Nieuw: Rapport over wat werkt om bi+ discriminatie te verminderen en tien tips voor bi+ inclusie

Nieuw: Rapport over wat werkt om bi+ discriminatie te verminderen en tien tips voor bi+ inclusie

 

Vandaag verschijnt de literatuurstudie Verminderen van discriminatie tegen bi+ mensen. Wat werkt?’. De centrale boodschap is dat aanpakken voor lhbti+ inclusie niet vanzelfsprekend ook bi+ inclusief zijn of juist zelfs averechts kunnen werken. Movisie voerde deze studie uit in samenwerking met Bi+ Nederland.

Door Jantine van Lisdonk

Uit de studie blijkt dat enkele algemene aanpakken om discriminatie tegen te gaan ook voor bi+ discriminatie effectief zijn, zoals het bevorderen van inlevingsvermogen en het stellen van een sociale norm. Daarnaast zijn er aanpakken gevonden die specifiek effectief zijn om bi+ discriminatie te verminderen. Zo helpt flexibeler en creatiever leren denken om minder monoseksueel en binair te denken, en dat draagt weer bij aan vermindering van bi+ discriminatie. Verder is het hebben van juiste en actuele kennis over bi+ en bi+ thema’s belangrijk. Opvallend was dat uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat (onbewuste) angst voor ‘de ander’ een grotere rol kan spelen bij vooroordelen over bi+ mensen dan bij vooroordelen over lesbische en homo mensen. Al deze inzichten zijn belangrijk voor interventie ontwikkelaars en andere professionals die zich inzetten voor lhbti+ en bi+ emancipatie en inclusie.

In een korte, handige Handreiking heeft Movisie de opgedane inzichten vertaald in tips en aanpakken voor de praktijk.

Van Bi+ Nederland verschijnt vandaag de tool Tien tips over bi+ inclusie voor lhbti+ professionals en vrijwilligers. Deze tips gaan over het verminderen van bi+ discriminatie en hoe je als professional of vrijwilliger meer bi+ inclusief kunt zijn. Ze zijn gebaseerd op de resultaten uit de literatuurstudie en handreiking van Movisie en daarnaast inzichten uit bi+ onderzoek en de praktijk, waaronder de Bi+ Zelfscan voor organisaties.

In het online Kennisatelier Wat werkt voor bi+ inclusie komen de belangrijkste inzichten aan bod. Ook wordt besproken hoe professionals in hun interventies, programma’s en werk aan de slag kunnen gaan om meer bi+ inclusief te worden. Dit is een coproductie van Bi+ Nederland en Movisie.

Noot: De inschrijving voor het Kennisatelier is inmiddels gesloten. Hou onze Socials in de gaten om het Kennisatelier op een later tijdstip terug te kijken.

Ik vertel het

Ik vertel het

‘Ik heb twee weken geleden vertelt aan mijn vrouw dat ik ook op mannen val’.
Ik sta in het Martin Luther Kingpark in Amsterdam, terwijl de Pride Walk zich zojuist in beweging zet op weg naar de Dam. De man, die zich aan mij voorstelt als Joost, kijkt me aan met een mengeling van trots en bezorgdheid.
‘Ik heb geen idee hoe dit verder afloopt, maar het voelt toch zo goed dat ik dit eindelijk heb verteld’, voegt hij eraan toe.

Robbert Nijziel is Bi+ coach voor mannen. Eind 2020 introduceerde hij zijn 8 stappenmodel, waar hij in zijn coachpraktijk mee werkt. Dit ervaringsmodel kan jou inspiratie geven voor hoe je jouw bi+ zijn een plek geeft in alle relaties in je leven. Deze blog gaat over de derde stap in zijn model.

In mijn vorige blog ‘Probeer het eens uit’, heb ik je uitgedaagd om het ‘gewoon’ eens uit te proberen en te ervaren hoe dat is. Als je in een relatie zit, is dat niet altijd even gemakkelijk. Bij veel mannen komt er dan ook een moment dat je wilt vertellen dat je ook gevoelens hebt voor mannen.

