Eerste grote landelijke onderzoek onder bi+ mensen van start

Eerste grote landelijke onderzoek onder bi+ mensen van start

Met trots maken we bekend dat het eerste grote landelijke onderzoek onder mensen met bi+ gevoelens en ervaringen van start is gegaan.

Bi+ Nederland heeft aan een groep van maar liefst 9 toponderzoekers deze opdracht gegeven. Centraal staat hoe mensen met bi+ gevoelens en ervaringen hun seksuele oriëntatie beleven en wat hun behoeften en ervaringen zijn.

Op wat voor manieren krijgen bi+ mensen te maken met negatieve ervaringen, vooroordelen en beperkende sociale normen? Wat voor gevolgen heeft dit en hoe gaan zij daarmee om? Het is ook belangrijk om meer inzicht te krijgen in de slechtere mentale gezondheid van veel bi+ mensen en de factoren die hierin een rol spelen.

Uit bestaand onderzoek weten we dat mensen met bi+ gevoelens en ervaringen meer kans hebben op ondermeer een slechtere mentale gezondheid dan de algemene bevolking. We willen weten waarom dit is en of er manieren zijn om deze verhoogde kans te verkleinen. Het onderzoek bestaat uit een online survey, gevolgd door een serie diepte-interviews met bi+ mensen.

De resultaten van de survey zullen in voorjaar 2021 bekend zijn en de resultaten van de diepte-interviews in het najaar van 2021.

Internationaal bi+ onderzoek verzameld

Internationaal bi+ onderzoek verzameld

Dr. Emiel Maliepaard heeft in opdracht van Bi+ Nederland de internationale wetenschappelijke kennis verzameld over mensen met bi+ gevoelens en ervaringen en wat bekend is over bi+ identiteiten en zichtbaarheid, relaties en gezondheid. Download de kennissynthese hier

Bi+ identiteiten en zichtbaarheid

Uit de kennissynthese van Atria onderzoeker dr. Emiel Maliepaard blijkt dat ‘een biseksuele identiteit – en in het verlengde ook een panseksuele identiteit –onzichtbaar blijft door de institutionalisatie van monoseksualiteit’. Daarmee wordt bedoeld dat in de samenleving ervan wordt uitgegaan dat mensen zich exclusief tot iemand van hetzelfde óf het andere geslacht aangetrokken voelen. Ook wordt iemands seksuele identiteit vaak verondersteld op basis van het geslacht van iemands partner. Hierdoor worden de meeste mensen als vanzelfsprekend als heteroseksueel gezien, of anders als homoseksueel/lesbisch. Bi+ blijft op die manier heel vaak onzichtbaar voor de buitenwereld, behalve als bi+ mensen dit openlijk vertellen aan andere mensen. Maar door de druk van monoseksualiteit en vooroordelen die kleven aan biseksualiteit, kan de eigen acceptatie van bi+ gevoelens in de weg staan.

In de praktijk zijn veel bi+ mensen niet of selectief open over hun seksuele oriëntatie. Negatieve houdingen tegenover bi+ komen niet alleen voor onder heteroseksuele mensen, maar ook onder homoseksuele en lesbische mensen. Een groot deel van de (Britse) bi+ mensen voelt zich dan ook niet thuis in LHBT gemeenschappen. De gevoelde norm van monoseksualiteit kan consequenties hebben voor de gezondheid van bi+ mensen. Recent onderzoek laat zien dat angst voor negatieve reacties op bi+ zijn, samenhangt samen met het hebben van depressieve gevoelens en algemene angstgevoelens.

Relaties

Internationaal onderzoek naar relaties en bi+ mensen heeft vooral aandacht voor biseksualiteit en consensuele nonmonogamie (ofwel polyamorie), de onzichtbaarheid van biseksualiteit binnen relaties en het zichtbaar maken van biseksualiteit in langdurige (monogame) relaties, en binegativiteit binnen relaties. De partner van een bi+ persoon speelt een belangrijke rol: Een accepterende partner draagt positief bij aan het mentale welbevinden van een bi+ persoon. Over de verbanden tussen relatievormen en mentale gezondheid van bi+ mensen is nog weinig bekend.

