Gender Is Geen Ding: Gunnar (hij/hem), 27 jaar, panseksueel

Gender Is Geen Ding: Gunnar (hij/hem), 27 jaar, panseksueel

Op 24 mei is het ‘Panromantic and Pansexual Awareness Day’, een dag om de zichtbaarheid en diversiteit van pan mensen te vieren. Panseksuele en/of panromantische mensen zijn een groot onderdeel van de bi+ gemeenschap en panseksualiteit is een op zich zelf staande niet monoseksuele identiteit; pan mensen vallen namelijk niet op maar één gender. Voor hen geldt: #GenderIsGeenDing

Door Sara Verlee

Dit jaar zet Bi+ Nederland verschillende pan mensen in het zonnetje door vanaf 17 mei elke dag een interview met een pan persoon te delen. Vandaag is dat:

Gunnar (hij/hem), 27 jaar, panseksueel


Gunnar is van Nederlandse/Chileens afkomst, student moleculaire neurobiologie en panseksueel.

Wat vind je fijn aan panseksueel zijn?

Ik vind het fijne aan pan zijn dat je valt voor mensen voor wie ze zijn. Het voelt voor mij gelimiteerd om te zeggen dat je alleen maar op vrouwen of alleen maar op mannen valt. Voor mij maakt het niet uit en val ik op personen omdat ze leuk zijn.

Ik val ook vaak op kleine details of kenmerken van een persoon. Mede door mijn ADHD ben ik namelijk heel gefocust op iemands lichaamstaal. Het kan bijvoorbeeld zijn dat een persoon een leuk zij lachje heeft en dat ik dan juist daar een gevoel van affectie voor krijg. Die dingen merk ik op. Soms heb ik wel het idee dat er op die manier een connectie zit tussen pan zijn en neurodivergent zijn *.

‘Ik vind het fijne aan pan zijn dat je valt voor mensen voor wie ze zijn.’


En pan is ook een fijne term omdat het de lading goed dekt. Zo hoef ik niet uit te drukken in hoeveel procent ik mij romantisch aangetrokken voel tot een bepaald gender, het is gewoon vrij.

Laat je je seksualiteit ook zien?

Vroeger vertelde ik eigenlijk nooit dat ik pan ben. Dan was ik gay als ik met een jongen op date ging en hetero toen ik met een meisje op date ging. Nu vertel ik het vaker, zeker op eerste dates. Ik ben ook polyamoreus, dus dan is het ook wel handig om te vertellen dat ik niet alleen op mensen val zonder naar gender te kijken, maar dat ik ook relaties aanga met meerdere mensen. Daarnaast zijn mensen die openstaan voor polyamoreuze relaties ook vaak accepterend naar pan mensen toe. Dan hoef ik niet alles uit te leggen, dat is heel fijn.

Hoe kijk je naar 24 mei?

Ik sta niet echt stil bij 24 mei omdat deze dag over mij gaat. Het voelt voor mij beter om een punt te maken van dagen van zichtbaarheid voor gemeenschappen waartoe ik niet behoor. Denk bijvoorbeeld aan Transvisibility Day. Het voelt anders een beetje zelfingenomen. Wel begrijp ik heel goed dat mensen stilstaan bij deze dag, vooral omdat er nog vaak veel bi of pan erasure plaatsvindt. En natuurlijk draagt het bij aan de acceptatie van pan mensen en maakt het gemakkelijker om je als pan te identificeren, dat juich ik alleen maar toe.

*) “De term neurodiversiteit geeft erkenning aan de diverse vormen waarin een brein bedraad kan zijn. In plaats van het denken in termen van mensen met een gezond brein en mensen met een ziek of afwijkend brein, gaat neurodiversiteit uit van neurotypische en neurodivergente mensen.”, aldus Diantha Voskuijl, ambassadeur van de Nederlandse Neurodiversity Foundation.

Nieuwe publicaties van SCP en ILGA: Hoe gaat het met lhbti+ en bi+ emancipatie?

Nieuwe publicaties van SCP en ILGA: Hoe gaat het met lhbti+ en bi+ emancipatie?

De jaarlijkse 17 mei, de Internationale Dag tegen Homo-, Lesbo-, Bi-, Trans- en Interseksefobie, vormt ‘traditiegetrouw’ het moment om stil te staan hoe het gaat met lhbti+ emancipatie en discriminatie in Nederland. Het Sociaal en Cultureel Planbureau publiceert vandaag het onderzoek Opvattingen over seksuele en genderdiversiteit in Nederland en Europa 2022. ILGA Europa bracht weer de Rainbow Europe Index uit over lhbti mensenrechten.