Moet ik het wel vertellen? 
Dit is een vraag die ik van veel mannen hoor als ze erachter komen dat ze ook (seksuele) gevoelens hebben voor mannen. Deze vraag wordt nog belangrijker na een geslaagde (seks-)date met een man. Zeker als deze ervaring je verlangen verder aanwakkert.
Dit is een onderwerp waarmee ik 15 jaar geleden zelf ook heb geworsteld in de liefdesrelatie die ik toen had. Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen om bij de start van een nieuwe liefdesrelatie open te zijn over mijn biseksualiteit. Deze blog put uit ervaringen van mannen die ik de afgelopen vijftien jaar heb ontmoet privé of in mijn praktijk en uit een groot onderzoek* dat onder circa 80 stellen is gehouden, waarvan de man ook gevoelens kreeg voor andere mannen. Ik geef je overwegingen om het wel of niet te vertellen, levensgebeurtenissen die vaak aanleiding zijn om het te vertellen. Daarnaast zet ik op een rij welke consequenties het vertellen kan hebben voor je huwelijk of je relatie.
Ik richt mij voornamelijk op mannen in mijn praktijk, maar iedereen kan met hetzelfde probleem worstelen. Dus mannen kun je hieronder ook door elk gender vervangen.

De onthulling
Hoe ga je om met je biseksualiteit? Vertel je het of word je ontdekt? Biseksualiteit in relaties kan op verschillende manieren aan het licht komen.

  1. 1. Je vertelt het vrijwillig
  2. 2. Je vertelt het onder druk van vragen van je partner
  3. 3. Je geheim wordt ontdekt door bewijs in mails, chatberichten of in de 4. browsergeschiedenis van je laptop; je wordt hiermee ge, waarop je toegeeft ook seksuele gevoelens en verlangens voor mannen te hebben
  4. 4. Je vertelt het, omdat je niet anders kan (bijvoorbeeld doordat je een geslachtsziekte oploopt of gechanteerd wordt)
  5. 5. Je partner wordt ingelicht door een ander en dan vertel je het ‘vrijwillig’
  6. 6. Je partner wordt ingelicht in de aanwezigheid van een ander persoon – vaak een professional – na jaren van ontkenning of ze krijgt bevestiging van haar vermoedens, maar jij blijft ontkennen
  7. 7. Je partner ontdekt jou, tijdens seksuele handelingen met een man.
  8. 8. Of op nog weer een andere manier

De impact
Hou er rekening mee dat wanneer je partner ontdekt dat je ook op mannen valt, dit een hele andere impact op je relatie heeft dan wanneer je dit zelf vertelt. Natuurlijk: als je het vertelt aan je partner zal ze vaak schrikken, boos of verdrietig worden, teleurgesteld zijn en verward. Als het voor haar als een verrassing komt is dat niet meer dan logisch. Wanneer je vrouw het echter zelf ontdekt, heeft dit een grotere impact op jullie onderlinge vertrouwen. Vergelijk dit maar met het ontdekken van vreemdgaan. Ontdekken maakt het veel gecompliceerder en heeft veel meer impact dan wanneer je het zelf vertelt.

Waarom vertellen?
Maar waarom zou je het zelf vertellen? Het is veilig als niemand het weet, het geeft ook een gevoel van controle, je wilt je partner geen pijn doen of je weet dat je partner het afkeurt. Cijfers uit onderzoek* geven inzicht in de redenen om het niet te vertellen: 40% van de mannen wil zijn partner geen pijn doen, 18% geeft aan dat het de relatie ernstig zou schaden, 11% schaamt zich voor zijn biseksuele gevoelens of daden. Daarnaast zijn er andere argumenten zoals ‘het is mijn zaak, anderen hoeven er niets van te weten’ en ‘het is alleen maar seks en geen liefde’ en ‘het wordt toch niet getolereerd in mijn familie of deze maatschappij’.

Omgaan met de spanning
Veel biseksuele mannen worden van binnen in tweeën gescheurd. In elke biseksuele man zitten namelijk twee seksuele – maatschappelijk genormeerde – identiteiten: de heteroseksueel en de homoseksueel. Veel biseksuele mannen ervaren deze twee mannen in zichzelf als twee verschillende persoonlijkheden met bijbehorende gedrag en gevoelens. En dat is niet zo gek in een maatschappij waarin je óf hetero bent óf homo met alle culturele normen en waarden die bij zo’n identiteit horen.
Omdat mannen die in een relatie zitten niet willen vreemdgaan, lossen mannen hun biseksuele verlangens op door bijvoorbeeld pornografie of ze beelden zich in seks te hebben met een andere man, terwijl ze seks hebben met hun partner. Ook zoeken mannen online opwinding met mannen, zonder dat er gezamenlijk wederzijds fysiek contact ontstaat. Vaak blijken deze vormen van verbeelding of online seks uiteindelijk niet voldoende. En wordt in het geheim de stap gezet naar fysiek seksueel contact met een man. Voor veel mannen is vreemdgaan en online seks een manier om hun biseksualiteit geheim te houden en helpt het om de relatie te redden. Simpelweg omdat gedacht wordt dat de consequenties als het uitkomt erger zijn. Elke man maakt deze afweging vaak in zijn eigen hoofd of als hij geluk heeft, bespreekt dit in vertrouwen met een goede vriend of vriendin.