Mentale gezondheid

Uit veel internationale onderzoeken blijkt dat mensen met bi+ gevoelens en ervaringen een minder goede mentale gezondheid hebben dan de gemiddelde bevolking. Dit wordt theoretisch in verband gebracht met monoseksualiteit, biseksuele stereotypen, discriminatie op basis van seksuele oriëntatie, onzichtbaarheid van biseksualiteit, bi-erasure en, tot slot, het ontbreken van positieve supportnetwerken voor biseksuele personen. Ook blijkt het geslacht van de partner een voorspeller: Bi+ mensen met een partner van een ander geslacht hebben vaker mentale gezondheidsproblemen dan wanneer de partner van hetzelfde geslacht is. Veel theoretische verklaringen zijn niet empirisch getest en dit is een belangrijke kennislacune.

Conclusie

Bi+ Nederland concludeert op basis van de kennissynthese van Atria dat (een deel van) de verklaring dat bi+ mensen gemiddeld meer mentale gezondheidsproblemen ervaren dan heteroseksuele, homoseksuele en lesbische mensen, komt omdat ze niet alleen te maken krijgen met heteronormativiteit, maar ook met de norm van monoseksualiteit. Ook is aandacht voor de rol van partner van belang, evenals aandacht voor biseksuele mensen in ogenschijnlijk ‘heteroseksuele’ relaties. Tot slot, is er vooral nog veel meer onderzoek nodig om gezondheidsverschillen te verklaren.

Bi+ Nederland richt zich in haar activiteiten op Meer Ruimte voor Iedereen met een focus op gemeenschapsbevordering, kennis & onderzoek en pleitbezorging. Binnenkort lanceert Bi+ Nederland haar eerste publiekscampagne en brengt een publicatie uit over wat bekend is over bi+ in Nederlands onderzoek. Verder organiseert Bi+ Nederland workshops en events voor bi+ mensen en voor professionals.

Wil je op de hoogte gehouden worden van bi+ nieuws? Meld je dan aan bij de bi+ nieuwsbrief, dat kan hier

De volledige publicatie van Atria is hier te vinden

Het grote Nederlandse bi+ onderzoek: de Call

Het grote Nederlandse bi+ onderzoek: de Call

Bi+ Nederland gaat het komende anderhalf jaar een groot bi+ onderzoek laten doen. Vandaag (20 mei 2020) zijn de voorwaarden om dat grote Nederlandse bi+ onderzoek te doen (de Call) naar 5 verschillende universiteiten en kenniscentra gestuurd, zodat er geoffreerd kan worden. Lees hieronder het officiële bericht rondom de Call:

Bi+ Nederland gaat een onderzoek naar de ervaringen van bi+ mensen aanbesteden. Het onderzoek bestaat uit een survey en een kwalitatief onderzoek, gericht op ervaringen en behoeften van bi+ mensen in al haar verscheidenheid. Belangrijke onderwerpen zijn hoe bi+ mensen hun seksuele oriëntatie en relatie oriëntatie beleven, hoe ze te maken krijgen met stigma, vooroordelen en de monoseksuele norm, hoe verschillen in gezondheid en welbevinden binnen de bi+ gemeenschap zijn te verklaren en te begrijpen, en welke factoren daarin een rol spelen. Bi+ Nederland verwacht de uiteindelijke resultaten van dit onderzoek eind 2021.

De Call voor het onderzoek is op 20 mei verspreid naar in totaal 5 universiteiten en kenniscentra. Inhoud, omvang, tijdspaden en selectie- en gunningscriteria staan in de Call genoemd.

Bi+ in Europa: nog een flinke uitdaging

Bi+ in Europa: nog een flinke uitdaging

In de aanloop naar de internationale dag tegen homo-, bi, trans-, en interseksefobie (IDAHOBIT) komende zondag 17 mei, kwamen deze week 2 Europese instituten uit met cijfers over LHBTI-Europeanen. LHBTI staat voor Lesbisch, Homo, Bi+, Transgender en Intersekse.

ILGA-Europe kwam met hun jaarlijkse Rainbow Index. In deze Index worden wet- en regelgeving van 49 Europese landen bekeken in hoeverre ze bescherming biedt aan LHBTI-mensen. ILGA-Europe is de Europese vereniging van LHBTI-organisaties. Je leest alles over de Rainbow Index hier.

FRA kwam uit met de resultaten van een grootschalig onderzoek dat ze afgelopen jaar hebben uitgevoerd bij zo’n 140.000 LHBTI-Europeanen. Ze onderzocht de mate van discriminatie en geweld tegen LHBTI-mensen. Het FRA is het Europese onderzoek en kenniscentrum op basis van het handvest van de grondrechten van de EU. Je kunt het hele onderzoek hier nalezen.