Door Jantine van Lisdonk

Dubbel beeld over lhbti+

Mensen in Nederland hebben, na IJsland, de meest positieve houding tegenover homoseksualiteit. De afgelopen vijftien jaar steeg het percentage mensen met een positieve opvatting van 53% (2006/2007) naar 76% (2019/2020). Nog maar 4% heeft een negatieve houding. Wel lijkt de stijgende lijn te stagneren en is het ‘plafond’ in zicht. De opvattingen over genderdiversiteit en transgender personen zijn iets minder gunstig, maar ook hierover is een ruime meerderheid in Nederland positief (60%). Een minderheid van 9% heeft een negatieve houding ten opzichte van genderdiversiteit.

Euforie is echter niet op zijn plaats en emancipatie is niet klaar, volgens de SCP onderzoekers. Zo is onduidelijk of het positieve ‘zeggedrag’ in een vragenlijst zich ook vertaald in positief ‘doegedrag’. Onderzoeken onder lhbti+ mensen laten zien dat ze nog steeds te maken krijgen met onveiligheid, vooroordelen, geweld en gebrek aan gelijkwaardigheid. Dit heeft gevolgen voor hun welzijn. Uiteindelijk zijn hun ervaringen natuurlijk de beste graadmeter voor hoe het daadwerkelijk gaat met lhbti+ emancipatie en discriminatie in Nederland.

Ook valt op dat Nederland inmiddels is teruggezakt naar de dertiende plaats van Europese landen in het regelen van lhbti-mensenrechten. Ooit waren we hierin koploper, maar we worden door veel andere landen ingehaald. Als de onderwerpen in het Regenboog Stembusakkoord worden uitgevoerd dan zullen we veel plaatsen stijgen in de Europese lhbti mensenrechten ranking.

Opvallende onzichtbaarheid van bi+

Helaas is in de twee publicaties vooral de onzichtbaarheid van bi+ en gebrek aan aandacht de belangrijkste conclusie. Het SCP merkt op dat er in de opvattingen over seksuele en genderdiversiteit geen specifieke vragen zijn gesteld die over biseksualiteit gaan. Dat is jammer, want uit het eerste grote landelijke onderzoek onder bi+ mensen bleek dat zij met specifieke vooroordelen, stigma en onzichtbaarheid te maken krijgen, van zowel hetero als lhbti+ mensen (Baams et al. 2021; Cense et al. 2021). Aangezien bi+ mensen niet alleen met de heteroseksuele norm, maar ook met de monoseksuele norm te maken krijgen, verwachten we dat opvattingen over bi+ mensen in sommige opzichten negatiever zouden kunnen zijn dan over homo mannen en lesbische vrouwen. Het is een veelvoorkomend probleem dat bi+ impliciet wordt geschaard onder homoseksualiteit of onder seksuele diversiteit, terwijl het niet echt over bi+ of biseksualiteit gaat. Dat is in dit onderzoek eigenlijk ook aan de hand. Gelukkig realiseren de onderzoekers zich dit ook.

In het uitgebreide overzichtsrapport van alle Europese landen van ILGA Europe is er slechts vijf keer expliciet aandacht voor biseksualiteit. We zijn blij dat het landelijke bi+ onderzoek dat Bi+ Nederland heeft geïnitieerd, wordt genoemd. Toch is het opvallend dat de grootste groep mensen onder lhbti+ paraplu, met 1 miljoen mensen in Nederland, er zo mager in naar voren komt. We denken dat het er mee te maken heeft dat verbetering van de situatie van bi+ mensen niet zozeer zit in de ‘harde’ juridische gelijkheid, maar meer in sociale erkenning, meer zichtbaarheid, meer representatie, meer serieus genomen worden. Ook is de gemeenschapsvorming van bi+ mensen nog veel minder sterk dan bij lesbische, homo en transgender mensen, zowel in Nederland, Europees en wereldwijd. Bi+ Nederland zet zich hiervoor in binnen Nederland, maar ook wereldwijd. Met de Bi+ World Meet Ups, die we samen met de befaamde bi activist Robyn Ochs organiseren, bereiken we inmiddels honderden bi+ mensen uit de hele wereld.

In Nederland trekken we in steeds vaker samen op met COC, Transgender Netwerk Nederland en NNID, Nederlandse organisatie voor seksediversiteit. Dit zijn hoopgevende ontwikkelingen. We maken ons er bijvoorbeeld hard voor dat lhbti+ mensen in artikel 1 van de grondwet worden beschermd. Laten we in dat kielzog ook meteen de laatste juridische uitsluiting van bi+ mensen regelen. Het is tijd dat ook bi+ mensen, in navolging van homo, lesbische, transgender en intersekse mensen beschermd worden door de Algemene Wet Gelijke Behandeling.