Vier logische momenten waarop het vaak uitkomt
Het onderdrukken van delen van jezelf kost veel energie. Je kunt dit vergelijken met een bal die je onder water drukt. Je voelt continu de bal die omhoog wil: je kan en mag niet verslappen! Op een gegeven moment merk je niet eens meer dat je onder spanning staat. Je raakt er aan gewend. Voor veel mannen komt er een moment waarop ze er niet meer omheen kunnen. In de praktijk zijn er vaak vier momenten aan te wijzen, waarop een man zijn biseksualiteit besluit open te gooien, namelijk bij de geboorte van kinderen, tijdens een ‘mid-life’ crisis of burn-out, het overlijden van een ouder of wanneer de kinderen het huis uit zijn.

Consequenties voor de relatie
Natuurlijk kunnen de consequenties voor elke relatie anders zijn. Ongeveer een derde van de stellen gaat snel uit elkaar*, omdat de man een minnaar heeft of wil leven als homoseksueel of de hetero seksuele partner het gedrag van haar man niet kan tolereren, niet wil toestaan dat haar man er iets mee doet of strikt monogaam wil leven.
Een derde van de stellen blijft vaak twee tot drie jaar bij elkaar om alternatieven te onderzoeken, maar gaat uiteindelijk toch uit elkaar. De overige 33% herdefinieert de relatie of het huwelijk en kiest samen voor een koersverandering. Van deze laatste groep gaat alsnog de helft uiteindelijk uit elkaar en de ander helft blijft bij elkaar in een opnieuw gedefinieerde relatie. De onderlinge relatie en verstandhouding tussen beide partners blijft bij deze laatste groep vaak ook heel erg sterk, ook al gaat de relatie uiteindelijk voorbij.
Een ander onderzoek* laat zien dat 55% van de mannen zich opnieuw committeert aan de relatie met zijn partner. 35% van deze mannen doet dat toch weer monogaam, 45% van deze mannen gaan vreemd met andere mannen, zonder dat hun vrouw dit weet en 20% heeft seksueel contact met andere mannen, waarbij de partner dit weet en toestaat.
Los van al deze cijfers is de kern dat elk stel eigen keuzes maakt en dat hier geen sprake is van goed of fout.

Als vertellen stapje voor stapje gaat
Bij andere stellen is het hele proces naar openheid niet één gebeurtenis in de tijd, maar een reeks van kleinere gebeurtenissen, als onderdeel van een gezamenlijke ontdekkingstocht van beide partners door de tijd heen. Het gaat dan om bijvoorbeeld stapjes als

  • – mannen die erkennen mannen (erotisch) aantrekkelijk te vinden,
  • – het verlangen uiten om daar wat mee te doen,
  • – mannen die de grenzen van hun seksuele identiteit met hun partners verkennen,
  • – en expliciet praten over contacten met andere mannen en wat deze voor hem betekenen,
  • – vriendschappelijk en intiem contact met andere mannen, zonder seksueel contact (het uit Amerika overgewaaide ‘bromance’)

De manier waarop elke onthulling geuit wordt, heeft een kleinere impact op de relatie dan wanneer het in één keer wordt onthuld.

En als stellen besluiten bij elkaar te blijven
Het is interessant om te vast te stellen waarom stellen besluiten om bij elkaar te blijven. En hiervoor zijn heel veel redenen. De waarden die het koppel belangrijk vindt, het niveau van betrokkenheid en emotionele commitment dat de biseksuele partner heeft voor zijn partner, de beschikbaarheid en mate van emotionele en sociale ondersteuning, de tevredenheid van de partner met de relatie, de communicatie tussen de partners onderling, de aanwezigheid van andere relatie-issues of stress-factoren, de relatiegeschiedenis van beide partners, de homo-of bifobie van elke partner, de kwaliteit van de seksuele relatie en de mate waarin de biseksuele partner zijn biseksuele verlangens heeft laten zien of verborgen gehouden voor de ander hebben allemaal invloed op of de relatie in stand blijft of niet.

