Persbericht Bi+ Nederland: Vijftien procent van de jongeren is bi+

Vijftien procent van de jongeren onder 25 is bi+

Artikel n.a.v. het grootschalige onderzoek van Rutgers – Seks onder je 25ste

Onder Nederlandse jongeren komt een bi+ oriëntatie veel vaker voor dan een homo of lesbische oriëntatie. Van de 13-25-jarigen voelt 15% aantrekking tot meer dan één gender. Daarmee behoren zij tot de groep bi+ mensen. Dit blijkt uit het nieuwe representatieve onderzoek Seks onder je 25e van Rutgers en Soa Aids Nederland.  

Van de jongens ervaart 5,5% een bi+ aantrekking en 3,1% een homo aantrekking. Bij meiden is het verschil nog groter met 17,4% bi+ aantrekking en 1,3% lesbische aantrekking. Van de genderdiverse jongeren ervaart zelfs 54% bi+ aantrekking en 28% monoseksuele aantrekking (d.w.z. alleen jongens of alleen meiden). Het maatschappelijk gangbare beeld dat mensen vooral heteroseksueel óf homoseksueel zijn en een kleine groep daartussen zit, klopt dus niet. Onderzoek over seksuele diversiteit laat dat al langere tijd zien.  

Onder jongeren wordt de groep ‘niet hetero’ steeds groter. In 2023 voelt 11% van de jongens en 24% van de meiden zich niet uitsluitend seksueel aangetrokken tot het tegenovergestelde gender (hetero aantrekking). Dat gold in 2012 voor 6% van de jongens en 9% van de meiden. In deze verschuiving staat Nederland niet op zichzelf, want Amerikaans en Brits onderzoek wijst op dezelfde trend. Bijna een kwart van de Gen Z vrouwen (geboren vanaf 1997) identificeert zich niet als hetero” luidt de kop van een recent artikel naar aanleiding van Brits onderzoek. Het is slechts een van de vele artikelen gewijd aan het groeiend aantal mensen dat zich identificeert als lesbisch, homo of bi+. De groei doet zich vooral voor onder jongeren. 

Opvallend is dat deze groei van het aantal ‘niet-hetero’ jongeren vooral zit in het aantal bi+ mensen.  Zo steeg het aantal Britse 18-tot-24-jarigen dat zich als biseksueel identificeert tussen 2015 en 2019 van 2% naar 16%. Ook in Nederland identificeren steeds meer jongeren zich als biseksueel. Van de jongeren met een aantrekking tot seksegenoten noemde in 2023 36% van de meiden zich biseksueel, 7% van dezelfde groep noemden zich lesbisch/homo. In 2017 noemde nog 32% van de meiden zich biseksueel en 10% lesbisch/homo. Vooral jongens zijn zich veel vaker biseksueel gaan noemen. In 2023 noemt 32% van de jongens zich biseksueel. Een precies even grote groep noemt zich homo. In 2017 noemde 21% van de jongens zich biseksueel en 49% homo. 

 

Ook gebruiken jongeren tegenwoordig vaker een label onder de bi+ paraplu (o.a. biseksueel, panseksueel) om hun seksuele oriëntatie te benoemen dan de labels homo/gay/lesbisch. Zo blijkt dat 8,3% van de meiden zich identificeren als biseksueel, 1,6% als panseksueel en 1,3% als lesbisch/gay/homo. Van de jongens identificeert 3,3% zich als biseksueel, 0,8% als panseksueel en 3,7% als gay/homo. Onder genderdiverse jongeren noemt 19,1% zich biseksueel, 13,2% panseksueel, en een op de vijf (21%) zich queer. 

In een samenleving met allerlei negatieve vooroordelen over bi+ en beperkende normen over seksualiteit en gender kunnen bi+ mensen die internaliseren en last hebben van interne bi+ negativiteit. Bi+ Nederland hoopt dat de stijging van het aantal bi+ jongeren een teken is dat jongeren minder interne bi+ negativiteit zijn gaan ervaren en dat het, zeker ook voor jongens, meer ‘geaccepteerd’ is om jezelf als bi+ en ook biseksueel te identificeren. 

Sommige mensen voelen zich wel aangetrokken tot meerdere genders, maar gebruiken om zichzelf te beschrijven niet het label bi+ of andere labels onder de bi+ paraplu. Zo liet Nederlands onderzoek onder volwassenen zien dat bijna 4% van de mensen die op meer dan een gender vallen het label ‘hetero’ gebruikt en ruim 10% de labels ‘homoseksueel/gay’ of ‘lesbisch’. Ongeveer 1 op de 6 bi+ mensen labelt hun oriëntatie helemaal niet. Door te vragen naar seksuele aantrekking in plaats van seksueel gedrag of zelfidentificatie krijg je bi+ mensen dus beter in beeld 

Internationaal onderzoek laat goed zien dat veel jongeren zichzelf ergens tussen hetero- en homoseksueel op het spectrum plaatsen. In Brits onderzoek, waarin werd gevraagd zichzelf te plaatsen op een schaal van compleet heteroseksueel tot en met compleet homoseksueel, zei maar liefst 47% van de 18-tot-24-jarigen zich ergens in het midden te begeven, 37% op ‘compleet heteroseksueel’ en 7% ‘compleet homoseksueel’. Amerikaans onderzoek onder jongeren laat eenzelfde beeld zien. Ook bij (Britse) volwassenen en ouderen komt ‘ergens op het spectrum aanzienlijk vaker voor dan ‘compleet homoseksueel’. In Nederland is nooit goed op die manier naar seksuele oriëntatie gevraagd.  