Meer weten over bi+ inclusie of wat je als organisatie of individu kunt doen?
Bi+ Factsheet 2021
Tien tips over bi+ inclusie voor lhbti+ professionals of vrijwilligers
Bi+ Inclusieve Taalwijzer
Bi+ Zelfscan voor organisaties
Volg ons op de socials of abonneer je op onze nieuwsbrief

Nieuw: Rapport over wat werkt om bi+ discriminatie te verminderen en tien tips voor bi+ inclusie

Nieuw: Rapport over wat werkt om bi+ discriminatie te verminderen en tien tips voor bi+ inclusie

Vandaag verschijnt de literatuurstudie Verminderen van discriminatie tegen bi+ mensen. Wat werkt?’. De centrale boodschap is dat aanpakken voor lhbti+ inclusie niet vanzelfsprekend ook bi+ inclusief zijn of juist zelfs averechts kunnen werken. Movisie voerde deze studie uit in samenwerking met Bi+ Nederland.

Door Jantine van Lisdonk

Uit de studie blijkt dat enkele algemene aanpakken om discriminatie tegen te gaan ook voor bi+ discriminatie effectief zijn, zoals het bevorderen van inlevingsvermogen en het stellen van een sociale norm. Daarnaast zijn er aanpakken gevonden die specifiek effectief zijn om bi+ discriminatie te verminderen. Zo helpt flexibeler en creatiever leren denken om minder monoseksueel en binair te denken, en dat draagt weer bij aan vermindering van bi+ discriminatie. Verder is het hebben van juiste en actuele kennis over bi+ en bi+ thema’s belangrijk. Opvallend was dat uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat (onbewuste) angst voor ‘de ander’ een grotere rol kan spelen bij vooroordelen over bi+ mensen dan bij vooroordelen over lesbische en homo mensen. Al deze inzichten zijn belangrijk voor interventie ontwikkelaars en andere professionals die zich inzetten voor lhbti+ en bi+ emancipatie en inclusie.

In een korte, handige Handreiking heeft Movisie de opgedane inzichten vertaald in tips en aanpakken voor de praktijk.

Van Bi+ Nederland verschijnt vandaag de tool Tien tips over bi+ inclusie voor lhbti+ professionals en vrijwilligers. Deze tips gaan over het verminderen van bi+ discriminatie en hoe je als professional of vrijwilliger meer bi+ inclusief kunt zijn. Ze zijn gebaseerd op de resultaten uit de literatuurstudie en handreiking van Movisie en daarnaast inzichten uit bi+ onderzoek en de praktijk, waaronder de Bi+ Zelfscan voor organisaties.

In het online Kennisatelier Wat werkt voor bi+ inclusie komen de belangrijkste inzichten aan bod. Ook wordt besproken hoe professionals in hun interventies, programma’s en werk aan de slag kunnen gaan om meer bi+ inclusief te worden. Dit is een coproductie van Bi+ Nederland en Movisie.

Noot: De inschrijving voor het Kennisatelier is inmiddels gesloten. Hou onze Socials in de gaten om het Kennisatelier op een later tijdstip terug te kijken.

Ik vertel het

Ik vertel het

‘Ik heb twee weken geleden vertelt aan mijn vrouw dat ik ook op mannen val’.
Ik sta in het Martin Luther Kingpark in Amsterdam, terwijl de Pride Walk zich zojuist in beweging zet op weg naar de Dam. De man, die zich aan mij voorstelt als Joost, kijkt me aan met een mengeling van trots en bezorgdheid.
‘Ik heb geen idee hoe dit verder afloopt, maar het voelt toch zo goed dat ik dit eindelijk heb verteld’, voegt hij eraan toe.

Robbert Nijziel is Bi+ coach voor mannen. Eind 2020 introduceerde hij zijn 8 stappenmodel, waar hij in zijn coachpraktijk mee werkt. Dit ervaringsmodel kan jou inspiratie geven voor hoe je jouw bi+ zijn een plek geeft in alle relaties in je leven. Deze blog gaat over de derde stap in zijn model.

In mijn vorige blog ‘Probeer het eens uit’, heb ik je uitgedaagd om het ‘gewoon’ eens uit te proberen en te ervaren hoe dat is. Als je in een relatie zit, is dat niet altijd even gemakkelijk. Bij veel mannen komt er dan ook een moment dat je wilt vertellen dat je ook gevoelens hebt voor mannen.