Wel zelf, maar niet alleen
Als je ervoor kiest, zul je het zelf moeten vertellen. Wat je ook doet en welke overwegingen je ook hebt, wil je hierover in gesprek met mij of andere mannen, kijk dan op biplus.nl of neem contact met me op. Weet: je staat er niet alleen voor.

* Verantwoording: de in dit artikel aangehaalde onderzoeksresultaten maken deel uit van het wetenschappelijke onderzoek Women in Relationships with Bisexual Men; Bi Men By Women, geschreven door Maria Pallotta-Chiarolli.

Noot van de redactie: Robbert heeft het in deze blog over bi mannen en biseksualiteit omdat hij in zijn praktijk vooral mannen tegenkomt die deze woorden gebruiken om hun situatie aan te duiden. Bi+ is de verzamelterm voor iedereen die op meer dan één geslacht of gender valt. ‘Bi’ en ‘biseksualiteit’ worden veelal ingezet om een identiteit aan te duiden. De definitie van ‘bi’ en ‘biseksualiteit’ is wisselend. Vaak worden deze woorden begrepen als 50/50 – m/v, maar in de praktijk ligt het zelden zo scherp.

Dutch people with bi+ feelings and experiences say: take our sexual orientation seriously!

Dutch people with bi+ feelings and experiences say: take our sexual orientation seriously!

The first results of the Dutch Bi+ Research are in. Last year Bi+ Netherlands commissioned a collaboration of 10 prominent Dutch researchers in the field of LGBT+ topics to investigate how people in the Netherlands with bi+ feelings and experiences are doing. Never before has there been such a large nationwide study of bi+ people. About 3.000 bi+ people between 16 and 55 years old filled out a questionnaire and this gives a unique picture. Later this year the results of the in-depth interviews will be released.

Read the English summary and conclusion of the study here
Read the full report here (in Dutch)

By Jantine van Lisdonk and Gerrit Jan Wielinga. Original: Mensen met bi+ gevoelens en ervaringen zeggen: neem onze seksuele oriëntatie serieus!

A very diverse group of people
What is striking in the survey report is the enormous diversity of the bi+ participants. They identify themselves as bi, pan, queer, bi, pan and queer, different, or not at all. They are women, men, non-binary or gender fluid people. They fall (in all kinds of variations) on two or more, or all genders, both romantic and sexual. These people all have their own relationship experiences, but a large group does not. What they all definitely are not is monosexual. You are monosexual if you are attracted to one sex or gender.

In short, people with bi+ feelings and experiences are not easily pigeonholed. Although a remarkably large number of young women completed the questionnaire, the researchers also succeeded in reaching enough older women, men and non-binary people to answer questions about their experiences in their personal lives. This created a fairly balanced picture of what it is like to be bi+ in the Netherlands. The researchers were especially curious about the ways in which people with bi+ feelings and experiences have to deal with the monosexual norm. This is the social norm that everyone falls for one sex or gender.

The monosexual norm
Of course, it is no surprise that almost everyone who is attracted to more than one sex or gender has to deal with the monosexual norm. People are often automatically seen as straight, gay or lesbian. But even if you are open about your bi+ orientation, it is common for people with bi+ feelings and experiences to face misunderstanding or faint praise. Half of those surveyed experienced unpleasant jokes being made last year. Also, half of the respondents had inappropriate questions thrown at them and also 50% experienced straight people not taking their sexual orientation seriously. 30% of the respondents experienced not being taken seriously in who they are in contact with gay men and lesbian women. Bi+ people also faced all kinds of prejudice.

While this sounds like simple everyday inconvenience, it does affect people with bi+ feelings and experiences. This research shows that all types of experiences with the monosexual norm are linked to impaired mental health. This is an important and far-reaching conclusion from the study.

Acceptance
Lack of recognition and visibility of bi+ orientations is still common. For example, 58% of respondents are being told by other people their sexual orientation does not exist, 70% would like their sexual orientation to be more visible, and 83% would like their sexual orientation to be taken more seriously. This has implications for how people deal with their bi+ orientation. For example, almost half of the respondents do not find it easy to talk about their own bi+ orientation. Men often find this much more difficult than women and non-binary people, but they are more likely to be believed when they tell about these feelings and experiences.