De vraag is natuurlijk hoe het komt dat zoveel jonge mensen bi+ zijn. Was dat altijd al zo of iets van deze tijd? Wij denken dat het allebei waar is. Seksuele oriëntatie wordt tegenwoordig veel beter en inclusiever gemeten (d.w.z. meer opties en minder binair), waardoor de altijd al bestaande variatie onder mensen nu beter in beeld komt. Ook categoriseren onderzoekers tegenwoordig beter, waardoor mensen die ‘ergens op het spectrum’ zitten niet onterecht als hetero of homo/lesbisch worden gecategoriseerd. Bi+ mensen worden dus niet meer ‘uitgewist’ (bi+ erasure). Daarnaast is seksuele diversiteit onder jongeren veel minder een taboe onderwerp en krijgen ze via internet en school meer en betere informatie tot zich dan de generaties voor hen. Als je niet weet wat biseksualiteit is of vooral hoort dat biseksualiteit niet zou bestaan (wat zeker vroeger nog vaak werd gezegd), dan is het veel lastiger om je bi+ gevoelens te erkennen, omarmen en ben je minder geneigd om dat in een vragenlijst aan te kruisen.  

Bi+ komt dus zeker onder jongeren veel meer voor dan homoseksualiteit. Des te opvallender is het hoezeer media, onderwijs, beleid en hulpverlening onder de noemer seksuele diversiteit of lhbtqi+ nog steeds voornamelijk aandacht hebben voor homoseksualiteit. Daarmee wordt de grootste groep binnen de lhbtqi+ paraplu nog vaak vergeten en niet bereikt. En dat is ernstig , want SCP en CBS onderzoeken laten zien dat juist bi+ mensen te maken krijgen met grote onzichtbaarheid, mentale gezondheidssproblemen, uitsluiting, discriminatie. Hoog tijd dus om de diversiteit binnen lhbtqi+ meer te erkennen.

Ben je bi+ en onder de 30 jaar en wil je contact met andere bi+ jongeren, volg dan het Instagram account van Bi+ Jong.

Lees de Bi+ Factsheet 2022 voor meer feiten over bi+ mensen en de verschillen tussen bi+ en homo/lesbische emancipatie.
Voor meer informatie of contact, mail info@biplus.nl.

 

Press release Bi+ Nederland: first ever parliamentary letter on bi+ equality

Lees dit persbericht hier in het Nederlands.


On June 28th 2023, the House of Representatives received a letter from Minister Dijkgraaf about the equality of bi+ people. It is the first time that this group of about 1 million people who are attracted to more than one gender has received this kind of political attention in the Netherlands.  

First of a kind

The parliamentary letter on bi+ equality is a first. For the first time at the highest political level there is such emphatic and extensive specific attention to the equality of bi+ people. Robbert Dijkgraaf, minister of Education, Culture and Science, describes in a 6-page letter what the results are of some conducted studies are, what measures he can already take as coordinating minister of equality and where additional insights are still needed. The letter was sent following a commitment to MP Songül Mutluer (Labour Party).

Bi+ equality set higher on agenda

We see this parliamentary letter as a confirmation that bi+ equality is now really on the map within national government. Highlights of the letter include:

  • The enormous political recognition of the problems bi+ people face and the lack of visibility and attention to them.
  • Bi+ has now become the common term, replacing the less inclusive and narrower term bisexuality. The letter describes bi+ as ‘an umbrella term under which several terms can fall, such as bisexual, pan or non-monosexual’. There is an understanding of bi+ versus monosexual orientations. Monosexual people are attracted to one gender and so this refers to straight, lesbian and gay people.
  • The great commitment of Bi+ Nederland in community building, development of tools and campaigns aimed at bi+ equality, boosting research and gathering knowledge contributed to this, so that the minister can now implement more focused policies and take action.
  • The minister supports community building and further equality of the large group of people who are attracted to more than one gender. In doing so, he refers to Bi+ Nederland, the various alliances actively committed to LGBTIQ+ equality and international organizations.
  • The number of concrete measures and studies announced in the letter is disappointing.

Combination of ignorance, diversity and invisibility

The minister argues that the societal expectation that people are attracted to only one gender may result in the fact that a bi+ orientation is often not seen as full-fledged and as something temporary. As many as 83% of bi+ people would like their sexual orientation to be taken more seriously. The minister acknowledges that the combination of unfamiliarity, invisibility and diversity (among bi+ people) can lead to prejudice about bi+ people and lead to exclusion of this group in both the straight and LGBTIQ+ communities. He refers to research showing that bi+ people feel at home in the bi+ community and also increasingly in the wider LGBTIQ+ community. That is positive news. The minister actively supports community building by subsidizing Bi+ Nederland.

