Persbericht Bi+ Nederland: Nog nooit zoveel aandacht voor bi+ in de nieuwe Emancipatienota 2022-2025

Op 18 november 2022 verscheen de nieuwe Emancipatienota 2022-2025. Hierin presenteert minister Dijkgraaf, als coördinerend minister van emancipatie*, zijn visie en plannen voor emancipatie. Nog nooit was er zoveel aandacht voor bi+, al zijn er ook gemiste kansen. Hier geven we vanuit een bi+ blik onze reactie.

Door Jantine van Lisdonk en Els Veenis

Het nieuwe emancipatiebeleid richt zich wederom voornamelijk op vrouwen en lhbtiq+ (lesbisch, homo, bi+, transgender, intersekse, queer) mensen. Het gaat over wat ‘wat zij nodig hebben om gelijke kansen te krijgen en om die kansen ook te verzilveren’. Met de titel Emancipatie: een opdracht voor ons allen maakt de minister duidelijk dat emancipatie niet alleen gaat over het wegnemen van drempels en het ondersteunen van vrouwen en lhbtiq+ mensen. Het betreft óók een maatschappelijke cultuurverandering en bespreekbaarheid in de samenleving. Hiervoor is iedereen verantwoordelijk. De minister erkent dat Nederland in Europa niet meer tot de top behoort van landen met vooruitstrevend beleid op het gebied van lhbtiq+ emancipatie. Er valt nog veel te verbeteren. Ook uit de minister zijn zorgen. Want ondanks dat in Nederland veel mensen emancipatie en gelijke behandeling van vrouwen en lhbtqi+ mensen belangrijk vinden, is er ook een internationale conservatieve beweging gaande die in Nederland steeds grotere aandacht krijgt. Deze tegenbeweging mikt op het beperken van de verworven rechten van vrouwen en lhbtiq+ mensen.

Domeinen
Het emancipatiebeleid richt zich op allerlei domeinen: arbeid, veiligheid, zorg, onderwijs, gelijke behandeling en wetgeving, en internationaal. Het gaat dus over allerlei ministeries. Voor lhbtiq+ emancipatie staat het Regenboogstembusakkoord centraal, waarin belangrijke thema’s voor wet- en regelgeving zijn gebundeld waarop verbetering nodig is. De minister benoemt ook allerlei maatregelen voor in de uitvoering. We zijn het eens met COC Nederland, dat het ambitieus maar weinig concreet is.

Intersectionaliteit
Nieuw is de sterke aandacht voor intersectionaliteit. Dit houdt in dat verschillende vormen van ongelijkheid elkaar kunnen treffen binnen eenzelfde individu. Mensen kunnen dus op verschillende manieren met discriminatie, privileges of machtsposities te maken krijgen . Niet alleen wordt geprobeerd om meer samenhang te krijgen in het kabinetsbeleid tegen alle vormen van discriminatie, racisme, en kansenongelijkheid. Ook gaat het kabinet per onderwerp een intersectionele benadering inzetten voor effectievere beleidsinterventies.

Mede als gevolg van deze intersectionele benadering krijgt bi+ in het nieuwe emancipatiebeleid veel meer aandacht dan in voorgaande jaren. Binnen het huidige emancipatiebeleid was bi+ weliswaar een thema, maar kwam alleen aan bod onder de noemer ‘kwetsbare groepen’. We waren er blij mee, want het was een begin. Toch doet het bi+ emancipatie natuurlijk tekort om bi+ mensen alleen als kwetsbare groep te zien en voorbij te gaan aan de onveiligheid en extra problemen waar ze tegen aanlopen als gevolg van uitsluiting, onzichtbaarheid en gebrek aan erkenning.

Maatregelen
Nu is daar meer aandacht voor. Bij de thema’s Arbeid, Veiligheid (inclusief seksueel geweld) en Zorg komt aan bod dat de situatie van bi+ mensen bijzonder ongunstig is. Zij krijgen met meer of andere problemen te maken dan monoseksuele mensen. Ook wordt benoemd dat de monoseksuele norm hierin een rol speelt. Over de probleemanalyse zijn we tevreden en het is goed te zien dat onze nationale Kennissynthese als input heeft gediend voor het nieuwe emancipatiebeleid.