Men also seem to have more difficulty than women and non-binary people in accepting themselves as bi+. The same holds true for people who are attracted primarily to the opposite sex, i.e. easily go through life as ‘straight’. This suggests that in addition to the monosexual norm for people with bi+ feelings and experiences, the heterosexual norm may also play a significant role in the ideas one has about oneself.

Fortunately, there is also good news. If people with bi+ feelings and experiences feel supported in their sexual orientation by friends, family or partners, this research shows that these people feel more comfortable in their own skin. This does not change the fact that 1 out of 5 people with bi+ feelings and experiences in a steady relationship do not get support from their partner.

Conclusion
Bi+ Netherlands concludes that reducing the monosexual norm and a more inclusive view of sexual diversity are sorely needed. About 1 million people in the Netherlands have bi+ feelings or experiences. Recognition and visibility of this group is lacking in many ways. Think of better legal protection (e.g. in the Constitution, General Equal Treatment Act and Criminal Law), bi+ more inclusive education, sex education, emancipation & health policy and research. More overt role models and media attention are also important. Bi+ Netherlands wants everyone to be able to be themselves and no longer feel the pressure to conform to the 2 boxes of straight and gay/lesbian.

Read the English summary and conclusion of the study here

About the Dutch Bi+ Research
Commissioned by Bi+ Netherlands, 10 prominent researchers in the field of LGBT+ subjects are jointly investigating the lives of Dutch people with bi+ feelings and experiences. The research consists of a quantitative and a qualitative part. Here you can find the results of the quantitative research. The results of the qualitative research will be presented later this year.

The Bi+ Research Consortium consists of:
Dr. Laura Baams – University of Groningen
Dr. Hanneke de Graaf – Rutgers
Dr. Diana van Bergen – University of Groningen
Dr. Marianne Cense – Rutgers
Dr. Emiel Maliepaard
Prof. Dr. Henny Bos – University of Amsterdam
Prof. Dr. John de Wit – University of Utrecht
Prof. Dr. Kai Jonas – Maastricht University
Dr. Chantal den Daas – University of Aberdeen
Fayaaz Joemmanbaks, M.Sc. – Rutgers

Translated with DeepL from the original piece ‘Mensen met bi+ gevoelens en ervaringen zeggen: neem onze seksuele oriëntatie serieus!

Schokkend aantal bi+mensen ervaart seksueel en huiselijk geweld

Schokkend aantal bi+mensen ervaart seksueel en huiselijk geweld

Maar liefst 44% van de bi+ vrouwen en bijna een kwart van de bi+ en homo mannen en lesbische vrouwen heeft het afgelopen jaar seksueel geweld meegemaakt. Onder hetero’s komt dit ook veel voor (14% hetero vrouwen, 6% hetero mannen), al is dat duidelijk minder. Dit blijkt uit de CBS preventiemonitor huiselijk en seksueel geweld onder ruim 30.000 mensen van minimaal 16 jaar. Seksueel geweld omvat hier fysieke, niet-fysieke en online vormen van seksuele intimidatie en geweld, binnen en buiten de huiselijke kring. Het gaat dus niet alleen om partnergeweld.

Dat bi+ vrouwen topscoorders zijn in het meemaken van seksueel geweld is al langer bekend (zie Factsheet Bi+ Nederland en onderzoek Rutgers). In de CBS monitor geldt dit voor alle onderzochte vormen van seksueel geweld. Bi+ Nederland merkt op dat aandacht voor bi+ -ondanks deze dramatische cijfers- stelselmatig ontbreekt in seksueel geweld preventie, educatie, campagnes, programma’s en onderzoek. Die gaan bijna altijd over hetero’s. Er is tenminste zelden expliciete aandacht voor seksuele oriëntatie en bi+. Hoe kan dit?

Bi+ Nederland merkt op dat aandacht voor bi+ stelselmatig ontbreekt in seksueel geweld preventie, educatie, campagnes, programma’s en onderzoek.