Lack of bi+ recognition and acknowledgement affects wellbeing

The minister identifies a number of areas where the wellbeing of bi+ people lags behind. Research shows that as many as 33% of bi+ people are psychologically unhealthy, compared to 13% of lesbian/gay people and 11% of straight people. According to the minister, this can be explained “by the lack of recognition and acknowledgement experienced by bi+ people, which can result in internalized stigma and lack of self-acceptance”. In short, lack of acceptance, inclusion and recognition in society can weigh heavily on the well-being of bi+ people. In healthcare, there is still little attention to the reduced well-being of bi+ people. Bi+ Nederland also signals that healthcare is not very bi+ inclusive (e.g. in language, knowledge, unbiased action).

Problems at work

Bi+ people also report more problems at work than people with a monosexual orientation. For instance, they report more experiences of unwanted behavior from colleagues, unequal opportunities at work and unpleasant working conditions. They are also much less likely to be open about their sexual orientation. Currently, Bi+ Nederland and Leiden University are conducting an exploration of the experiences of bi+ people on the labour market, in order to gain more insight into what exactly the experiences are of bi+ people and how the unfavorable differences can be explained and understood. The results will be used to disseminate insights and tools on how to improve the position of bi+ people on the labour market.

Little attention to bi+ in education

Schools pay much less attention to bi+ than to homosexuality. This while students more often report bi+ attraction than homosexual attraction (SCP 2021; not referenced to in the letter). The minister states that schools in primary and secondary (special) education are legally obliged to pay attention to dealing respectfully with sexual diversity within the core objectives. They must also ensure a socially safe environment. The fact that bi+ pupils (29%) are more than twice as likely to have ever been bullied than heterosexual, gay and lesbian pupils (12%) confirms that positive attention for bi+ at school is badly needed. The minister named some initiatives he supports, such as the subsidy to the alliance Kleurrijk en Vrij (Colourful and Free) (consisting of COC, TNN, NNID and Bi+ Nederland), which works, among other things, on improving LGBTIQ+ equality in education through gender and sexuality alliances (gsa’s) and education in schools.

International

The Netherlands is the first country to fund an advocacy organization specifically for bi+ people. As a result, Bi+ Nederland views it as its responsibility to take a leading role in international community and coalition building. Global online meetings organized by Bi+ Nederland contribute to this. Furthermore, in Europe bi+ equality, advocacy and organizing is still really in its infancy compared to other groups within the LGBTIQ+ community. Bi+ Nederland is also committed to improving this.

More decisiveness desired

Bi+ Nederland would like to add a critical note. The minister identifies problems and lack of attention in three areas, yet does not announce any concrete measures:

  • The minister states that as many as 52% of bi+ women have experienced physical sexual violence compared to 27% of lesbian women and 21% of heterosexual women. Although this problem has been known to the government for years, even in this parliamentary letter, no initiatives or measures are announced to better explore and improve prevention and assistance to bi+ people.
  • The previous minister van Engelshoven already promised in 2021 that there will be research on societal attitudes towards bi+ people, following similar research on gay, lesbian, transgender and intersex people. We would like to see Minister Dijkgraaf, as decisive commissioner of the LGBTIQ+ monitor, ensure that this research finally takes place.
  • For more attention to bi+ in schools and education, the minister heavily relays responsibility towards LGBTIQ+ organizations. Schools and teaching materials remain out of the picture. Bi+ Nederland would like to see research into social safety not only about homosexuality and transgender people, but also about bi+ (and intersex and asexuality). More attention to bi+ knowledge and inclusion is needed in teaching materials, educational training and in-service training for teachers.

Social norm and exemplary behavior

It is positive that the minister wants to start a dialogue with civil society to draw attention to bi+ equality and problems of bi+ people. We would like to see the minister formulate concrete requests in this regard, as we note that this type of action has so far led to few visible results. Finally, we commend the minister for setting a social norm with this parliamentary letter in which bi+ equality and non-discrimination are explicitly mentioned. This provides the recognition, visibility and exemplary behavior that is sorely needed.

About Bi+ Nederland

Bi+ Nederland is the Dutch equality organization for bi+ people and bi+ inclusion. Our goal is to promote a bi+ inclusive society in which every individual in the Netherlands can experience love, lust, desires and relationships, regardless of established norms and expectations around gender, sex, sexual orientation and relationship forms, while taking into account mutual consent, respect for each other and equality.” Our vision is that by 2030, bi+ will be seen as a natural, positive and fully-fledged sexual orientation in the Netherlands. To achieve this, we work on community building, knowledge development and dissemination, use of communication and media, advocacy and policy. More information or want to contact us? Please send an email to info@biplus.nl.

Persbericht Bi+ Nederland: Allereerste kamerbrief over bi+ emancipatie geeft erkenning en agendeert 

Read this press release in English here.

Op 28 juni 2023 ontving de Tweede Kamer een brief van minister Dijkgraaf over de emancipatie van bi+ personen. Het is voor het eerst dat de groep van ongeveer 1 miljoen mensen die op meer dan één gender vallen deze politieke aandacht krijgt. 

