerlijk over kan zijn. Aan de ene kant kan die openheid een gevoel opbrengen van ‘oh shit, nu moet ik ook iets delen van mezelf’, maar aan de andere kant is het prettig om te weten dat het positief wordt ontvangen wanneer je iets wilt delen, en dat er begrip voor is.

Belang van zekerheid

“Toen ik een vast contract kreeg dacht ik: ‘Oké, nu kan ik wat opener zijn’.”

Ik heb eerst niet op mijn werk verteld over mijn seksuele oriëntatie. Ik zag daar ook niet echt een aanleiding toe. Nu ik er langer werk, en ook meer zeker ben over mijn positie in de organisatie, voel ik me vrijer om dingen te delen. Ik wil stabiliteit en kunnen groeien bij één werkgever. Maar ik maakte me eerst veel zorgen over of mijn contract wel werd verlengd. Ik ben me erg bewust van wat de vooroordelen over biseksuele of bi+ mensen zijn en dat ze toch ten opzichte van andere groepen vaak meer negatieve dingen ervaren. Zekerheid is belangrijk voor mij dus toen ik een vast contract kreeg dacht ik: ‘Oké, nu kan ik wat opener zijn’. Nog steeds kijk ik wel naar wat ik een goede situatie vind om het te zeggen. Ik ben niet iemand die zegt ‘Oh, ik moet wat vertellen’, maar deel het wel onder bepaalde omstandigheden, als ik dat passend of grappig vind.

Mensen nemen aan dat ik hetero ben

Mensen zijn wel vaak verbaasd als ik deel dat ik biseksueel ben. Waar ik werk is het standaard om te vertellen waar je woont, hoe oud je bent, of je een partner hebt en wie dan. Iedereen weet dus wel dat ik een vriend heb. Daardoor gaan veel collega’s er helaas wel vanuit dat ik hetero ben. Dat ik een vriend heb, bevestigt hun aanname dat ik hetero ben. Er ontbreekt veel kennis over dat er ook mensen zijn die zich aangetrokken voelen tot allerlei verschillende genders, dat er niet alleen hetero- en homoseksueel is. Misschien dat ze wel gehoord hebben van biseksualiteit, maar volgens mij weten ze ook niet écht wat het is. Er zijn veel mensen die geloven dat je niet echt queer bent, wanneer je biseksueel of bi+ bent. Al helemaal niet als je dan ook nog eens een ‘heterorelatie’ hebt.

Seksuele oriëntatie is privé

Ik denk ook dat mensen het ongemakkelijk vinden om identiteiten te bespreken. Dat er toch een taboe op rust, zeker met seksuele oriëntatie. Dat het voelt als iets dat privé is, omdat bij hetero mensen heel erg het idee heerst ‘oeh dan heb je het meteen over met wie je seks hebt’. Het is gewoon onderdeel van wie je bent, een stukje van mijn identiteit, maar het wordt snel geseksualiseerd en gestereotypeerd. Vooral bij biseksuele mensen, maar ook andere queer mensen, wordt gedacht: ‘Ik wil niet weten met wie jij tussen de lakens duikt’. Op dezelfde manier waarop de ene collega het kan hebben over haar vriend, kan de andere collega het gewoon hebben over haar vriendin. Wat is daar dan mis mee? Ik heb toch het gevoel dat mensen het als ongemakkelijk zien.

“Op dezelfde manier waarop de ene collega het kan hebben over haar vriend, kan de andere collega het gewoon hebben over haar vriendin. Wat is daar dan mis mee?”

Lange adem

Die ongemakkelijkheid zorgt ervoor dat het minder bespreekbaar is. Met de diversiteit en inclusie werkgroep van de organisatie zijn we bezig met een diversiteits- en inclusieplan dat, als het wordt goedgekeurd, ook echt top-down breed gedragen wordt. Tot nu toe was het voornamelijk iets waar mensen in lagere functies zich mee bezig hielden, tussen alle andere werkzaamheden door. Het is belangrijk dat er budget voor vrijkomt. Dat je als organisatie een statement maakt en zegt: ‘Dit past bij onze waarden als organisatie’. Het is ook iets wat je moet blijven doen, het is niet iets wat je binnen een paar jaar kan fixen. Ik denk dat veel organisaties denken dat ze even iemand kunnen invliegen die zorgt dat ze divers en inclusief zijn en dan kan diegene weer weg. Ze zien geen noodzaak voor zo’n functie om te blijven, om dat te blijven managen. Terwijl het ICT-team toch ook niet wordt ontslagen zodra iedereen een laptop heeft en het systeem kan gebruiken? Met onze werkgroep proberen we voor elkaar te krijgen dat het duurzaam is, dat het echt iets is wat onderdeel van de organisatiecultuur wordt. Dat is iets waar je een lange adem voor nodig hebt en wat ook nooit ophoudt.