Moet ik het wel vertellen? 
Dit is een vraag die ik van veel mannen hoor als ze erachter komen dat ze ook (seksuele) gevoelens hebben voor mannen. Deze vraag wordt nog belangrijker na een geslaagde (seks-)date met een man. Zeker als deze ervaring je verlangen verder aanwakkert.
Dit is een onderwerp waarmee ik 15 jaar geleden zelf ook heb geworsteld in de liefdesrelatie die ik toen had. Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen om bij de start van een nieuwe liefdesrelatie open te zijn over mijn biseksualiteit. Deze blog put uit ervaringen van mannen die ik de afgelopen vijftien jaar heb ontmoet privé of in mijn praktijk en uit een groot onderzoek* dat onder circa 80 stellen is gehouden, waarvan de man ook gevoelens kreeg voor andere mannen. Ik geef je overwegingen om het wel of niet te vertellen, levensgebeurtenissen die vaak aanleiding zijn om het te vertellen. Daarnaast zet ik op een rij welke consequenties het vertellen kan hebben voor je huwelijk of je relatie.
Ik richt mij voornamelijk op mannen in mijn praktijk, maar iedereen kan met hetzelfde probleem worstelen. Dus mannen kun je hieronder ook door elk gender vervangen.

De onthulling
Hoe ga je om met je biseksualiteit? Vertel je het of word je ontdekt? Biseksualiteit in relaties kan op verschillende manieren aan het licht komen.

  1. 1. Je vertelt het vrijwillig
  2. 2. Je vertelt het onder druk van vragen van je partner
  3. 3. Je geheim wordt ontdekt door bewijs in mails, chatberichten of in de 4. browsergeschiedenis van je laptop; je wordt hiermee ge, waarop je toegeeft ook seksuele gevoelens en verlangens voor mannen te hebben
  4. 4. Je vertelt het, omdat je niet anders kan (bijvoorbeeld doordat je een geslachtsziekte oploopt of gechanteerd wordt)
  5. 5. Je partner wordt ingelicht door een ander en dan vertel je het ‘vrijwillig’
  6. 6. Je partner wordt ingelicht in de aanwezigheid van een ander persoon – vaak een professional – na jaren van ontkenning of ze krijgt bevestiging van haar vermoedens, maar jij blijft ontkennen
  7. 7. Je partner ontdekt jou, tijdens seksuele handelingen met een man.
  8. 8. Of op nog weer een andere manier

De impact
Hou er rekening mee dat wanneer je partner ontdekt dat je ook op mannen valt, dit een hele andere impact op je relatie heeft dan wanneer je dit zelf vertelt. Natuurlijk: als je het vertelt aan je partner zal ze vaak schrikken, boos of verdrietig worden, teleurgesteld zijn en verward. Als het voor haar als een verrassing komt is dat niet meer dan logisch. Wanneer je vrouw het echter zelf ontdekt, heeft dit een grotere impact op jullie onderlinge vertrouwen. Vergelijk dit maar met het ontdekken van vreemdgaan. Ontdekken maakt het veel gecompliceerder en heeft veel meer impact dan wanneer je het zelf vertelt.

Waarom vertellen?
Maar waarom zou je het zelf vertellen? Het is veilig als niemand het weet, het geeft ook een gevoel van controle, je wilt je partner geen pijn doen of je weet dat je partner het afkeurt. Cijfers uit onderzoek* geven inzicht in de redenen om het niet te vertellen: 40% van de mannen wil zijn partner geen pijn doen, 18% geeft aan dat het de relatie ernstig zou schaden, 11% schaamt zich voor zijn biseksuele gevoelens of daden. Daarnaast zijn er andere argumenten zoals ‘het is mijn zaak, anderen hoeven er niets van te weten’ en ‘het is alleen maar seks en geen liefde’ en ‘het wordt toch niet getolereerd in mijn familie of deze maatschappij’.

Omgaan met de spanning
Veel biseksuele mannen worden van binnen in tweeën gescheurd. In elke biseksuele man zitten namelijk twee seksuele – maatschappelijk genormeerde – identiteiten: de heteroseksueel en de homoseksueel. Veel biseksuele mannen ervaren deze twee mannen in zichzelf als twee verschillende persoonlijkheden met bijbehorende gedrag en gevoelens. En dat is niet zo gek in een maatschappij waarin je óf hetero bent óf homo met alle culturele normen en waarden die bij zo’n identiteit horen.
Omdat mannen die in een relatie zitten niet willen vreemdgaan, lossen mannen hun biseksuele verlangens op door bijvoorbeeld pornografie of ze beelden zich in seks te hebben met een andere man, terwijl ze seks hebben met hun partner. Ook zoeken mannen online opwinding met mannen, zonder dat er gezamenlijk wederzijds fysiek contact ontstaat. Vaak blijken deze vormen van verbeelding of online seks uiteindelijk niet voldoende. En wordt in het geheim de stap gezet naar fysiek seksueel contact met een man. Voor veel mannen is vreemdgaan en online seks een manier om hun biseksualiteit geheim te houden en helpt het om de relatie te redden. Simpelweg omdat gedacht wordt dat de consequenties als het uitkomt erger zijn. Elke man maakt deze afweging vaak in zijn eigen hoofd of als hij geluk heeft, bespreekt dit in vertrouwen met een goede vriend of vriendin.