Er worden vier maatregelen genoemd die specifiek gericht zijn op bi+ emancipatie en bi+ mensen. De belangrijkste is dat de minister aangeeft Bi+ Nederland en haar werk te ondersteunen. Dit is voor ons van essentieel belang. Ten tweede wordt verkend hoe een onderzoek eruit kan zien gericht op bi+ mensen en de arbeidsmarkt. Ten derde zal het ministerie van OCW organisaties betrekken in het bepalen welke onderzoeken en oplossingsrichtingen nodig zijn om de gezondheid van bi+ mensen en hulpverlening aan hen te verbeteren. Tot slot, zal de directie emancipatie zelf meer aandacht hebben voor bi+ emancipatie door jaarlijks met belangrijke organisaties hierover te spreken. Ook heeft de Bi+ Zelfscan van Bi+ Nederland die ze hebben gedaan ertoe geleid dat de directie emancipatie meer aandacht heeft voor bi+ inclusieve communicatie, bi+ mensen in de eigen organisatie en representatie van bi+ personen om de zichtbaarheid te vergroten.

Gemiste kansen
Terwijl de minister erkent dat bi+ mensen opvallend vaak te maken krijgen met onveiligheid, een slechte gezondheid en seksuele grensoverschrijding, valt het op dat er in de diverse algemene en lhbtiq+ programma’s en maatregelen werkelijk geen enkele aandacht wordt besteed aan de situatie van bi+ mensen. Behalve het (mogelijk) uitvoeren van meer specifiek onderzoek, lijkt het erop dat bi+ een ‘blinde vlek’ blijft in beleidsontwikkeling, preventie en hulpverlening. Met oog op de intersectionele benadering en benodigde (interne) cultuurverandering om systemische ongelijkheid te verminderen (lees: heteronormativiteit én mononormativiteit) roept Bi+ Nederland op dat bi+ inclusie niet alleen in losse initiatieven aan bod komt, maar dat er in alle relevante beleidsdossiers rekening wordt gehouden met bi+ inclusie (mainstreaming). Graag zien we dat er aandacht komt voor bi+ inclusie in het huidige Actieplan Veiligheid LHBTI, de programma’s Regenboogsteden en Veilige Steden, en het nationaal actieplan tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld.

Bi+ Nederland roept op dat bi+ inclusie niet alleen in losse initiatieven aan bod komt, maar dat er in alle relevante beleidsdossiers rekening wordt gehouden met bi+ inclusie.


Ook zou het een vooruitgang zijn als bi+ inclusie in algemeen beleid en programma’s op de domeinen arbeid, zorg, veiligheid, onderwijs en gelijke behandeling en wetgeving wordt gemonitord. We stellen voor dat de minister overweegt dat naast de uitvoering van de Gendertoets voor beleid, wet- en regelgeving, ook een Intersectionaliteitstoets te (laten) ontwikkelen en invoeren. Bi+ Nederland denkt graag mee.

Verder blijven we vinger aan de pols houden voor een gedegen continuering van de LHBTI+ monitor, waarin ook de houding tegenover bi+ mensen wordt gemeten. Tot slot, zien we graag dat de Algemene Wet Gelijke Behandeling eindelijk ook rechtsbescherming zal bieden voor bi+ mensen in navolging van lesbische, homo, transgender en intersekse mensen.

Conclusie
Het is te prijzen dat bi+ emancipatie zoveel meer op het netvlies is komen te staan en dat er gewerkt blijft worden om inzicht te krijgen in oorzaken en oplossingsrichtingen op het gebied van ongunstige posities van bi+ mensen. Tegelijk constateren we, net als de minister, dat emancipatie inderdaad een opdracht voor ons allen is. Daarom gaan wij ons er de komende tijd hard voor maken dat bi+ emancipatie en inclusie niet alleen is voorbehouden aan specifieke verkenningen, onderzoek en beleid, maar ook steeds meer onderdeel gaat uitmaken van thema-gericht beleid, programma’s, actieplannen en onderzoek. Bi+ Nederland draagt op die manier graag bij aan de intersectionele benadering, cultuurverandering en het verminderen van systemische ongelijkheid, zodat de ongeveer 1 miljoen bi+ mensen in Nederland zich vrij en veilig voelen om zichzelf te kunnen zijn.