Intersectionaliteit

Het vergt ook een lange adem om mensen te laten begrijpen wat intersectionaliteit is. Ik zie alles als met elkaar verbonden. Ik denk wie racistisch is, is ook queer fobisch en ook seksistisch. Natuurlijk zie je wel uitzonderingen, maar ze zijn wel met elkaar verbonden. Het is een soort domino-effect of spinnenweb. Als ik één draadje zie, bijvoorbeeld omdat iemand een bepaalde opmerking maakt over ras, dan denk ik: ‘Dat hele web is er, maar dat zie ik nog niet’. Dat maakt dat je je niet veilig voelt om met al jouw gemarginaliseerde identiteiten aan te komen en volledig jezelf te zijn. Ik heb wel momenten dat ik daarom denk ‘ik ga nu niks zeggen’, dan voel ik me niet prettig om het over mijn identiteiten te hebben.

Energie

“Ik denk dat veel heteroseksuele collega’s nooit hoeven na te denken over hun veiligheid en of je wel of niet iets kan delen, wat betekent dat je heel veel energie over hebt voor andere zaken.”

Ik vind het belangrijk dat mensen zelf kiezen wanneer ze het over hun seksuele oriëntatie willen hebben en waar ze wat willen vertellen. Het kost veel energie om steeds te moeten nadenken over je veiligheid en of je wel of niet iets kan delen. Ik denk dat veel heteroseksuele collega’s daar nooit over na hoeven te denken, wat betekent dat je heel veel energie over hebt voor andere zaken.

Nu ik meer open ben, heb ik wel het gevoel dat ik mezelf kan zijn en dat ik niet zo veel energie meer hoef te besteden aan me zorgen maken. Ik kan die angst dan een beetje loslaten. Ik hoop ook dat ik dan een voorbeeld kan zijn voor anderen, dat ze denken: ‘Zij is open dus dan kan ik er ook open over zijn.’ Dat mensen het normaal vinden om dingen te delen over je thuissituatie en er niet vanuit gaan dat iemand een partner heeft, dat iemand maar één partner heeft en dat iemand een partner van een bepaald gender heeft. Het moet ook niet geforceerd zijn. Ik denk dat het goed is om een zo open mogelijke werksfeer te creëren waarin mensen vrij zijn om dingen te delen, maar ook niet worden afgestraft als ze niet open zijn.

‘If you are gonna talk the talk, you have to walk the walk’

Organisaties kunnen praten over dat iedereen zichzelf mag zijn en je kan wel zeggen dat je erbij hoort, maar als je daar als organisatie echt in gelooft dan moet je dat ook uitstralen. Het moet worden vastgelegd in diversiteits- en inclusiebeleid en onderdeel worden van de organisatie. Ik denk echt: ‘ If you are gonna talk the talk, you have to walk the walk’.

bi+ en werk: portretverhaal Joshua

bi+ en werk: portretverhaal Joshua

foto: Debbie Helaha Create & Connect

Man (hij/hem), dertiger, zorgsector

‘Bevrijdende manier van leven’

Nadenken en reflecteren

Een groot deel van werken met patiënten in een tbs-kliniek is dat je zelf je instrument bent. Dat betekent dat het belangrijk is om met je collega’s te delen als het bijvoorbeeld niet zo goed met je gaat. De meeste patiënten met wie we werken gaan hypersensitief door het leven en kunnen het heel goed aanvoelen als het niet goed met mij gaat en als er ergens een kwetsbaarheid zit. Die kwetsbaarheid kan dan ook uitgebuit worden of er kan misbruik van worden gemaakt, dus je moet heel bereid zijn om over jezelf na te denken en te reflecteren. Waar nodig ben je open naar je collega’s en vertel je wat er in je privéleven speelt.

Wat wil ik in het leven?

Toen de relatie met mijn ex-partner, een vrouw, op een gegeven moment niet goed liep en we uit elkaar gingen, had dat weerslag op mijn werk. Ik kon net aan mijn diensten draaien maar het overstijgende werk was niet meer van de kwaliteit die mensen van mij gewend waren. Dat maakte dat een collega naar me toe kwam en vroeg wat er aan de hand was. Toen moest ik dus echt bij mezelf nagaan en nadenken over wat er speelde en wat ik wil in het leven. Ik merkte dat ik graag toch eens wilde uitzoeken hoe het zou zijn om een relatie met een man te hebben.