In dat grootschalige FRA-onderzoek blijkt weer dat zelfbenoemde biseksuele mensen meer en vaker seksueel geweld dan lesbische vrouwen ervaren en dat veel zelfbenoemde biseksuele mensen hun seksuele oriëntatie achterhouden op het werk, bij de dokter, op school en bij familie.

Barbara Oud, voorzitter van Bi+ Nederland: “We kennen deze cijfers ook uit ander onderzoek, het wordt nu echt tijd dat we ook weten wáárom. We hebben meer onderzoek nodig naar de redenen waarom bi+ mensen meer psychische gezondheidsklachten hebben en vaker het slachtoffer worden van (seksueel) geweld. Als we weten waarom, dan kunnen we daar specifieker aandacht voor vragen en mogelijk beleid veranderen.”

“Iets wat ik me al een tijd afvraag is of bi+ mensen wel de weg naar de politie weten te vinden als ze geconfronteerd worden met discriminatie of (seksueel) geweld. Benoemen ze op dat moment dat ze bi+ zijn, ook als een incident niet direct gerelateerd is aan seksuele oriëntatie? Het is belangrijk dat dit gebeurt, omdat die incidenten wel iets vertellen over de ervaringen van bi+ mensen. Maar datzelfde geldt natuurlijk ook voor andere punten in de Rainbow Index. Hoe zit het bijvoorbeeld met asielaanvragen van bi+ mensen?”

Bi+
Het is Bi+ Nederland opgevallen dat deze twee documenten het over biseksuele mensen hebben, maar dat het onduidelijk is of ze het ruimere begrip bi+ bedoelen. Het onderzoek van de FRA heeft het over mensen die zichzelf benoemen als biseksueel. We weten dat heel veel bi+ mensen zichzelf niet biseksueel noemen.

“Een gemiste kans,” volgens Barbara Oud, “omdat een belangrijk deel van de bi+ mensen hierdoor niet gerepresenteerd wordt. Ook in het rapport van de Rainbow Index is nauwelijks specifieke aandacht voor biseksuele en bi+ mensen. De term bi+ wordt niet genoemd, en de term biseksueel een enkele keer. Het is de vraag of bi+ wel op de agenda staat van ILGA-Europe. Dat willen we komend jaar gaan uitzoeken.”

“Gelukkig is er wel veel specifieke aandacht voor mensen met een transgender of intersekse achtergrond. We weten dat een deel van hen ook bi+ is. Als Bi+ Nederland steunen we TNN, NNID en COC dan ook in hun strijd voor betere Nederlandse en Europese wet- en regelgeving rondom gender en sekse. Het is toch van de gekke dat intersekse kinderen in Nederland zonder medische noodzaak worden geopereerd en dat mensen eerst gekeurd moeten worden voordat ze hun geslacht officieel mogen veranderen?”

Barbara Oud: “Wat wet- en regelgeving betreft is het belangrijk dat er specifiek wordt gekeken naar seksuele oriëntatie en dat dit zo breed mogelijk wordt geformuleerd, zodat werkelijk iedereen, ook bi+ mensen, dezelfde rechten en plichten hebben volgens de wet. Extra bescherming voor seksuele, gender en sekse minderheden kunnen gewaarborgd worden door deze expliciet te noemen in wet- en regelgeving. Ook dan is het praktisch om deze zo open mogelijk te formuleren, dus dat je het hebt over ‘seksuele gerichtheid’ in plaats van ‘hetero- of homoseksuele gerichtheid.”

Bekijk hier de Rainbow Index van ILGA-Europe

Bekijk hier het onderzoek van FRA

Even voorstellen: Jantine van Lisdonk

Even voorstellen: Jantine van Lisdonk

Bi+ redacteuren stellen zich voor, Jantine van Lisdonk is kernlid bij Bi+ Nederland, onderzoeker op het gebied van seksuele en genderdiversiteit en ze ziet zichzelf als bi-minded.

Een paar jaar geleden zou het niet in me opgekomen zijn om redacteur te worden bij Bi+ Nederland. Allereerst natuurlijk, omdat Bi+ Nederland toen nog niet bestond. Maar vooral omdat ik mezelf toen als lesbisch zag en niet zo goed begreep waarom aandacht voor bi+ belangrijk is. Laat het ik zo zeggen, ik heb erin moeten groeien.