Politieke primeur

De kamerbrief over bi+ emancipatie is een primeur. Voor het eerst wordt op het hoogste politieke niveau zo nadrukkelijk en uitvoerig specifiek aandacht besteed aan de emancipatie van bi+ mensen. Robbert Dijkgraaf, minister van OCW, beschrijft in een 6-pagina’s tellende brief wat de resultaten zijn van enkele uitgevoerde onderzoeken, welke maatregelen hij als coördinerend minister van emancipatie al kan nemen en waar nog extra inzichten voor nodig zijn. De brief komt voor uit een toezegging aan Tweede Kamerlid Songül Mutluer (PvdA).

Bi+ emancipatie meer op de kaart

Deze kamerbrief zien we als een bevestiging dat bi+ emancipatie ook binnen de landelijke overheid nu echt op de kaart staat. Centraal in de brief staat:

  • De enorme politieke erkenning van de problemen waar bi+ mensen mee te maken hebben en het gebrek aan zichtbaarheid en aandacht daarvoor.
  • Bi+ is nu de gangbare term geworden en vervangt de minder inclusieve en smallere term biseksualiteit. In de brief wordt bi+ omschreven als ‘een parapluterm waar verschillende termen onder kunnen vallen, zoals biseksueel, pan of non-monoseksueel’. Er is begrip van bi+ versus monoseksuele oriëntaties. Monoseksuele mensen vallen op één gender en dit betreft dus hetero, lesbische en homo mensen.
  • De grote inzet van Bi+ Nederland in community building, ontwikkeling van instrumenten en campagnes gericht op bi+ emancipatie, het aanjagen van onderzoek en verzamelen van kennis droegen hieraan bij, zodat de minister nu gerichter beleid kan voeren en actie kan ondernemen.
  • De minister steunt community vorming en verdere emancipatie van de grote groep mensen die op meer dan één gender valt. Daarbij verwijst hij naar Bi+ Nederland, de verschillende allianties die zich actief inzetten voor lhbtqi+ emancipatie en internationale organisaties.
  • Het aantal concrete maatregelen en onderzoeken die in de brief worden aangekondigd, valt tegen.

Combinatie van onbekendheid, diversiteit en onzichtbaarheid

De minister stelt dat de maatschappelijke verwachting dat mensen op één gender vallen, tot gevolg kan hebben dat een bi+ oriëntatie vaak niet als volwaardig en als iets tijdelijks gezien. Maar liefst 83% van de bi+ personen zou willen dat hun seksuele oriëntatie serieuzer genomen wordt. De minister erkent dat de combinatie van onbekendheid, onzichtbaarheid en diversiteit (onder bi+ mensen) kan leiden tot vooroordelen over bi+ personen en tot uitsluiting van deze groep in zowel de hetero als de lhbtiq+ gemeenschap. Hij verwijst naar onderzoek waaruit blijkt uit dat bi+ mensen zich thuis voelen in de bi+ gemeenschap en ook steeds meer in de bredere lhbtiq+ gemeenschap. Dat is positief. De minister ondersteunt community-vorming actief door subsidie aan Bi+ Nederland.

Gebrek aan bi+ erkenning en herkenning gevolgen voor welzijn

De minister benoemt een aantal terreinen waar het welzijn van bi+ mensen achterblijft. Uit onderzoek blijkt dat maar liefst 33% van de bi+ personen psychisch ongezond is, ten opzichte van 13% van de lesbische/homo mensen en 11% van de hetero mensen. Volgens de minister is dit te verklaren ‘door het gebrek aan erkenning en herkenning die bi+ personen ervaren, wat kan resulteren in een geïnternaliseerd stigma en gebrek aan zelfacceptatie’. Kortom, gebrek aan acceptatie, inclusie en erkenning in de samenleving kunnen zwaar drukken op het welzijn van bi+ mensen. In de gezondheidszorg is nog weinig aandacht voor het verminderde welzijn van bi+ mensen. Bi+ Nederland signaleert bovendien dat gezondheidszorg weinig bi+ inclusief (bv. in taal, kennis, onbevooroordeeld handelen) is.

Problemen op het werk

Ook op het werk rapporteren bi+ mensen meer problemen dan mensen met een monoseksuele oriëntatie. Zo rapporteren ze meer ervaringen met ongewenst gedrag van collega’s, ongelijke kansen op het werk en onprettige arbeidsomstandigheden. Ook zijn ze veel minder gemakkelijk open over hun seksuele oriëntatie. Op dit moment voeren Bi+ Nederland en de Universiteit Leiden een verkenning uit naar de ervaringen van bi+ personen op de arbeidsmarkt, zodat er meer inzicht komt wat precies de ervaringen zijn van bi+ personen en hoe de ongunstige verschillen verklaard en begrepen kunnen worden. De resultaten zullen worden gebruikt om inzichten en handvatten te verspreiden over het verbeteren van de positie van bi+ personen op de arbeidsmarkt.