Mijn hart luchten

‘Het was voor mij belangrijk dat mijn toenmalige teamleider toen aan mij vroeg: ‘Wat heb je daarvoor nodig?’

Op een gegeven moment zat ik met mijn toenmalige teamleider te praten en vroeg ze hoe het met me ging. Toen kon ik heel open vertellen dat ik meer masculiene energie zocht in een relatie, wat ik niet in mijn toenmalige relatie kon vinden. Er was veel ruimte voor om daarover te praten met elkaar. Het was voor mij belangrijk dat zij toen aan mij vroeg: ‘Wat heb je daarvoor nodig?’. Dat was uiteindelijk niet zoveel, behalve af en toe mijn hart bij haar luchten en vertellen dat ik het ingewikkeld vond. Het was fijn dat er veel ruimte was om na te denken over wat mijn privésituatie met mijn werk deed en uiteindelijk ben ik er ook goed doorheen gekomen. Verder had ik al met een collega afgesproken dat zij bij mij checkt of ik tegen grappen kan, ook over mezelf, over lhbti+ zijn. Het is fijn dat ik mijn behoefte met haar afstem. We hebben lollig afgesproken of ik die dag een knuffel nodig heb als ik prikkelbaar ben of dat ik tegen harde grappen kan, waar ik ook van hou.

Openheid doseren

Sinds ik zelf teamleider ben, maak ik wel meer afwegingen over wat ik wel en niet deel. Sowieso kijk ik altijd om wie het gaat en of diegene te vertrouwen is, maar als teamleider ben ik me ook bewust van de blik die mensen in de organisatie op mij hebben. Door heel open te zijn over bijvoorbeeld date ervaringen, kan dat ook tegen je werken. Ik ben stabiel genoeg om mensen te laten denken over mij wat ze willen, maar tegelijk ook realistisch genoeg om te beseffen dat in een kleinere organisatie waarin mensen snel een mening vormen, het niet altijd handig is om super open te zijn. Dus ik doseer wat ik vertel over mijn privéleven. Ik vertel lang niet alles, maar waarom zou ik liegen over wat ik meemaak?

Error

Nu ik meer met mannen date zien mensen me vaak als homo. Wanneer ik dan een keer vertel dat ik met een vrouw heb gezoend zijn collega’s heel verbaasd. ‘Hè, maar je bent toch gewoon gay?’ Mensen krijgen een soort error. Vroeger had ik me dan behoorlijk verdedigd en vond ik het erg vervelend als iemand me homo noemde. Ik dacht toen dat ik dat moest bestrijden door steeds te zeggen: ‘Nee ik ben echt bi, ik ben geen homo’. Nu voel ik me zelf helemaal oké bij wie ik ben en realiseer ik me ook dat het niet aan iedereen uit te leggen is dat de wereld genuanceerder is dan homo en hetero. Toen ik hier dertien jaar geleden begon met werken en mezelf nog als hetero zag, had ik me er heel onzeker over gevoeld als mensen me als homo zagen. Nu denk ik: ‘Het is niet mijn probleem, ik ga me er niet druk over maken.’ Het is gewoon mijn leven en het zijn de keuzes die ik maak. Als mensen mij dan willen terugbrengen tot iets waar zij zich comfortabel bij voelen, dan succes daarmee. Kijk naar mijn leven en doe er iets mee, of niet. Ik voel me niet meer een soort levend uithangbord om constant mensen voor te lichten over wie ik ben. Daar heb ik geen zin meer in.

Bevrijdende manier van leven

Ik ervaar dat mijn bi zijn een manier is om heel vrij in het leven te staan. Het is een bevrijdende manier van leven. Dat is iets wat ik ook meeneem in verdiepingsdagen op mijn werk. Ik probeer mensen dan te laten nadenken over wat het betekent om een label aan iemand te geven. Of dat nou een label van een diagnose is of bijvoorbeeld het label hetero of homo. Bij dat soort dagen probeer ik dan altijd ook het onderwerp van lhbti+ erin te brengen. Ik denk ook dat alle normen waar bi+ mensen last van hebben, dat heel veel mensen zich daarin herkennen en dat zij zich misschien ook wel van die normen willen bevrijden. Dan is mijn missie geslaagd als mensen oncomfortabel uit dat overleg komen en denken: ‘Wat ik moet ik hiermee?’ Het zet ze hopelijk aan het denken.