Dat bi+ vrouwen (21%) én bi+ mannen (15%) ook het vaakst geweld achter de voordeur meemaakten in het afgelopen jaar is nieuw. Onder homo en lesbische mensen is dit 11%, onder hetero vrouwen 9% en onder hetero mannen 7%. In deze CBS monitor wordt geweld achter de voordeur beschreven als ‘huiselijk geweld’, waarbij het gaat om vormen van geweld zoals verbale agressie, fysiek geweld, dwingende controle, stalking en seksueel geweld die gepleegd worden door iemand uit de huiselijke kring (gezins- en familieleden en eventuele (ex-)partners). Deze CBS monitor laat zien dat binnen LHBTI+ emancipatie naast homofoob geweld in het openbaar ook aandacht nodig is voor seksueel geweld en geweld in huiselijke kring, want bi+, homo en lesbische mensen ondergaan dit vaker. Uit ander onderzoek is bekend dat trans personen vaak seksueel geweld meemaken.

De grote vragen achter deze schokkende cijfers is: ‘Waarom, en wat nu?’ Waarom lopen bi+ vrouwen en bi+ mannen meer risico? We weten het niet, want er is nooit onderzoek gedaan naar achterliggende factoren.

Bi+ Nederland heeft ook geen verklaring voor waarom bi+ mensen meer risico lopen op (seksueel) geweld in huiselijke kring, behalve dát dit dus de realiteit is. Er doen wel speculaties de ronde, maar die houden vooral verband met vooroordelen en zijn niet gebaseerd op onderzoek. Wij denken echter dat het doorgronden van meer seksueel geweld en geweld achter de voordeur bij bi+ mensen genuanceerder en complexer ligt. We kennen de verhalen van bi+ mensen en hun seksualiteits- en gezinservaringen niet, want die zijn nog nooit goed opgetekend en geanalyseerd. Ook weten we niet of bi+ mensen anders of minder vaak hulp zoeken en vinden. Er is weinig bekend of preventie-gerichte educatie en seksuele vorming aansluit bij de behoeften van bi+ mensen en jongeren. Desalniettemin staat buiten kijf dat zowel seksueel geweld als geweld achter de voordeur een immense en langdurige impact kan hebben in iemands leven.

Bi+ Nederland heeft er in het eerste jaar van haar bestaan voor gekozen om vooral te werken aan het opbouwen van een gemeenschap vanuit positiviteit. Dat is nodig, want er is veel schaamte en gebrek aan openheid uit angst voor onbegrip en afwijzing. Dit komt onder andere door de negatieve associaties over biseksualiteit die in de samenleving bestaan. In het verleden was er onder biseksuele mensen soms een gedeeld gevoel van slachtofferschap. Dat is enerzijds begrijpelijk in een samenleving met een monoseksuele norm, maar anderzijds brengt het ons niet verder. We proberen daarom altijd te werken vanuit positiviteit, maar we zien dat het echt nodig is om aandacht te vragen voor seksueel geweld onder bi+ mensen. Alleen met aandacht gaan we dit veranderen en doorbreken. Net als bij andere emancipatie-bewegingen weten we dat zwijgen nooit helpt. Daarom pleiten we om onderzoek naar de factoren en naar de verhalen, willen we bewustwording dat huidige aanpakken niet van zichzelf bi+ inclusief zijn (en zeer waarschijnlijk heteronormatief) en pleiten we voor meer bi+ inclusieve preventie en hulpverlening voor bi+ mensen.

Interview met Dr. Emiel Maliepaard (deel 1)

Interview met Dr. Emiel Maliepaard (deel 1)

Dr. Emiel Maliepaard is bekend als de eerste Nederlandse onderzoeker die promoveerde op het thema biseksualiteit. Ook was hij mede-organisator van European Bisexuality Conference 2016. Momenteel werkt hij als onderzoeker bij Atria, kennisinstituut voor emancipatie. Zijn nieuwste wapenfeit is het boek Bisexuality in Europe (online gratis beschikbaar) dat hij als redacteur uitbracht bij het gerenommeerde Routledge. Dit boek geeft een podium aan bi+ onderzoekers in Europa en laat de diversiteit aan bi+ onderzoek zien. Jantine van Lisdonk interviewde hem naar aanleiding van dit boek.

Dit eerste deel gaat over de totstandkoming van dit boek, eye-openers voor hemzelf en zijn visie over hoe het gaat met bi+ onderzoek en waar het naartoe moet. In het tweede deel, geeft hij zijn blik over internationale koplopers in bi+ onderzoek, emancipatie en organisatievorming en hij positioneert Nederland.

Hoe kwam het dat je je als onderzoeker op biseksualiteit bent gaan richten?