Inmiddels ben ik zo’n tien jaar onderzoeker en adviseur op het gebied van seksuele en genderdiversiteit. In mijn master Culturele Antropologie waren emancipatie en diversiteit al mijn focus. Ik ging hiermee verder bij het Sociaal en Cultureel Planbureau, promoveerde bij Sociologie (VU Amsterdam) en werk momenteel bij Rutgers, kenniscentrum seksualiteit.

Mijn aandacht heb ik steeds meer verlegd van ‘homoseksualiteit’ en seksuele diversiteit naar de juist minder zichtbare groepen en letters binnen LHBTQI+, want daar valt nog een wereld te winnen. Tegenwoordig richt ik me vooral op B, I en +. Het fascineert me. En nog belangrijker, ik ben er van overtuigd dat we uiteindelijk meer ruimte voor iedereen creëren als we binaire normen in sekse, gender en (mono)seksualiteit doorbreken en door te laten zien hoe beperkte normen en hokjes veel mensen in de weg zitten. Het is gewoon meer ontspannen voor ons allemaal.

Als lid van de Bi Denktank (voorloper van Bi+ Nederland), door mijn eigen onderzoeken en door mensen in de bi+ community te leren kennen, heb ik gemerkt dat ik me in de bi+ community thuis voel. Ben ik dan inmiddels bi+ ‘geworden’? Nee, zo zou ik het zelf niet omschrijven. Ik sta open voor het idee op meer genders te vallen maar tot nu val ik seksueel en romantisch alleen op mensen met een ‘vrouwenlichaam’. Zo is het nu eenmaal. Het ‘bi+ element’ in mij is dat ik op vrouwen val met een genderexpressie die wisselend is, dus geen barbies of butches. Sinds een tijdje zie ik mezelf als bi+ minded: Net als veel bi+ mensen wil ik niet denken en leven in hokjes.

Ik vind het geweldig dat het met een hele mooie groep mensen is gelukt om Bi+ Nederland op te richten. Samen gaan we aan de slag om de wereld een beetje makkelijker en mooier te maken voor bi+ mensen en voor iedereen die tegen beperkte normen en verwachtingen aanloopt om liefde, lust, verlangen en relaties te beleven zoals die dat zelf wil. Als kerngroeplid, strategisch adviseur, coördinator Kennis en Onderzoek en als redacteur probeer ik mijn bijdrage te leveren.

In de rol van redacteur zal ik voor Bi+ Nederland mensen interviewen en daar artikelen over schrijven. Ik ben nieuwsgierig aangelegd en verwonder me graag over hoe we de dingen doen en beleven en hoe mensen in het leven staan.

Als kind stelde ik altijd al veel (en soms ongewone) vragen en heb daar mijn beroep van kunnen maken. Elke keer is het weer bijzonder als iemand een inkijkje geeft in diens eigen leven, me in vertrouwen neemt en zich openstelt. Zo heb ik via onderzoek en verkenningen al heel veel mogen leren over allerlei groepen mensen waaronder: jongeren en ouderen die (ook) op seksegenoten vallen, mensen met intersekse/DSD, Sinti en Roma jongeren, huwelijksmigranten en mensenrechten- en lgbt activisten en jongvolwassenen in Kenia en Indonesië. Ik vind het vooral interessant om te laten zien dat ‘normaal’, ‘gewoon’ en ‘anders’ heel relatief zijn, contextueel en cultureel bepaald.

Voor Bi+ Nederland wil ik mensen met interessante levens interviewen over liefde, relaties, seksualiteit en wat ze daarover hebben geleerd. Het kan bijvoorbeeld gaan over hoe ze zelf zijn veranderd in wat ze willen? Wat hun overtuigingen over liefde en seksualiteit zijn? Hoe omschrijven ze hun seksuele oriëntatie? Speelt gender een rol?

Binnen Bi+ Nederland vinden we rekening houden met wederzijdse toestemming, respect voor elkaar en gelijkwaadigheid belangrijk. Ik ben benieuwd hoe mensen dat opvatten en hoe ze in de praktijk met dit soort ethische kwesties omgaan. Het hangt sterk af van de openheid en het karakter van iemand welke thema’s in een interview voorbij komen. Ik wil mensen vooral krachtig en al hun ‘kleur’ laten zien. Ze zullen vaak bi+ zijn en in ieder geval open staan voor bi+ en progressieve visies. Ze zijn soms bekend of hebben specifieke expertise, of soms is hun levenservaring gewoon boeiend.