Normatieve kaders bevragen op het werk

Als organisatie gaat het niet alleen om ruimte maken voor bi+ mensen, maar ook om te durven omarmen dat er heel veel variëteit is in mensen, bijvoorbeeld in hoe mensen relaties vormgeven en dat uiten. Op het moment dat je er gewoon hardop over gaat praten, kan je het normaliseren. Niet alleen zeggen dat je een inclusieve werkgever bent, maar het ook doen.

‘Als organisatie gaat het niet alleen om ruimte maken voor bi+ mensen, maar ook om te durven omarmen dat er heel veel variëteit is in mensen.’

Vraag mensen bijvoorbeeld om hun voornaamwoorden en creëer een werksfeer waarin mensen over een partnerkeuze kunnen praten. Dat zou denk ik heel veel ruimte bieden aan de diversiteit die er is bij bi+, maar ook bij andere mensen. Dat we met elkaar het normatieve kader durven te bevragen en te durven zeggen: ‘Nee, dat willen wij niet. Wij willen dat anders’.

bi+ en werk: portretverhaal Rachel

bi+ en werk: portretverhaal Rachel

foto: Debbie Helaha Create & Connect

Vrouw (zij/haar), veertiger, privacy/educatieve sector

‘Aandacht voor diversiteit en inclusie trok mij over de streep’

Diversiteit maakt je sterker

Nu ik ouder ben, sta ik steeds meer bewust stil bij hoe een organisatie zich profileert. Ook kijk ik meer naar of ze zelflerend vermogen hebben en niet alleen aan pinkwashing doen. Dat vind ik belangrijk. Bij mijn huidige werk vond ik de functie toen ik die zag hartstikke leuk, maar ze hebben me echt ook over de streep getrokken met het feit dat ze zich profileren op diversiteit en inclusie. In de vacature hadden ze een uitgebreide beschrijving opgenomen over diversiteit en inclusie en hun inzet daarop, maar ook wat het hen aan positieve dingen brengt. Het is geen moetje voor hen. Ze zijn er als organisatie van overtuigd dat diversiteit hen als organisatie sterker maakt en dat het tot betere producten en uitkomsten leidt. Daar haal je mij mee over, er wordt echt werk van gemaakt. 

‘Mijn huidige werk heeft me echt over de streep getrokken met het feit dat ze zich profileren op diversiteit en inclusie.’

Het gesprek moet gevoerd worden

Zelf ben ik ook heel open. Op mijn CV meld ik altijd dat ik actief ben in pride organisaties op werk, omdat ik dat belangrijk vind. Vanaf het begin dat ik hier werk weten mensen dus dat ik actief ben op het gebied van lhbti+ op de universiteit. Iemand op werk vroeg eens aan mij: ‘Waarom vertel je dat allemaal over jezelf? Waarom zou je dat doen?’ Mensen vinden het toch, denk ik, dan heel privé wat ik vertel. Dat het iets is om voor je te houden. Ik vind het belangrijk dat mensen het weten, omdat ik vind dat het gesprek gevoerd moet worden over dat niet iedereen hetero is.

Binnen mijn afdeling werken we veel samen in één ruimte, waar we elkaar beter leren kennen en het dus ook eerder privé wordt. Daar zit dus zeker een bepaalde mate van openheid in. Er zitten daar geen drempels voor mij om uit de kast te zijn. Mijn biseksualiteit komt in alledaagsheid ter sprake. Het is niet dat ik zeg ‘ik ben biseksueel en laten we het daar met elkaar over gaan hebben’. Het zijn de alledaagse dingen waar het af en toe naar voren komt, bijvoorbeeld wanneer je een gesprek hebt over een date die je ooit hebt gehad.

Ga maar terug de kast in

Ik ervaar zelf de universitaire omgeving als meer open en accepterend dan bijvoorbeeld het bedrijfsleven. Eén van de redenen dat ik klaar was met de corporate wereld is dat mensen vaak niet voorop staan, maar geld. Als dat in je zaken voorop staat, dan zie je dat ook terug op de werkvloer. De universiteit heeft wat dat betreft een andere basishouding. Daardoor is er meer ruimte om met elkaar samen te zijn. 

Bij een eerdere werkgever, een telecommunicatiebedrijf, werd ik in gesprek geroepen door mijn leidinggevende die zei: ‘Er zijn mensen die geklaagd hebben’.  Wanneer iemand een heteronormatieve opmerking maakte zoals ‘vrouwen vallen op mannen’, vulde ik aan: ‘Ja of vrouwen vallen op mannen en op vrouwen.’ Of ik zei dat ik zelf ook nog op vrouwen val. Mensen hadden daar blijkbaar aanstoot aan genomen dat ik dat deed en zij hebben daarover geklaagd bij mijn leidinggevende. Die sprak mij er dus op aan dat ik beter niet meer dat soort dingen kon zeggen. Ofwel: ga maar terug de kast in. 