Weinig aandacht voor bi+ op scholen

Scholen besteden veel minder aandacht aan bi+ dan aan homoseksualiteit. Dat terwijl scholieren vaker een bi+ aantrekking dan een homoseksuele aantrekking rapporteren (SCP 2021; niet in de brief benoemd). De minister stelt dat scholen in het primair en voortgezet (speciaal) onderwijs wettelijk verplicht zijn binnen de kerndoelen aandacht te besteden aan het respectvol omgaan met seksuele diversiteit. Ook moeten ze zorgen voor een sociaal veilig klimaat. Dat bi+ scholieren (29%) ruim twee keer vaker ooit zijn gepest dan hetero, homo en lesbische scholieren (12%), bevestigt dat positieve aandacht voor bi+ op school hard nodig is. De minister benoemt enkele initiatieven die hij steunt, zoals de subsidie aan de alliantie Kleurrijk en Vrij (COC, TNN, NNID en Bi+ Nederland) die onder andere werkt aan het bevorderen van lhbtiq+ gelijkheid in het onderwijs middels de gender and sexuality alliances (gsa’s) en voorlichting op scholen.

Internationaal

Nederland is het eerste land dat een belangenvereniging financiert die zich specifiek inzet voor bi+ mensen. Bi+ Nederland ziet het daardoor als haar verantwoordelijkheid om een trekkersrol te nemen in internationale community en coalitievorming. Wereldwijde online bijeenkomsten die Bi+ Nederland organiseert, dragen hiertoe bij. Verder staat in Europa bi+ emancipatie, pleitbezorging en organisatievorming nog echt in de kinderschoenen in vergelijking met andere groepen binnen de lhbtiq+ community. Bi+ Nederland zet zich ook hiervoor in om dit te verbeteren.

Meer daadkracht gewenst

Toch ook nog een kritische kanttekening. Op drie terreinen signaleert de minister problemen en gebrek aan aandacht, terwijl maatregelen of onderzoek uitblijven:

  • De minister stelt dat maar liefst 52% van de bi+ vrouwen te maken heeft gehad met fysiek seksueel geweld ten opzichte van 27% van de lesbische vrouwen en 21% van de heteroseksuele vrouwen. Hoewel dit probleem bij de overheid al jarenlang bekend is, worden er ook in deze kamerbrief geen initiatieven of maatregelen aangekondigd om preventie en hulpverlening aan bi+ mensen beter te verkennen en verbeteren.
  • De vorige minister van Engelshoven heeft al in 2021 toegezegd dat er onderzoek komt naar maatschappelijke opvatting tegenover bi+ mensen, in navolging van vergelijkbaar onderzoek homo, lesbische, transgender en intersekse mensen. We zien graag dat minister Dijkgraaf als daadkrachtig opdrachtgever van de lhbtiq+ monitor erop toeziet dat dit onderzoek eindelijk plaatsvindt.
  • Voor meer aandacht voor bi+ op scholen legt de minister de bal sterk bij lhbtiq+ organisaties. Scholen en lesmaterialen blijven buiten beeld. Bi+ Nederland ziet graag dat onderzoek naar sociale veiligheid niet alleen over homoseksualiteit en transgender gaat, maar ook over bi+ (en intersekse en aseksualiteit). Ook is er aandacht nodig voor bi+ kennis en inclusie in lesmaterialen, onderwijsopleidingen en bijscholingen voor docenten.

Sociale norm en voorbeeldgedrag

Het is positief dat de minister met het maatschappelijke middenveld in gesprek wil gaan om bi+ emancipatie en problemen van bi+ mensen onder aandacht te brengen. We zien graag dat de minister hierin concrete verzoeken formuleert, want we constateren dat dit type acties tot nu toe tot weinig zichtbaar resultaat heeft geleid. Tot slot, prijzen we dat de minister met deze kamerbrief een sociale norm stelt waarin bi+ emancipatie en non-discriminatie expliciet wordt benoemd. Dit biedt de erkenning, zichtbaarheid en het voorbeeldgedrag dat hard nodig is.

Over Bi+ Nederland

Bi+ Nederland is de landelijke emancipatie organisatie voor bi+ mensen en bi+ inclusie. Ons doel is het bevorderen van een bi+ inclusieve samenleving waarin elk individu in Nederland liefde, lust, verlangens en relaties kan ervaren, los van vaststaande normen en verwachtingen rondom sekse, gender, seksuele oriëntatie en relatievormen, en met inachtneming van wederzijdse toestemming, respect voor elkaar en gelijkwaardigheid.” Onze visie luidt dat in 2030 bi+ als een vanzelfsprekende, positieve en volwaardige seksuele oriëntatie gezien in Nederland. Om dit te bereiken werken we aan gemeenschapsvorming, kennis ontwikkeling en verspreiding, inzet van communicatie en media, pleitbezorging en beleid. Meer informatie of contact? Mail naar info@biplus.nl.

Persbericht Bi+ Nederland: Nog nooit zoveel aandacht voor bi+ in de nieuwe Emancipatienota 2022-2025

Op 18 november 2022 verscheen de nieuwe Emancipatienota 2022-2025. Hierin presenteert minister Dijkgraaf, als coördinerend minister van emancipatie*, zijn visie en plannen voor emancipatie. Nog nooit was er zoveel aandacht voor bi+, al zijn er ook gemiste kansen. Hier geven we vanuit een bi+ blik onze reactie.