Ook wil ik af en toe bi+ onderzoekers en activisten in Nederland en internationaal in beeld brengen. Waar staan ze voor? Welke ontwikkelingen zien ze in hun land binnen bi+ communities? Hoe biedt de samenleving volgens hen (geen) ruimte voor bi+ mensen. Wat is volgens hen nodig? Tot slot, zal ik soms bi+ gericht onderzoek uitlichten in korte artikelen.

Ik heb er zin in! Mocht je nog interessante mensen weten, dan laat ik me graag inspireren en verrassen. Je kunt me contacten via jantine@biplus.nl

Onderzoek: Nederlandse bi-activisten over hun vroegere ervaringen en hoe de bi-beweging is verschraald

Onderzoek: Nederlandse bi-activisten over hun vroegere ervaringen en hoe de bi-beweging is verschraald

Begin september concludeerde dr. Emiel Maliepaard (Atria) in zijn onderzoek dat de Nederlandse bi-beweging tegenwoordig nog maar klein is, terwijl dat in de jaren negentig heel anders was. Wat is er gebeurd, wat zijn de boodschappen van vooraanstaande bi-activisten en welke lessen trekt Bi+ Nederland? Opdat we niet vergeten en een collectief bi-geheugen behouden.

Het onderzoek is gebaseerd op interviews met vooraanstaande bi-activisten sinds de jaren negentig. Centraal staat de ontwikkeling – en verschraling – van de bi-beweging en de persoonlijke verhalen van bi-activisten.

De Nederlandse bi-beweging kenmerkt zich door een scala aan lokale en landelijke organisaties, initiatieven en netwerken. De afgelopen 25 jaar was het Landelijk Netwerk Biseksualiteit (LNBi) ‘het vlaggenschip’. Dit jaar gaat het LNBi op in People Pride Platform.

Bi-organisaties en activiteiten kunnen allerlei functies hebben. Ze vormen een vrijplaats van hetero of homo/lesbisch gerichte culturen. Mensen kunnen gelijkgestemden ontmoeten. Of samen politiek actief zijn en zich inzetten voor meer acceptatie of zichtbaarheid. Uit het onderzoek blijkt dat de bi-beweging vroeger vooral gericht was op het elkaar ondersteunen en onderlinge uitwisseling. Later gingen sommige bi-organisaties – soms naast hun sociale functie – ook een politieke agenda voeren en zich (ook) presenteren als belangenorganisatie. Enkele bi-activisten signaleerden dat door de groeiende aandacht voor het politieke en maatschappelijke zichtbaarheid, de ontwikkeling van een bi-gemeenschap af en toe ondergesneeuwd raakte. Een belangrijke les voor Bi+ Nederland, die zich nadrukkelijk op zowel het politieke als het sociale richt.

Uit de interviews met bi-activisten blijkt dat er voor bi-organisaties en netwerken overlap kan zijn met andere LHBT+-organisaties en bewegingen, en ook met de BDSM, swingers, kink, en polyamorie scenes. Bi-organisaties staan soms voor de keuze hoe ze zich hierin willen positioneren en hoe inclusief ze willen zijn. Samenwerking met LHBT+-organisaties heeft altijd plaatsgevonden, al kon er ook wel spanning zijn met (nationale) organisaties met een sterk mononormatieve cultuur. Homo-organisaties en bewegingen voelen niet altijd als een thuishaven voor biseksuele mensen en volgens enkele bi-activisten zijn biseksuele mensen die hierin actief zijn niet vanzelfsprekend open over hun biseksualiteit.

Maliepaard concludeert dat de bi-beweging in Nederland kleiner is geworden, terwijl dat in andere landen zoals Duitsland en het Verenigd Koninkrijk niet het geval is. Hij eindigt met drie aanbevelingen: 1) bi-organisaties dienen een balans te vinden tussen politieke activiteiten en sociale activiteiten gericht op de eigen achterban; 2) capacititeitsvergroting en professionalisering is belangrijk; 3) bi-organisaties dienen ‘een heldere en positieve visie en doelstellingen te formuleren die leidend zijn.’ Er is behoefte aan een “blije bi”, in het licht van negatieve beeldvorming van de zielige of slachtoffer bi. De BiBoot bij de Canal Parade van Pride Amsterdam wordt als een positief voorbeeld genoemd van een kortdurende activiteit.

Bi+ Nederland neemt de aanbevelingen ter harte en bouwt met trots voort op alles wat de bi-beweging al heeft bereikt.