‘Dat ik er niet over mocht praten vond ik heftig. Ik dacht: ‘Nee, moet ik echt terug de kast in?’ Hierdoor voelde ik me minder veilig in die omgeving.’

Dat ik er niet over mocht praten vond ik heftig. Ik dacht: ‘Nee, moet ik echt terug de kast in?’ Hierdoor voelde ik me minder veilig in die omgeving. Het had een soort verstikkend effect. Ik ben toch afhankelijk van de beoordeling van die leidinggevende dus als ik het wel weer doe en er gaat nog iemand klagen, dan kan het zomaar zijn dat ik een negatieve beoordeling krijg. Er is toch die machtspositie, hoe je het ook wendt of keert. Daar heb ik toen echt rekening mee gehouden en ik ben me meer gaan terugtrekken. Daardoor werd ik wel een ‘afgezwakte’ versie van mezelf, want ik was altijd een vrij extravert persoon. Op een gegeven moment hield het voor mij echt op in die organisatie en dit was één van de vele dingen van die organisatiecultuur waarvan ik dacht: ‘Dit is niet wat ik wil, voor zo’n bedrijf wil ik niet werken.’

Op m’n hoede

Ook nu nog ben ik altijd een klein stukje op m’n hoede. Je weet gewoon dat er een gedeelte van de mensen is die echt ongelofelijk veel haat heeft tegen de regenbooggemeenschap. Statistisch gezien weet je dat die mensen ook onder je collega’s zitten en dan zou het zomaar eens een negatieve invloed kunnen hebben op je carrière. Dat blijft altijd wel ergens in je achterhoofd zitten. Ik zou willen dat de wereld anders was, maar dat is die niet. 

Ik merk aan mezelf dat wanneer ik met de pride groep samen ben, dat ik dan meer ontspannen kan ademhalen. Ik hoef daar niet activistisch te zijn of alles continu uit te leggen, wat soms heel vermoeiend is. Toch vind ik het wel belangrijk om te blijven doen voor bijvoorbeeld generaties na mij. Om de weg te banen voor mijn zoon en zijn vrienden. Ik heb ook een voorbeeldfunctie dus daarom doe ik het, ondanks dat het af en toe erg vermoeiend is.

Allies

Ik zou het erg fijn vinden als er mensen buiten de gemeenschap zijn die diversiteit en gelijkheid belangrijk vinden, dat je meer allies (bondgenoten) hebt. Dan hoef je niet altijd in je eentje de strijd te voeren. Hoe fijn is het als er mensen zijn uit andere minderheidsgroepen of überhaupt mensen die het belang van gelijkheid en gelijkwaardigheid ook dragen. 

‘Ik zou het erg fijn vinden als er mensen buiten de gemeenschap zijn die diversiteit en gelijkheid belangrijk vinden, dat je meer allies(bondgenoten) hebt. Dan hoef je niet altijd in je eentje de strijd te voeren.’

Ik word altijd heel blij als ik bij mensen het lichtje in hun hoofd zie aangaan van: ‘Ik ben misschien wel hetero, maar dat is niet iedereen. Dus waarom zou ik veronderstellen dat die persoon die tegenover mij zit hetzelfde is als ik?’ Mensen gaan er bij mij namelijk heel vaak vanuit dat ik hetero ben. Ook omdat ik met mannen getrouwd ben geweest. Ik vind het altijd zo’n rare gedachtegang dat mensen veronderstellen dat wanneer je biseksueel bent en samen bent met iemand van een ander geslacht, dat dan ineens je geaardheid verandert. Alsof je dan opeens hetero zou zijn geworden. 

Het is belangrijk dat mensen er iets van zeggen als ze zien dat er ongelijkwaardigheid is of als mensen worden gediscrimineerd. Spreek je uit. Als je mensen erop aanspreekt betekent het niet altijd dat hun gedrag ook zal veranderen. Maar ik merk wel dat het in de groep een dynamiek geeft dat mensen die zich eerst niet durfden uit te spreken dat misschien de volgende keer wel durven, omdat iemand anders er iets van heeft gezegd. Ik heb er zelf niet elke dag de energie voor om mensen te onderwijzen, ook al werk ik bij een onderwijsinstelling. Dan is het gewoon superfijn als er meer mensen zijn die de handschoen opnemen.