Door Jantine van Lisdonk en Els Veenis

Het nieuwe emancipatiebeleid richt zich wederom voornamelijk op vrouwen en lhbtiq+ (lesbisch, homo, bi+, transgender, intersekse, queer) mensen. Het gaat over wat ‘wat zij nodig hebben om gelijke kansen te krijgen en om die kansen ook te verzilveren’. Met de titel Emancipatie: een opdracht voor ons allen maakt de minister duidelijk dat emancipatie niet alleen gaat over het wegnemen van drempels en het ondersteunen van vrouwen en lhbtiq+ mensen. Het betreft óók een maatschappelijke cultuurverandering en bespreekbaarheid in de samenleving. Hiervoor is iedereen verantwoordelijk. De minister erkent dat Nederland in Europa niet meer tot de top behoort van landen met vooruitstrevend beleid op het gebied van lhbtiq+ emancipatie. Er valt nog veel te verbeteren. Ook uit de minister zijn zorgen. Want ondanks dat in Nederland veel mensen emancipatie en gelijke behandeling van vrouwen en lhbtqi+ mensen belangrijk vinden, is er ook een internationale conservatieve beweging gaande die in Nederland steeds grotere aandacht krijgt. Deze tegenbeweging mikt op het beperken van de verworven rechten van vrouwen en lhbtiq+ mensen.

Domeinen
Het emancipatiebeleid richt zich op allerlei domeinen: arbeid, veiligheid, zorg, onderwijs, gelijke behandeling en wetgeving, en internationaal. Het gaat dus over allerlei ministeries. Voor lhbtiq+ emancipatie staat het Regenboogstembusakkoord centraal, waarin belangrijke thema’s voor wet- en regelgeving zijn gebundeld waarop verbetering nodig is. De minister benoemt ook allerlei maatregelen voor in de uitvoering. We zijn het eens met COC Nederland, dat het ambitieus maar weinig concreet is.

Intersectionaliteit
Nieuw is de sterke aandacht voor intersectionaliteit. Dit houdt in dat verschillende vormen van ongelijkheid elkaar kunnen treffen binnen eenzelfde individu. Mensen kunnen dus op verschillende manieren met discriminatie, privileges of machtsposities te maken krijgen . Niet alleen wordt geprobeerd om meer samenhang te krijgen in het kabinetsbeleid tegen alle vormen van discriminatie, racisme, en kansenongelijkheid. Ook gaat het kabinet per onderwerp een intersectionele benadering inzetten voor effectievere beleidsinterventies.

Mede als gevolg van deze intersectionele benadering krijgt bi+ in het nieuwe emancipatiebeleid veel meer aandacht dan in voorgaande jaren. Binnen het huidige emancipatiebeleid was bi+ weliswaar een thema, maar kwam alleen aan bod onder de noemer ‘kwetsbare groepen’. We waren er blij mee, want het was een begin. Toch doet het bi+ emancipatie natuurlijk tekort om bi+ mensen alleen als kwetsbare groep te zien en voorbij te gaan aan de onveiligheid en extra problemen waar ze tegen aanlopen als gevolg van uitsluiting, onzichtbaarheid en gebrek aan erkenning.

Maatregelen
Nu is daar meer aandacht voor. Bij de thema’s Arbeid, Veiligheid (inclusief seksueel geweld) en Zorg komt aan bod dat de situatie van bi+ mensen bijzonder ongunstig is. Zij krijgen met meer of andere problemen te maken dan monoseksuele mensen. Ook wordt benoemd dat de monoseksuele norm hierin een rol speelt. Over de probleemanalyse zijn we tevreden en het is goed te zien dat onze nationale Kennissynthese als input heeft gediend voor het nieuwe emancipatiebeleid.

Er worden vier maatregelen genoemd die specifiek gericht zijn op bi+ emancipatie en bi+ mensen. De belangrijkste is dat de minister aangeeft Bi+ Nederland en haar werk te ondersteunen. Dit is voor ons van essentieel belang. Ten tweede wordt verkend hoe een onderzoek eruit kan zien gericht op bi+ mensen en de arbeidsmarkt. Ten derde zal het ministerie van OCW organisaties betrekken in het bepalen welke onderzoeken en oplossingsrichtingen nodig zijn om de gezondheid van bi+ mensen en hulpverlening aan hen te verbeteren. Tot slot, zal de directie emancipatie zelf meer aandacht hebben voor bi+ emancipatie door jaarlijks met belangrijke organisaties hierover te spreken. Ook heeft de Bi+ Zelfscan van Bi+ Nederland die ze hebben gedaan ertoe geleid dat de directie emancipatie meer aandacht heeft voor bi+ inclusieve communicatie, bi+ mensen in de eigen organisatie en representatie van bi+ personen om de zichtbaarheid te vergroten.