*) Het rijksoverheidsbeleid voor emancipatie is een onderwerp dat meerdere ministeries aangaat. Dijkgraaf is de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en hij heeft als taak de beleidsontwikkelingen van deze ministeries op het gebied van emancipatie te coördineren.

Persbericht Bi+ Nederland over SCP LHBT-monitor

SCP LHBT-monitor: Slechtere gezondheid, schokkend veel seksueel geweld en verminderde veiligheid voor biseksuele mensen door dubbele minderheidsstress


De psychische gezondheid, seksueel geweldservaringen en veiligheidsgevoelens van biseksuele mensen* zijn veel ongunstiger (geworden) dan van hetero, homo en lesbische mensen in Nederland. Deze conclusie doet het SCP in hun LHBT-monitor onderzoek dat op 5 juli 2022 verscheen.

Het totaalbeeld is schokkend

Een op de drie biseksuele vrouwen is de afgelopen vijf jaar slachtoffer geweest van fysiek seksueel geweld. Bijna de helft (44%) is het afgelopen jaar slachtoffer geweest van ten minste een vorm van seksueel geweld. Wat de verklaringen hiervoor zijn, blijft een groot vraagteken. Ook dit onderzoek geeft daar geen antwoord op. Van de biseksuele mensen geeft maar liefst een op de drie (33%) aan psychisch ongezond te zijn, en dat is ongeveer drie keer meer dan onder heteroseksuele (11%) en lesbische en homo (13%) mensen. Ook heeft 20% van de biseksuele mensen het afgelopen jaar een depressie gehad, tegenover 9% van de heteroseksuele mensen en 11% van de lesbische en homo mensen. Het is niet verwonderlijk dat biseksuele mensen ook vaker contact hebben gehad met een psycholoog. Hoe die ervaringen zijn, dat weten we niet.

Het SCP onderzoek laat zien dat het belangrijk is om homo, lesbische en bi+ mensen niet als één groep te zien. Ontwikkelingen zijn verschillend voor subgroepen. Terwijl de psychische gezondheid van homo mannen en lesbische vrouwen inmiddels nagenoeg gelijk is geworden aan die van hetero mensen, geldt dit niet voor bi+ mensen. Sterker nog, hun psychische gezondheid en ook hun veiligheidsgevoelens zijn zelfs slechter geworden in de afgelopen jaren.

Dubbele minderheidsstress: heteroseksuele én monoseksuele norm

Het SCP ziet als een verklaring voor de ongunstige situatie van bi+ mensen dat zij te maken krijgen met dubbele minderheidsstress. Er is sprake van afwijzing en discriminatie vanwege het niet voldoen aan de heteroseksuele norm, én daarboven op afwijzing en discriminatie vanwege de monoseksuele norm. De monoseksuele norm is de verwachting en overtuiging dat iemands seksuele oriëntatie op één gender is gericht, ofwel je bent hetero of homo/lesbisch. Hierdoor blijft bi+ vaak onzichtbaar, wordt niet serieus genomen en roept vooroordelen op.

Bi+ Nederland herkent de uitkomsten en vindt het belangrijk dat het SCP hier de schijnwerper op heeft gezet. Met 1 miljoen mensen vormen bi+ mensen – iedereen die op meer dan één gender valt – de grootste groep onder de lhbti+ paraplu. Zij krijgen zelden expliciet aandacht en uit dit onderzoek blijkt dat hun problemen hierdoor onderbelicht zijn gebleven.

Wat is nodig?

Het SCP concludeert dat er in algemene zin (te) weinig aandacht wordt gegeven voor bi+ in beleid, de hulpverlening en voorlichting. Dat vindt Bi+ Nederland ook. Directeur Barbara Oud: ‘De aandacht voor lhbti+ heeft tot gunstige ontwikkelingen geleid voor sommige groepen onder de lhbti+ paraplu. Maar de situatie van bi+ mensen is zorgelijk. Nu is het tijd om ook naar de meer onzichtbare en gemarginaliseerde groepen te kijken, zoals bi+ mensen en ook trans en intersekse mensen. Wij werken hierin al samen met COC Nederland, TNN en NNID en dat willen we structureler en intensiever gaan doen.’