Vier logische momenten waarop het vaak uitkomt
Het onderdrukken van delen van jezelf kost veel energie. Je kunt dit vergelijken met een bal die je onder water drukt. Je voelt continu de bal die omhoog wil: je kan en mag niet verslappen! Op een gegeven moment merk je niet eens meer dat je onder spanning staat. Je raakt er aan gewend. Voor veel mannen komt er een moment waarop ze er niet meer omheen kunnen. In de praktijk zijn er vaak vier momenten aan te wijzen, waarop een man zijn biseksualiteit besluit open te gooien, namelijk bij de geboorte van kinderen, tijdens een ‘mid-life’ crisis of burn-out, het overlijden van een ouder of wanneer de kinderen het huis uit zijn.

Consequenties voor de relatie
Natuurlijk kunnen de consequenties voor elke relatie anders zijn. Ongeveer een derde van de stellen gaat snel uit elkaar*, omdat de man een minnaar heeft of wil leven als homoseksueel of de hetero seksuele partner het gedrag van haar man niet kan tolereren, niet wil toestaan dat haar man er iets mee doet of strikt monogaam wil leven.
Een derde van de stellen blijft vaak twee tot drie jaar bij elkaar om alternatieven te onderzoeken, maar gaat uiteindelijk toch uit elkaar. De overige 33% herdefinieert de relatie of het huwelijk en kiest samen voor een koersverandering. Van deze laatste groep gaat alsnog de helft uiteindelijk uit elkaar en de ander helft blijft bij elkaar in een opnieuw gedefinieerde relatie. De onderlinge relatie en verstandhouding tussen beide partners blijft bij deze laatste groep vaak ook heel erg sterk, ook al gaat de relatie uiteindelijk voorbij.
Een ander onderzoek* laat zien dat 55% van de mannen zich opnieuw committeert aan de relatie met zijn partner. 35% van deze mannen doet dat toch weer monogaam, 45% van deze mannen gaan vreemd met andere mannen, zonder dat hun vrouw dit weet en 20% heeft seksueel contact met andere mannen, waarbij de partner dit weet en toestaat.
Los van al deze cijfers is de kern dat elk stel eigen keuzes maakt en dat hier geen sprake is van goed of fout.

Als vertellen stapje voor stapje gaat
Bij andere stellen is het hele proces naar openheid niet één gebeurtenis in de tijd, maar een reeks van kleinere gebeurtenissen, als onderdeel van een gezamenlijke ontdekkingstocht van beide partners door de tijd heen. Het gaat dan om bijvoorbeeld stapjes als

  • – mannen die erkennen mannen (erotisch) aantrekkelijk te vinden,
  • – het verlangen uiten om daar wat mee te doen,
  • – mannen die de grenzen van hun seksuele identiteit met hun partners verkennen,
  • – en expliciet praten over contacten met andere mannen en wat deze voor hem betekenen,
  • – vriendschappelijk en intiem contact met andere mannen, zonder seksueel contact (het uit Amerika overgewaaide ‘bromance’)

De manier waarop elke onthulling geuit wordt, heeft een kleinere impact op de relatie dan wanneer het in één keer wordt onthuld.

En als stellen besluiten bij elkaar te blijven
Het is interessant om te vast te stellen waarom stellen besluiten om bij elkaar te blijven. En hiervoor zijn heel veel redenen. De waarden die het koppel belangrijk vindt, het niveau van betrokkenheid en emotionele commitment dat de biseksuele partner heeft voor zijn partner, de beschikbaarheid en mate van emotionele en sociale ondersteuning, de tevredenheid van de partner met de relatie, de communicatie tussen de partners onderling, de aanwezigheid van andere relatie-issues of stress-factoren, de relatiegeschiedenis van beide partners, de homo-of bifobie van elke partner, de kwaliteit van de seksuele relatie en de mate waarin de biseksuele partner zijn biseksuele verlangens heeft laten zien of verborgen gehouden voor de ander hebben allemaal invloed op of de relatie in stand blijft of niet.