Gemiste kansen
Terwijl de minister erkent dat bi+ mensen opvallend vaak te maken krijgen met onveiligheid, een slechte gezondheid en seksuele grensoverschrijding, valt het op dat er in de diverse algemene en lhbtiq+ programma’s en maatregelen werkelijk geen enkele aandacht wordt besteed aan de situatie van bi+ mensen. Behalve het (mogelijk) uitvoeren van meer specifiek onderzoek, lijkt het erop dat bi+ een ‘blinde vlek’ blijft in beleidsontwikkeling, preventie en hulpverlening. Met oog op de intersectionele benadering en benodigde (interne) cultuurverandering om systemische ongelijkheid te verminderen (lees: heteronormativiteit én mononormativiteit) roept Bi+ Nederland op dat bi+ inclusie niet alleen in losse initiatieven aan bod komt, maar dat er in alle relevante beleidsdossiers rekening wordt gehouden met bi+ inclusie (mainstreaming). Graag zien we dat er aandacht komt voor bi+ inclusie in het huidige Actieplan Veiligheid LHBTI, de programma’s Regenboogsteden en Veilige Steden, en het nationaal actieplan tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld.

Bi+ Nederland roept op dat bi+ inclusie niet alleen in losse initiatieven aan bod komt, maar dat er in alle relevante beleidsdossiers rekening wordt gehouden met bi+ inclusie.


Ook zou het een vooruitgang zijn als bi+ inclusie in algemeen beleid en programma’s op de domeinen arbeid, zorg, veiligheid, onderwijs en gelijke behandeling en wetgeving wordt gemonitord. We stellen voor dat de minister overweegt dat naast de uitvoering van de Gendertoets voor beleid, wet- en regelgeving, ook een Intersectionaliteitstoets te (laten) ontwikkelen en invoeren. Bi+ Nederland denkt graag mee.

Verder blijven we vinger aan de pols houden voor een gedegen continuering van de LHBTI+ monitor, waarin ook de houding tegenover bi+ mensen wordt gemeten. Tot slot, zien we graag dat de Algemene Wet Gelijke Behandeling eindelijk ook rechtsbescherming zal bieden voor bi+ mensen in navolging van lesbische, homo, transgender en intersekse mensen.

Conclusie
Het is te prijzen dat bi+ emancipatie zoveel meer op het netvlies is komen te staan en dat er gewerkt blijft worden om inzicht te krijgen in oorzaken en oplossingsrichtingen op het gebied van ongunstige posities van bi+ mensen. Tegelijk constateren we, net als de minister, dat emancipatie inderdaad een opdracht voor ons allen is. Daarom gaan wij ons er de komende tijd hard voor maken dat bi+ emancipatie en inclusie niet alleen is voorbehouden aan specifieke verkenningen, onderzoek en beleid, maar ook steeds meer onderdeel gaat uitmaken van thema-gericht beleid, programma’s, actieplannen en onderzoek. Bi+ Nederland draagt op die manier graag bij aan de intersectionele benadering, cultuurverandering en het verminderen van systemische ongelijkheid, zodat de ongeveer 1 miljoen bi+ mensen in Nederland zich vrij en veilig voelen om zichzelf te kunnen zijn.

*) Het rijksoverheidsbeleid voor emancipatie is een onderwerp dat meerdere ministeries aangaat. Dijkgraaf is de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en hij heeft als taak de beleidsontwikkelingen van deze ministeries op het gebied van emancipatie te coördineren.

Persbericht Bi+ Nederland over SCP LHBT-monitor

SCP LHBT-monitor: Slechtere gezondheid, schokkend veel seksueel geweld en verminderde veiligheid voor biseksuele mensen door dubbele minderheidsstress


De psychische gezondheid, seksueel geweldservaringen en veiligheidsgevoelens van biseksuele mensen* zijn veel ongunstiger (geworden) dan van hetero, homo en lesbische mensen in Nederland. Deze conclusie doet het SCP in hun LHBT-monitor onderzoek dat op 5 juli 2022 verscheen.

Het totaalbeeld is schokkend

Een op de drie biseksuele vrouwen is de afgelopen vijf jaar slachtoffer geweest van fysiek seksueel geweld. Bijna de helft (44%) is het afgelopen jaar slachtoffer geweest van ten minste een vorm van seksueel geweld. Wat de verklaringen hiervoor zijn, blijft een groot vraagteken. Ook dit onderzoek geeft daar geen antwoord op. Van de biseksuele mensen geeft maar liefst een op de drie (33%) aan psychisch ongezond te zijn, en dat is ongeveer drie keer meer dan onder heteroseksuele (11%) en lesbische en homo (13%) mensen. Ook heeft 20% van de biseksuele mensen het afgelopen jaar een depressie gehad, tegenover 9% van de heteroseksuele mensen en 11% van de lesbische en homo mensen. Het is niet verwonderlijk dat biseksuele mensen ook vaker contact hebben gehad met een psycholoog. Hoe die ervaringen zijn, dat weten we niet.

Het SCP onderzoek laat zien dat het belangrijk is om homo, lesbische en bi+ mensen niet als één groep te zien. Ontwikkelingen zijn verschillend voor subgroepen. Terwijl de psychische gezondheid van homo mannen en lesbische vrouwen inmiddels nagenoeg gelijk is geworden aan die van hetero mensen, geldt dit niet voor bi+ mensen. Sterker nog, hun psychische gezondheid en ook hun veiligheidsgevoelens zijn zelfs slechter geworden in de afgelopen jaren.