Bi+ Nederland roept op om net zoals voor lhti mensen rechtsbescherming te bieden aan bi+ mensen in de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb) en het Strafrecht. In het onderwijs is in voorlichtingen, Gender & Sexuality Alliances, en het seksuele vormingsonderwijs meer aandacht nodig voor de sociale en seksuele veiligheid van bi+ jongeren. Daarnaast moet er over bi+ jongeren educatief materiaal worden ontwikkeld en verspreid, want dat ontbreekt vaak. Het laten zien van de grote diversiteit in bi+ mensen is belangrijk om hardnekkige vooroordelen tegen te gaan.

Ook in de hulpverlening voor seksueel geweld en in de GGZ is nauwelijks aandacht voor de behoeften, ervaringen en inclusieve bejegening van bi+ mensen. Het is daar nog echt een blinde vlek. Waar zijn de verhalen van bi+ mensen, waar is de kennis over bi+ onder professionals, waar is de aandacht in programma’s en beleid om bi+ fobie te verminderen? E-learnings, trainingen en campagnes zijn nodig. Bi+ Nederland en COC Nederland willen graag samenwerken om de hulpverlening te verbeteren aan bi+ mensen die kampen met psychische klachten en depressie.

Onderzoek van Movisie liet onlangs zien dat de angst voor bi+ mensen groter is dan voor homo en lesbische mensen, dat het sommige mensen onzekerder kan maken en dat er andere vooroordelen zijn, ook van homo en lesbische mensen. Wat werkt voor inclusie van homoseksualiteit, werkt niet automatisch ook voor bi+. Werkzame tips, kennis, inclusieve taal, ontmoetingen, bewustwording en zichtbaarheid helpen. Als dé landelijke emancipatie organisatie voor bi+ mensen zetten wij ons hard in om meer bi+ gemeenschap te bieden en om bi+ mensen, hun naasten en professionals van informatie, ontmoeting en zichtbaarheid te voorzien. Wij hopen dat dit onderzoek het einde inluidt van de maatschappelijke blinde vlek van bi+ en dat door gezamenlijke inzet de gezondheid en veiligheid van bi+ mensen flink zal verbeteren.

Meer weten?

• Op de hoogte blijven van publicaties en informatie? Meld je hier aan voor de Bi+ Nederland Nieuwsbrief en kijk op onze website en socials.
• Weten hoe jouw organisatie ervoor staat? Doe de Bi+ Zelfscan voor organisaties.

Contact?

Wil je contact n.a.v. dit persbericht of voor meer info? Stuur een e-mail naar info@biplus.nl.

Bi+ Nederland zet zich in voor een bi+ inclusieve samenleving. We richten ons op communities, beleid, onderzoek en kennis, trainingen en events voor bi+ mensen en professionals.

* Bi+ Nederland en vooraanstaande emancipatie en maatschappelijke organisaties spreken tegenwoordig van bi+ mensen als parapluterm voor iedereen die op meer dan één gender valt. Sommige mensen noemen zich biseksueel, panseksueel of queer. Sommigen benoemen hun bi+ oriëntatie niet.

Persbericht Bi+ Nederland onderzoek ‘Ik was altijd al niet standaard’

Nieuw onderzoek: Bi+ volwassenen hebben last van uitsluiting, onzichtbaarheid en vooroordelen


Het is veelzeggend dat pas in 2021 het allereerste grote landelijke onderzoek naar bi+ volwassenen in Nederland verschijnt. De ongeveer 1 miljoen bi+ mensen die gevoelens of ervaringen hebben voor mensen van meer dan een gender of geslacht, vormen de grootste groep binnen LHBTI+. Desondanks worden ze vaak niet gezien en erkend in hun seksuele oriëntatie. Ook hebben ze last van uitsluiting en vooroordelen, zowel in hetero als in LHBTQI+ gemeenschappen. Dit zijn enkele conclusies uit het onderzoek ‘Ik was altijd al niet standaard’ dat Rutgers en de Rijksuniversiteit Groningen op 7 oktober 2021 publiceren. Het werd gebaseerd op interviews met bi+ mensen tussen de 34 en 41 jaar. Dit onderzoek volgde op een survey onder ongeveer 3000 volwassen bi+ mensen.