Wel zelf, maar niet alleen
Als je ervoor kiest, zul je het zelf moeten vertellen. Wat je ook doet en welke overwegingen je ook hebt, wil je hierover in gesprek met mij of andere mannen, kijk dan op biplus.nl of neem contact met me op. Weet: je staat er niet alleen voor.

* Verantwoording: de in dit artikel aangehaalde onderzoeksresultaten maken deel uit van het wetenschappelijke onderzoek Women in Relationships with Bisexual Men; Bi Men By Women, geschreven door Maria Pallotta-Chiarolli.

Noot van de redactie: Robbert heeft het in deze blog over bi mannen en biseksualiteit omdat hij in zijn praktijk vooral mannen tegenkomt die deze woorden gebruiken om hun situatie aan te duiden. Bi+ is de verzamelterm voor iedereen die op meer dan één geslacht of gender valt. ‘Bi’ en ‘biseksualiteit’ worden veelal ingezet om een identiteit aan te duiden. De definitie van ‘bi’ en ‘biseksualiteit’ is wisselend. Vaak worden deze woorden begrepen als 50/50 – m/v, maar in de praktijk ligt het zelden zo scherp.

Dutch people with bi+ feelings and experiences say: take our sexual orientation seriously!

Dutch people with bi+ feelings and experiences say: take our sexual orientation seriously!

The first results of the Dutch Bi+ Research are in. Last year Bi+ Netherlands commissioned a collaboration of 10 prominent Dutch researchers in the field of LGBT+ topics to investigate how people in the Netherlands with bi+ feelings and experiences are doing. Never before has there been such a large nationwide study of bi+ people. About 3.000 bi+ people between 16 and 55 years old filled out a questionnaire and this gives a unique picture. Later this year the results of the in-depth interviews will be released.

Read the English summary and conclusion of the study here
Read the full report here (in Dutch)

By Jantine van Lisdonk and Gerrit Jan Wielinga. Original: Mensen met bi+ gevoelens en ervaringen zeggen: neem onze seksuele oriëntatie serieus!

A very diverse group of people
What is striking in the survey report is the enormous diversity of the bi+ participants. They identify themselves as bi, pan, queer, bi, pan and queer, different, or not at all. They are women, men, non-binary or gender fluid people. They fall (in all kinds of variations) on two or more, or all genders, both romantic and sexual. These people all have their own relationship experiences, but a large group does not. What they all definitely are not is monosexual. You are monosexual if you are attracted to one sex or gender.

In short, people with bi+ feelings and experiences are not easily pigeonholed. Although a remarkably large number of young women completed the questionnaire, the researchers also succeeded in reaching enough older women, men and non-binary people to answer questions about their experiences in their personal lives. This created a fairly balanced picture of what it is like to be bi+ in the Netherlands. The researchers were especially curious about the ways in which people with bi+ feelings and experiences have to deal with the monosexual norm. This is the social norm that everyone falls for one sex or gender.

The monosexual norm
Of course, it is no surprise that almost everyone who is attracted to more than one sex or gender has to deal with the monosexual norm. People are often automatically seen as straight, gay or lesbian. But even if you are open about your bi+ orientation, it is common for people with bi+ feelings and experiences to face misunderstanding or faint praise. Half of those surveyed experienced unpleasant jokes being made last year. Also, half of the respondents had inappropriate questions thrown at them and also 50% experienced straight people not taking their sexual orientation seriously. 30% of the respondents experienced not being taken seriously in who they are in contact with gay men and lesbian women. Bi+ people also faced all kinds of prejudice.

While this sounds like simple everyday inconvenience, it does affect people with bi+ feelings and experiences. This research shows that all types of experiences with the monosexual norm are linked to impaired mental health. This is an important and far-reaching conclusion from the study.

Acceptance
Lack of recognition and visibility of bi+ orientations is still common. For example, 58% of respondents are being told by other people their sexual orientation does not exist, 70% would like their sexual orientation to be more visible, and 83% would like their sexual orientation to be taken more seriously. This has implications for how people deal with their bi+ orientation. For example, almost half of the respondents do not find it easy to talk about their own bi+ orientation. Men often find this much more difficult than women and non-binary people, but they are more likely to be believed when they tell about these feelings and experiences.

Men also seem to have more difficulty than women and non-binary people in accepting themselves as bi+. The same holds true for people who are attracted primarily to the opposite sex, i.e. easily go through life as ‘straight’. This suggests that in addition to the monosexual norm for people with bi+ feelings and experiences, the heterosexual norm may also play a significant role in the ideas one has about oneself.