Dubbele minderheidsstress: heteroseksuele én monoseksuele norm

Het SCP ziet als een verklaring voor de ongunstige situatie van bi+ mensen dat zij te maken krijgen met dubbele minderheidsstress. Er is sprake van afwijzing en discriminatie vanwege het niet voldoen aan de heteroseksuele norm, én daarboven op afwijzing en discriminatie vanwege de monoseksuele norm. De monoseksuele norm is de verwachting en overtuiging dat iemands seksuele oriëntatie op één gender is gericht, ofwel je bent hetero of homo/lesbisch. Hierdoor blijft bi+ vaak onzichtbaar, wordt niet serieus genomen en roept vooroordelen op.

Bi+ Nederland herkent de uitkomsten en vindt het belangrijk dat het SCP hier de schijnwerper op heeft gezet. Met 1 miljoen mensen vormen bi+ mensen – iedereen die op meer dan één gender valt – de grootste groep onder de lhbti+ paraplu. Zij krijgen zelden expliciet aandacht en uit dit onderzoek blijkt dat hun problemen hierdoor onderbelicht zijn gebleven.

Wat is nodig?

Het SCP concludeert dat er in algemene zin (te) weinig aandacht wordt gegeven voor bi+ in beleid, de hulpverlening en voorlichting. Dat vindt Bi+ Nederland ook. Directeur Barbara Oud: ‘De aandacht voor lhbti+ heeft tot gunstige ontwikkelingen geleid voor sommige groepen onder de lhbti+ paraplu. Maar de situatie van bi+ mensen is zorgelijk. Nu is het tijd om ook naar de meer onzichtbare en gemarginaliseerde groepen te kijken, zoals bi+ mensen en ook trans en intersekse mensen. Wij werken hierin al samen met COC Nederland, TNN en NNID en dat willen we structureler en intensiever gaan doen.’

Bi+ Nederland roept op om net zoals voor lhti mensen rechtsbescherming te bieden aan bi+ mensen in de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb) en het Strafrecht. In het onderwijs is in voorlichtingen, Gender & Sexuality Alliances, en het seksuele vormingsonderwijs meer aandacht nodig voor de sociale en seksuele veiligheid van bi+ jongeren. Daarnaast moet er over bi+ jongeren educatief materiaal worden ontwikkeld en verspreid, want dat ontbreekt vaak. Het laten zien van de grote diversiteit in bi+ mensen is belangrijk om hardnekkige vooroordelen tegen te gaan.

Ook in de hulpverlening voor seksueel geweld en in de GGZ is nauwelijks aandacht voor de behoeften, ervaringen en inclusieve bejegening van bi+ mensen. Het is daar nog echt een blinde vlek. Waar zijn de verhalen van bi+ mensen, waar is de kennis over bi+ onder professionals, waar is de aandacht in programma’s en beleid om bi+ fobie te verminderen? E-learnings, trainingen en campagnes zijn nodig. Bi+ Nederland en COC Nederland willen graag samenwerken om de hulpverlening te verbeteren aan bi+ mensen die kampen met psychische klachten en depressie.

Onderzoek van Movisie liet onlangs zien dat de angst voor bi+ mensen groter is dan voor homo en lesbische mensen, dat het sommige mensen onzekerder kan maken en dat er andere vooroordelen zijn, ook van homo en lesbische mensen. Wat werkt voor inclusie van homoseksualiteit, werkt niet automatisch ook voor bi+. Werkzame tips, kennis, inclusieve taal, ontmoetingen, bewustwording en zichtbaarheid helpen. Als dé landelijke emancipatie organisatie voor bi+ mensen zetten wij ons hard in om meer bi+ gemeenschap te bieden en om bi+ mensen, hun naasten en professionals van informatie, ontmoeting en zichtbaarheid te voorzien. Wij hopen dat dit onderzoek het einde inluidt van de maatschappelijke blinde vlek van bi+ en dat door gezamenlijke inzet de gezondheid en veiligheid van bi+ mensen flink zal verbeteren.

Meer weten?

• Op de hoogte blijven van publicaties en informatie? Meld je hier aan voor de Bi+ Nederland Nieuwsbrief en kijk op onze website en socials.
• Weten hoe jouw organisatie ervoor staat? Doe de Bi+ Zelfscan voor organisaties.

Contact?

Wil je contact n.a.v. dit persbericht of voor meer info? Stuur een e-mail naar info@biplus.nl.

Bi+ Nederland zet zich in voor een bi+ inclusieve samenleving. We richten ons op communities, beleid, onderzoek en kennis, trainingen en events voor bi+ mensen en professionals.

* Bi+ Nederland en vooraanstaande emancipatie en maatschappelijke organisaties spreken tegenwoordig van bi+ mensen als parapluterm voor iedereen die op meer dan één gender valt. Sommige mensen noemen zich biseksueel, panseksueel of queer. Sommigen benoemen hun bi+ oriëntatie niet.