Niet standaard, ook niet onderling

Veel bi+ mensen hadden altijd al het idee dat ze niet standaard zijn en voelden zich vaak onbegrepen. De gangbare hetero, homo en lesbische hokjes sluiten niet aan bij hun gevoelens en ervaringen. Tegelijkertijd wordt bi+ of biseksualiteit door anderen niet altijd als een goede of echte mogelijkheid gezien. Onder bi+ mensen is er grote variatie in hoe ze hun seksuele, romantische en relatie oriëntatie beleven, uiten en benoemen. Niet iedereen noemt zich bi, pan of bi+.

Onzichtbaarheid, uitsluiting en vooroordelen

Alle bi+ mensen hadden er last van dat ze in hun jeugd geen voorbeelden en verhalen van bi+ mensen tegenkwamen en er werd niet over gesproken. Of de beeldvorming was negatief en dit stond een makkelijke seksuele ontwikkeling in de weg. De norm om monoseksueel te zijn (ofwel op één geslacht of gender vallen) voelden ze sterk. Positieve en vanzelfsprekende zichtbaarheid van bi+ mensen is nog steeds beperkt in de media, in seksuele vorming en onderwijs. Bi+ mensen voelen zich vaak niet gezien of erkend als bi+ in hun omgeving. Ook krijgen ze met vooroordelen te maken, waardoor ze uitsluiting kunnen ervaren in zowel hetero als LHBTQI+ kringen. Een aanmoedigende en begripvolle partner kan belangrijk zijn in het ontdekken en vormgeven van een bi+ oriëntatie.
Acceptatie, steun en veilige ruimte vinden

Acceptatie en steun vanuit hun directe omgeving en gelijkgestemden is belangrijk, maar ontbreekt vaak voor bi+ mensen. LHBTQI gemeenschapen voelen niet altijd veilig en inclusief, terwijl specifieke bi+ gemeenschappen nog nauwelijks bestaan en worden gemist. .
Inhaalslag voor bi+ emancipatie nodig

Dit onderzoek laat zien dat er een inhaalslag nodig is voor bi+ emancipatie. Barbara Oud, voorzitter van Bi+ Nederland: ‘Het is essentieel dat er meer positieve zichtbaarheid en diverse representatie van bi+ mensen komt via verhalen en rolmodellen in de media, het onderwijs, seksuele vorming en het werk. Ook moeten beperkende sociale normen waar veel bi+ mensen tegenaan lopen worden aangepakt, zoals de norm van monoseksualiteit en relatienormen. Tot slot moeten bi+ mensen meer toegang hebben tot veilige en inclusieve gemeenschappen.’

Bi+ Nederland vindt bovendien dat er juridische verbeteringen nodig zijn. Terwijl lesbische, homo, transgender en intersekse mensen tegen discriminatie worden beschermd in de Algemene Wet Gelijke Behandeling, geldt dit nog steeds niet voor bi+ mensen. De beloofde wetswijziging laat al lang op zich wachten. Daarnaast is voor een deel van de bi+ mensen juridische erkenning van meerouderschap belangrijk, evenals verruimde juridische erkenning van relatievormen.

Achtergrond onderzoek

Het onderzoek is uitgevoerd door het Bi+ onderzoeksconsortium, een groep van 10 top onderzoekers onder leiding van Laura Baams (Rijksuniversiteit Groningen), Hanneke de Graaf en Marianne Cense (Rutgers). Ze deden dit met een survey onder bijna 3000 bi+ 16-55-jarigen, gevolgd door 17 diepte-interviews onder bi+ mensen tussen de 34 en 41 jaar. Het survey onderzoeksrapport verscheen in maart 2021. Op 7 oktober verschijnt het onderzoeksrapport over de diepte-interviews. De opdrachtgever Bi+ Nederland kreeg ondersteuning van het ministerie van OCW.