Fortunately, there is also good news. If people with bi+ feelings and experiences feel supported in their sexual orientation by friends, family or partners, this research shows that these people feel more comfortable in their own skin. This does not change the fact that 1 out of 5 people with bi+ feelings and experiences in a steady relationship do not get support from their partner.

Conclusion
Bi+ Netherlands concludes that reducing the monosexual norm and a more inclusive view of sexual diversity are sorely needed. About 1 million people in the Netherlands have bi+ feelings or experiences. Recognition and visibility of this group is lacking in many ways. Think of better legal protection (e.g. in the Constitution, General Equal Treatment Act and Criminal Law), bi+ more inclusive education, sex education, emancipation & health policy and research. More overt role models and media attention are also important. Bi+ Netherlands wants everyone to be able to be themselves and no longer feel the pressure to conform to the 2 boxes of straight and gay/lesbian.

Read the English summary and conclusion of the study here

About the Dutch Bi+ Research
Commissioned by Bi+ Netherlands, 10 prominent researchers in the field of LGBT+ subjects are jointly investigating the lives of Dutch people with bi+ feelings and experiences. The research consists of a quantitative and a qualitative part. Here you can find the results of the quantitative research. The results of the qualitative research will be presented later this year.

The Bi+ Research Consortium consists of:
Dr. Laura Baams – University of Groningen
Dr. Hanneke de Graaf – Rutgers
Dr. Diana van Bergen – University of Groningen
Dr. Marianne Cense – Rutgers
Dr. Emiel Maliepaard
Prof. Dr. Henny Bos – University of Amsterdam
Prof. Dr. John de Wit – University of Utrecht
Prof. Dr. Kai Jonas – Maastricht University
Dr. Chantal den Daas – University of Aberdeen
Fayaaz Joemmanbaks, M.Sc. – Rutgers

Translated with DeepL from the original piece ‘Mensen met bi+ gevoelens en ervaringen zeggen: neem onze seksuele oriëntatie serieus!

Dutch people with bi+ feelings and experiences say: take our sexual orientation seriously!

Mensen met bi+ gevoelens en ervaringen zeggen: neem onze seksuele oriëntatie serieus!

De eerste resultaten van het Grote Bi+ Onderzoek zijn binnen! Vorig jaar gaf Bi+ Nederland een samenwerkingsverband van 10 prominente Nederlandse onderzoekers op gebied van LHBTI+ onderwerpen de opdracht om te onderzoeken hoe het gaat met mensen in Nederland met bi+ gevoelens en ervaringen. Nooit eerder is er zo’n groot landelijk onderzoek naar bi+ mensen gedaan. Zo’n 3000 bi+ mensen tussen 16 en 55 jaar vulden een vragenlijst in en dit geeft een uniek beeld. Later dit jaar komen de resultaten van de diepte interviews.

Lees het volledige survey onderzoek hier

Door Jantine van Lisdonk en Gerrit Jan Wielinga

Een zeer diverse groep mensen
Wat als eerste opvalt in het onderzoeksrapport van de vragenlijst, is de enorme diversiteit van de bi+ deelnemers. Ze benoemen zich als bi, als pan, als queer, als bi, pan én queer, of anders, of helemáál niet. Het gaat om vrouwen, mannen en non-binaire mensen of genderfluïde mensen. Ze vallen in allerlei variaties op twee of meer, of álle geslachten en genders, zowel romantisch als seksueel. Deze mensen hebben weer allemaal hun eigen relatie ervaringen, maar een grote groep ook juist niet. Wat ze allemaal zeker niet zijn is monoseksueel. Je bent monoseksueel als je op één geslacht of gender valt. Kortom, mensen met bi+ gevoelens en ervaringen laten zich niet makkelijk in standaard hokjes vangen.

Hoewel opmerkelijk veel jonge vrouwen de vragenlijst hebben ingevuld, is het de onderzoekers gelukt om ook genoeg oudere vrouwen, mannen en non-binaire mensen te bereiken om antwoorden te geven op vragen over hun ervaringen in hun persoonlijke leven. Daardoor is een behoorlijk evenwichtig beeld ontstaan van hoe het is om bi+ te zijn in Nederland. De onderzoekers  waren vooral benieuwd op welke manier mensen met bi+ gevoelens en ervaringen te maken hebben met de monoseksuele norm. Dat is de maatschappelijke norm dat iedereen op één geslacht of gender valt.

De monoseksuele norm
Het is natuurlijk geen verrassing dat vrijwel iedereen die op meer dan één geslacht of gender valt te maken heeft met de monoseksuele norm. Mensen worden automatisch vaak gezien als hetero, homo of lesbisch. Maar ook als je open bent over je bi+ oriëntatie komt het veel voor dat mensen met bi+ gevoelens en ervaringen met onbegrip of flauwigheden te maken krijgen.