Ik deed tijdens mijn studie sociale geografie onderzoek naar het nachtleven van gay mannen in Brighton, Engeland. In de universiteitsbibliotheek kwam ik toen het boek Bisexual spaces van Clare Hemmings tegen. Dat boek opende mijn ogen. Er was binnen de de sociale geografie nog heel weinig over biseksualiteit bekend en dat was een reden om daar in te duiken. Ik zag hierin een academische uitdaging en wilde biseksuele mensen meer in the picture zetten. Mijn proefschrift ging daarom over biseksualiteit. Ook daarna bleef ik me erop richten. Ik vind het belangrijk om biseksualiteit meer zichtbaar te maken. Ook wil ik vanuit een perspectief van biseksualiteit een bijdrage leveren aan bredere debatten in de sociologie, psychologie en andere disciplines. Verder zoek ik de verbinding met sociale theorieën, zoals practice theorie en assemblage theorie, die ook in het boek Bisexuality in Europe aan bod komen.

Hoe kwam je met het idee voor dit boek Bisexuality in Europe?

Na de European Bisexual Research Conference (EuroBiReCon) die in 2016 in Amsterdam plaatsvond, had ik het idee voor een Europees boek. Op de onderzoeksdag van de conferentie waren veel Europese onderzoekers aanwezig en ik wilde hier een vervolg aangeven. Een boek is er toen niet gekomen, maar we maakten wel een special issue in het Journal of Bisexuality. Biseksualiteit is sindsdien meer in de aandacht gekomen en de tijd is nu meer rijp voor een boek. Samen met Renate Baumgartner, die dezelfde drive had als ik, hebben we dit boek van de grond gekregen.

Was het makkelijk om auteurs te vinden?

Ja, auteurs konden we heel makkelijk vinden. Er zijn inmiddels best veel onderzoekers bezig met biseksualiteit en Renate en ikzelf hebben een behoorlijk netwerk opgebouwd. In Europa zijn dat vooral jonge onderzoekers die kwalitatief onderzoek doen, vaak als enige binnen hun discipline of vakgroep. Het boek bestaat uit hoofdstukken waarin elke auteur schrijft over het eigen onderzoek. Dit geeft een up to date beeld van wat er allemaal voor bi+ onderzoek is in Europa. De auteurs zijn een combinatie van senior en jonge wetenschappers en promovendi.

En uitgevers, stonden die open voor het thema biseksualiteit?

Ja, dit is het allereerste boek over biseksualiteit in Europa. Voor de uitgever Routledge was het juist aantrekkelijk dat het om een ‘nieuw’ onderwerp gaat. In Amerika, Engeland en Australië waren er al boeken verschenen, maar nog nooit in continentaal Europa. Dit jaar publiceerde Nikki Hayfield al het boek Bisexuality and Pansexuality dat zeker voor studenten interessant is. Ons boek is meer voor studenten, wetenschappers en lezers die al basiskennis over biseksualiteit hebben.

Wat zijn de kernthema’s in jullie boek?

De onderzoekers mochten over alle thema’s schrijven en we gaven ze vooraf geen lijst met thema’s mee. Uiteindelijk gaan veel hoofdstukken over de kernthema’s relaties en identiteit. Het derde kernthema is burgerschap en dat richt zich op de verhouding tussen burger en staat of samenleving.

Wat waren voor jou interessante eye-openers in het boek?

Ik vond het hoofdstuk van Zeynab Peyghambarzadeh over biseksuele asielverhalen bijzonder interessant. Ze doet onderzoek vanuit een minder Europese visie. Daardoor kan ze goed onder woorden brengen hoe in Europa wordt gekeken naar LHBT en hoe daarin hokjesdenken vanzelfsprekend is, terwijl dit in andere culturen veel minder aanwezig is. Dan kan het lastig zijn om een goed asielverhaal vorm te geven dat voor mensen van hier te begrijpen is. Het hoofdstuk van Nikki Hayfield over de bi-dar en de pan-dar (red: als variatie op de gay-dar, dat je als een ‘radar’ mensen kunt herkennen die gay zijn) vond ik leuk. Het blijkt uit experimenten dat mensen gay mannen makkelijker herkennen dan bi en pan mensen. Verder is Annukka Lahti heel vernieuwend door te kijken naar relaties als ‘assemblages’ (netwerken), waarbij ze zich theoretisch baseert op het werk van Deleuze en Guattari. Bi+ is niet iets wat je hebt of bent, maar een becoming dat zich blijft ontwikkelen in assemblages. Zo kan elke relatie, als assemblage, voor jou en ook voor anderen net iets anders zijn.