Lange tijd werd ervan uit gegaan dat biseksuele of bi+ mensen dezelfde ervaringen en problemen hebben als homo, lesbische en hetero mensen. Sinds een paar jaar wordt steeds duidelijker dat biseksuele en bi+ mensen het op sommige vlakken juist moeilijker hebben: de grote mate van geslotenheid van bi+ mensen over hun seksuele oriëntatie, het vaker meemaken van ongewenst gedrag van collega’s op het werk, verminderd mentaal welzijn en meer seksuele en huiselijke geweldservaringen. Echter, nog nooit was onderzocht hoe de levens van volwassen bi+ mensen er eigenlijk uit zien, wat kenmerkende ervaringen zijn en waar ze tegenaan lopen.

Persbericht Bi+ Nederland: Mensen met bi+ gevoelens en ervaringen zeggen: neem onze seksuele oriëntatie serieus!

De eerste resultaten van het Grote Bi+ Onderzoek zijn binnen! Vorig jaar gaf Bi+ Nederland een samenwerkingsverband van 10 prominente Nederlandse onderzoekers op gebied van LHBTI+ onderwerpen de opdracht om te onderzoeken hoe het gaat met mensen in Nederland met bi+ gevoelens en ervaringen. Nooit eerder is er zo’n groot landelijk onderzoek naar bi+ mensen gedaan. Zo’n 3000 bi+ mensen tussen 16 en 55 jaar vulden een vragenlijst in en dit geeft een uniek beeld. Later dit jaar komen de resultaten van de diepte interviews.

Lees het volledige survey onderzoek hier

Door Jantine van Lisdonk en Gerrit Jan Wielinga

Een zeer diverse groep mensen
Wat als eerste opvalt in het onderzoeksrapport van de vragenlijst, is de enorme diversiteit van de bi+ deelnemers. Ze benoemen zich als bi, als pan, als queer, als bi, pan én queer, of anders, of helemáál niet. Het gaat om vrouwen, mannen en non-binaire mensen of genderfluïde mensen. Ze vallen in allerlei variaties op twee of meer, of álle geslachten en genders, zowel romantisch als seksueel. Deze mensen hebben weer allemaal hun eigen relatie ervaringen, maar een grote groep ook juist niet. Wat ze allemaal zeker niet zijn is monoseksueel. Je bent monoseksueel als je op één geslacht of gender valt. Kortom, mensen met bi+ gevoelens en ervaringen laten zich niet makkelijk in standaard hokjes vangen.

Hoewel opmerkelijk veel jonge vrouwen de vragenlijst hebben ingevuld, is het de onderzoekers gelukt om ook genoeg oudere vrouwen, mannen en non-binaire mensen te bereiken om antwoorden te geven op vragen over hun ervaringen in hun persoonlijke leven. Daardoor is een behoorlijk evenwichtig beeld ontstaan van hoe het is om bi+ te zijn in Nederland. De onderzoekers  waren vooral benieuwd op welke manier mensen met bi+ gevoelens en ervaringen te maken hebben met de monoseksuele norm. Dat is de maatschappelijke norm dat iedereen op één geslacht of gender valt.

De monoseksuele norm
Het is natuurlijk geen verrassing dat vrijwel iedereen die op meer dan één geslacht of gender valt te maken heeft met de monoseksuele norm. Mensen worden automatisch vaak gezien als hetero, homo of lesbisch. Maar ook als je open bent over je bi+ oriëntatie komt het veel voor dat mensen met bi+ gevoelens en ervaringen met onbegrip of flauwigheden te maken krijgen.

De helft van de ondervraagden heeft afgelopen jaar meegemaakt dat er vervelende grappen werden gemaakt. Ook kreeg de helft van de respondenten ongepaste vragen op zich afgevuurd en ook 50% maakte mee dat hetero mensen hun seksuele oriëntatie niet serieus namen. Niet serieus genomen in wie ze zijn maakten 30% mee in contact met homo mannen en lesbische vrouwen. Ook kregen bi+ mensen met allerlei vooroordelen te maken.