De helft van de ondervraagden heeft afgelopen jaar meegemaakt dat er vervelende grappen werden gemaakt. Ook kreeg de helft van de respondenten ongepaste vragen op zich afgevuurd en ook 50% maakte mee dat hetero mensen hun seksuele oriëntatie niet serieus namen. Niet serieus genomen in wie ze zijn maakten 30% mee in contact met homo mannen en lesbische vrouwen. Ook kregen bi+ mensen met allerlei vooroordelen te maken.

Hoewel dit klinkt als simpel dagelijks ongemak, heeft het wel degelijk een invloed op mensen met bi+ gevoelens en ervaringen. Dit onderzoek toont aan dat alle type ervaringen met de monoseksuele norm verband houden met een verminderde mentale gezondheid. Dit is een belangrijke en verstrekkende conclusie uit het onderzoek.

Acceptatie
Gebrek aan erkenning en zichtbaarheid van bi+ oriëntaties komt nog veel voor. Zo maakt 58% van de respondenten mee dat anderen denken dat hun seksuele oriëntatie niet bestaat, zou 70% graag willen dat hun seksuele oriëntatie zichtbaarder zou zijn en 83% zou willen dat hun seksuele oriëntatie serieuzer wordt genomen. Dit heeft gevolgen hoe mensen met hun bi+ oriëntatie omgaan. Zo vindt bijna de helft van de respondenten het niet makkelijk om over de eigen bi+ oriëntatie te praten. Mannen vinden dit vaak veel lastiger dan vrouwen en non-binaire mensen, maar zij worden wel weer sneller geloofd als ze vertellen over deze gevoelens en ervaringen.

Mannen lijken ook meer moeite te hebben dan vrouwen en non-binaire mensen om zichzelf als bi+ te accepteren. Ditzelfde gaat op voor mensen die vooral op het andere geslacht vallen, dus makkelijk als ‘hetero’ door het leven gaan. Dit duidt erop dat naast de monoseksuele norm voor mensen met bi+ gevoelens en ervaringen ook de hetero norm een flinke rol kan spelen in de ideeën die men over zichzelf heeft.

Gelukkig is er ook goed nieuws. Als mensen met bi+ gevoelens en ervaringen zich gesteund voelen in hun seksuele oriëntatie door vrienden, familie of partners dan laat dit onderzoek zien dat deze mensen lekkerder in hun vel zitten. Al laat niet onverlet dat 1 op de 5 mensen met bi+ gevoelens en ervaringen in een vaste relatie geen steun krijgt van hun partner.

Conclusie
Bi+ Nederland concludeert dat het verminderen van de monoseksuele norm en een inclusievere opvatting van seksuele diversiteit hard nodig zijn. Ongeveer 1 miljoen mensen in Nederland hebben bi+ gevoelens of ervaringen. Erkenning en zichtbaarheid van deze groep ontbreekt op veel manieren. Denk aan betere rechtsbescherming (bijvoorbeeld in de Grondwet, AWGB en Strafrecht), bi+ inclusiever onderwijs, seksuele vorming, emancipatie & gezondheidsbeleid en -onderzoek. Ook meer openlijke rolmodellen en media aandacht zijn belangrijk. Bi+ Nederland wil dat iedereen zichzelf kan zijn en niet meer de druk voelt om zich naar de 2 hokjes van hetero en homo/lesbisch te vormen.

Lees het volledige survey onderzoek hier

Over het Grote Bi+ Onderzoek
10 prominente onderzoekers op gebied van LHBTI+ onderwerpen doen in opdracht van Bi+ Nederland gezamenlijk onderzoek naar de levens van Nederlanders met bi+ gevoelens en ervaringen. Het onderzoek bestaat uit een kwantitatief en een kwalitatief deel. Hier vind je de resultaten van het kwantitatieve onderzoek. De resultaten van het kwalitatieve onderzoek worden later dit jaar gepresenteerd.

Het Bi+ Onderzoeksconsortium bestaat uit:
Dr. Laura Baams – Rijksuniversiteit Groningen
Dr. Hanneke de Graaf – Rutgers
Dr. Diana van Bergen – Rijksuniversiteit Groningen
Dr. Marianne Cense – Rutgers
Dr. Emiel Maliepaard
Prof. Dr. Henny Bos – Universiteit van Amsterdam
Prof. Dr. John de Wit – Universiteit Utrecht
Prof. Dr. Kai Jonas – Maastricht University
Dr. Chantal den Daas – University of Aberdeen
Fayaaz Joemmanbaks, M.Sc. – Rutgers