In het slothoofdstuk zeggen Renate Baumgartner en jij dat toekomstig onderzoek verder zou moeten gaan dan ‘reparative studies’. Jullie willen een ander type onderzoek. Kun je dat uitleggen?

Onderzoek dat zich richt op ruimte, aandacht, zichtbaarheid en erkenning van biseksualiteit in bepaalde vakgebieden zijn “reparative studies”. Ze gaan vaak over (on)zichtbaarheid binnen wetenschap en samenleving en zijn gericht op veilige thema’s als identiteit, zelfbenoeming en discriminatie. Het brengt in beeld hoe biseksuele mensen zichzelf zien en noemen, hoe ze leven en hoe ze worden behandeld door anderen. Dat is een belangrijke eerste stap die nodig is geweest. Maar ik vind dat het tijd is dat we ook verder kijken en ons gaan richten op minder veilige thema’s. Onze onderzoeken moeten meer gaan integreren met LHBT en queer studies. Daarnaast moeten we een bredere academische bijdrage gaan leveren, bijvoorbeeld aan de wetenschap van seksualiteit, sociale theoriën en gezondheidswetenschappen. Kortom, ik zie graag dat onderzoekers meer gaan bijdragen aan mainstream wetenschap in plaats van studies over biseksualiteit als subdiscipline. Inzichten in binaire man/vrouw normen en hetero/homo normen vanuit een perspectief van biseksualiteit kunnen ook worden toegepast op andere thema’s dan LHBTI vraagstukken.

Hoe komt het dat we in Europa nog vooral kleinschalige studies hebben over biseksualiteit?

In Europa zijn de meeste studies over biseksualiteit inderdaad kleinschalig, verkennend, kwalitatief en meestal uitgevoerd door één onderzoeker. In Amerika en Engeland bestaan al enkele groepjes wetenschappers die met elkaar samenwerken in teams. In Amerika kan het makkelijker zijn om grote financiering te krijgen waardoor meer omvangrijke onderzoeken worden uitgevoerd. Ook zijn daar grote bevolkingsstudies die mooie kwantitatieve onderzoeken mogelijk maken. Verder kan het meespelen dat we in Europa veel verschillende talen spreken. Veel van de onderzoeken in Europese landen verschijnen niet in het Engels, waardoor ze niet bekend worden bij internationale onderzoekers en helaas daardoor minder bijdragen aan de internationale wetenschap in de Engelse voertaal.

We hebben nu het grote bi+ onderzoek lopen over de ervaringen en behoeften van bi+ mensen in Nederland. Gefinancierd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, laat Bi+ Nederland dit onderzoek uitvoeren door een consortium van onderzoekers van verschillende Nederlandse universiteiten en kenniscentra, waaronder jijzelf. Dat onderzoek is kwantitatief en kwalitatief. Hoe zie jij dit onderzoek?

Ik merk vooral dat andere onderzoekers in het buitenland het bijzonder vinden dat de Nederlandse overheid dit onderzoek financiert. Dat is echt uniek.

Je hebt vast veel mooie reacties gehad op je nieuwe boek. Wat is je bijgebleven?

We hebben inderdaad veel aandacht gehad. Het is ook een voordeel dat het online gratis gelezen kan worden en open access, zodat het toegankelijk is voor iedereen. Ik heb veel complimenten gehad uit Europa en uit de Verenigde Staten dat het echt een goed boek is. De mooiste reactie vond ik dat iemand zei: ‘Als ik jong was en was gaan beginnen met dit onderzoek dan had ik dit boek willen hebben.’ Het is echt mooi dat we Europese bi+ en biseksuele onderzoekers een podium hebben kunnen geven voor hun werk.

Het online boek Bisexuality in Europe is gratis en beschikbaar voor iedereen.

Het ingebonden boek is op dit moment beschikbaar voor £96 (Britse pond).
In 2021 komt er een goedkopere paperback uitgave.

Eind maart 2021 verschijnt het onderzoeksrapport over de survey bevindingen van het grote bi+ onderzoek, gevolgd door een onderzoeksrapport over het kwalitatieve onderzoek in najaar 2021.

Lees hier deel 2 van het interview met Emiel Maliepaard