Hoewel dit klinkt als simpel dagelijks ongemak, heeft het wel degelijk een invloed op mensen met bi+ gevoelens en ervaringen. Dit onderzoek toont aan dat alle type ervaringen met de monoseksuele norm verband houden met een verminderde mentale gezondheid. Dit is een belangrijke en verstrekkende conclusie uit het onderzoek.

 

Acceptatie
Gebrek aan erkenning en zichtbaarheid van bi+ oriëntaties komt nog veel voor. Zo maakt 58% van de respondenten mee dat anderen denken dat hun seksuele oriëntatie niet bestaat, zou 70% graag willen dat hun seksuele oriëntatie zichtbaarder zou zijn en 83% zou willen dat hun seksuele oriëntatie serieuzer wordt genomen. Dit heeft gevolgen hoe mensen met hun bi+ oriëntatie omgaan. Zo vindt bijna de helft van de respondenten het niet makkelijk om over de eigen bi+ oriëntatie te praten. Mannen vinden dit vaak veel lastiger dan vrouwen en non-binaire mensen, maar zij worden wel weer sneller geloofd als ze vertellen over deze gevoelens en ervaringen.

Mannen lijken ook meer moeite te hebben dan vrouwen en non-binaire mensen om zichzelf als bi+ te accepteren. Ditzelfde gaat op voor mensen die vooral op het andere geslacht vallen, dus makkelijk als ‘hetero’ door het leven gaan. Dit duidt erop dat naast de monoseksuele norm voor mensen met bi+ gevoelens en ervaringen ook de hetero norm een flinke rol kan spelen in de ideeën die men over zichzelf heeft.

Gelukkig is er ook goed nieuws. Als mensen met bi+ gevoelens en ervaringen zich gesteund voelen in hun seksuele oriëntatie door vrienden, familie of partners dan laat dit onderzoek zien dat deze mensen lekkerder in hun vel zitten. Al laat niet onverlet dat 1 op de 5 mensen met bi+ gevoelens en ervaringen in een vaste relatie geen steun krijgt van hun partner.

Conclusie
Bi+ Nederland concludeert dat het verminderen van de monoseksuele norm en een inclusievere opvatting van seksuele diversiteit hard nodig zijn. Ongeveer 1 miljoen mensen in Nederland hebben bi+ gevoelens of ervaringen. Erkenning en zichtbaarheid van deze groep ontbreekt op veel manieren. Denk aan betere rechtsbescherming (bijvoorbeeld in de Grondwet, AWGB en Strafrecht), bi+ inclusiever onderwijs, seksuele vorming, emancipatie & gezondheidsbeleid en -onderzoek. Ook meer openlijke rolmodellen en media aandacht zijn belangrijk. Bi+ Nederland wil dat iedereen zichzelf kan zijn en niet meer de druk voelt om zich naar de 2 hokjes van hetero en homo/lesbisch te vormen.

Lees het volledige survey onderzoek hier

Over het Grote Bi+ Onderzoek
10 prominente onderzoekers op gebied van LHBTI+ onderwerpen doen in opdracht van Bi+ Nederland gezamenlijk onderzoek naar de levens van Nederlanders met bi+ gevoelens en ervaringen. Het onderzoek bestaat uit een kwantitatief en een kwalitatief deel. Hier vind je de resultaten van het kwantitatieve onderzoek. De resultaten van het kwalitatieve onderzoek worden later dit jaar gepresenteerd.

Het Bi+ Onderzoeksconsortium bestaat uit:
Dr. Laura Baams – Rijksuniversiteit Groningen
Dr. Hanneke de Graaf – Rutgers
Dr. Diana van Bergen – Rijksuniversiteit Groningen
Dr. Marianne Cense – Rutgers
Dr. Emiel Maliepaard
Prof. Dr. Henny Bos – Universiteit van Amsterdam
Prof. Dr. John de Wit – Universiteit Utrecht
Prof. Dr. Kai Jonas – Maastricht University
Dr. Chantal den Daas – University of Aberdeen
Fayaaz Joemmanbaks, M.Sc. – Rutgers